Een bijzondere meeuw
De eerste kennismaking
Druipnat van een verfrissende plons manoeuvreer ik mezelf in een comfortabele koekenbakpositie op mijn strandlaken en sluit voorts mijn ogen. Zo kan de zon zijn werk doen en ik simultaan van de rust genieten. Want rustig is het op Platja de Son Xoringuer. Buiten het ruizen van de zee, kwinkelerende vogels en een handvol badgasten die, net als ik, weinig van zich laten horen is het stil: geen gettoblasters, blaaskaken en meer van dat. Een strand naar mijn hart.
Precies op het moment dat mijn geest het dagelijkse wil verruilen voor iets dat tegen het transcendente aan schuurt, klinkt er een hard gekliauw. Ik schrik me een ziekte. Omdat ik het geluid herken, het is zonder twijfel een meeuw, schiet ik terstond met mijn handen naar mijn rugzak vol proviand om deze te beschermen: ik ken mijn pappenheimers!
Althans, dat dacht ik.
Zeemeeuwen
Zeemeeuwen hebben in Nederland, op z’n zachts gezegd, een niet al te best imago. Wie wel eens een haring heeft gehapt op Scheveningen, een patatje heeft proberen te eten op het strand of in de buurt van een afvalbak of navenante afvalverzamelplaats woont, weet waarom: als ze eten zien, zijn zeemeeuwen niet meer te stoppen. Ze zijn in staat de haring uit je hand te happen, friet uit je zak (of bak, dat maakt niet uit) en als er een kans is, spitten ze heel je vuilcontainer om op zoek naar een hap. Zo zijn ze. Dat is hun overlevingsstrategie. Opportunisten pur sang: het is pakken wat je pakken kan.
Wie in zijn vogelgids op zoek gaat naar de zeemeeuw, komt bedrogen uit. De zeemeeuw bestaat namelijk niet. Zeemeeuw is een containerbegrip. Bedacht door en voor mensen die te beroerd zijn zich verder te verdiepen in de familie der meeuwen (Laridae). Alle middelgrote tot grote, witte of grijze zeevogels met een kenmerkende schelle kreet en onaangenaam gedrag worden eronder geschaard. De grote mantelmeeuw (Larus marinus), de kleine (Larus fuscus), de zilvermeeuw (Larus argentatus), de stormmeeuw (Larus canus) en de kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), het is een pot nat!
Duidelijk geen zeemeeuw
Vreemd genoeg, gedroeg de meeuw, die mij zo onaangenaam terug in het hier en nu had gekliauwd, zich helemaal niet als een zeemeeuw. Het beest toonde buitengewoon weinig interesse in mijn rugzak vol lekkernijen en zelfs die paar koekruimels in het zand konden hem niet bekoren. En dat terwijl hij er met zijn snavel bovenop stond. Wat was hier aan de hand; dit had ik nog nooit meegemaakt.
Doordat de vogel nog geen anderhalve meter van me verwijderd was, kon ik hem goed bekijken. Wat betreft vorm en verenkleed leek de vogel sterk op een zilvermeeuw, maar de snavel was opvallend anders. Niet qua vorm, maar wel qua kleur. De snavel was opvallend rood, met een zwarte band erover. Dat is een bijzondere meeuw, dacht ik en grabbelde mijn telefoon tevoorschijn om een foto te maken. Maar voor ik kon klikken vloog hij weg.
Audouins meeuw
De volgende dag las ik op een informatiebord langs de Cami de Cavalls (een paardenpad rondom het eiland dat vandaag de dag vooral door wandelaars wordt gebruikt) dat de bijzondere en relatief zeldzame Audouins meeuw (Ichthyaetus audouinii) op Menorca kan worden waargenomen. De ondersteunde afbeelding bij de tekst liet er weinig twijfel over bestaan dat ik dat reeds had gedaan.
Toen ik op het op het wereldwijde web las dat de Audouins meeuw, die is vernoemd naar de Franse natuuronderzoeker Jean Victor Audouin, in tegenstelling tot ‘zeemeeuwen’ geen opportunistische aaseter (lees liever alles waar aas staat) is, wist ik het zeker. De vogel had geen interesse in mijn proviand gehad omdat hij zich liever beperkt tot zelf gevangen vis of als de situatie er om vraagt een krab, insect of hagedis. Als het maar vers is.
Doordat de Audouis meeuw broed op Isla del Aire, een klein eiland voor de kust van Menorca, is hij op het laatstgenoemde eiland een veel geziene gast. Ik bedacht me dat het dus mogelijk moest zijn er met enige inspanning alsnog een op de foto te krijgen. En dat lukte! En daar hoefde ik amper iets voor te doen. De meeuwen vlogen me in de avonduren, het zijn vespertijne jagers, letterlijk om de oren. Zo kon ik zelfs met mijn ‘antieke’ pienterfoon nog een aantal behoorlijke kiekjes maken.
Tot slot
Zo zie je maar, generaliseren is wel makkelijk, maar veel wijzer word je er niet van. Een scherpzinnige observatie werkt daarentegen uiterst verhelderend. Doe er uw voordeel mee.















