Woorden hebben invloed. Teksten kunnen mensen aanzetten tot handelingen. Het manifest van de Unabomber was weer eventjes populair, nadat verspreid werd dat Luigi Mangione, verdacht van de moord op CEO Brian Thomspon, een viersterrenreview voor Kaczynksi’s manifest achterliet op goodreads.
Tussen 1978 en 1995 stuurde Ted Kaczynski bommen naar mensen waarvan hij dacht dat ze bijdroegen aan destructieve technologische vooruitgang. In de zeventien jaar dat hij actief was, liep een aantal mensen verwondingen op en wist hij drie mensen te vermoorden. Hij schreef een manifest dat hij gepubliceerd kreeg in onder andere de Washington Post: ‘De Industriële Samenleving en haar toekomst,’ en dat, ondanks de gebrekkige leesbaarheid, ook naar het Nederlands vertaald is.
Dit manifest bevat uitgebreide bespiegelingen op de logica van linkse activisten, die zich volgens hem identificeren met groepen die ze volgens hem als zwak beschouwen, zoals vrouwen en mensen van kleur. Maar de 232 genummerde paragrafen gaan ook de gevaren van technologie en over geweld.
Het soort revolutie dat Kaczynski voorstaat heeft niets te maken met politiek. Neem paragraaf 193: ‘de revolutie kan, maar kan ook niet, fysiek geweld bevatten, maar zal absoluut niet politiek zijn.’ Kritiek op technologische vooruitgang is niet nieuw. Kaczynski wordt ook wel een ‘neo luddiet’ genoemd, omdat hij de afkeer van technologie deelt met de luddieten.
Zijn biograaf, Alston Chase, beargumenteerde dat zijn essay lange tijd genegeerd werd, niet omdat het zo vernieuwend of niet passend was, maar vanwege het tegenovergestelde. Kaczynzki’s teksten waren vooral cliché.
Kaczynzki wordt eindeloos 'herlezen' en geciteerd omdat het een van de weinige mensen is die bepaalde cliches opschrijft. Hij citeert en plagieert rijkelijk uit werk van anderen – bijvoorbeeld Fanon – maar is ook een van de weinigen die überhaupt iets schrijft als het gaat om geweld.