De Stroom - Flarden #9
[...]
[De spin] keek omhoog en wees met één van haar poten.
“Die stengel daar. Dat is de hoogste die ik zie. We springen vanaf daar.”
Tezamen klommen ze het riet op.
“Wat als de draad breekt?” Vroeg Filip op weg naar boven.
“Mijn draden breken niet.”
“Wat als je me laat vallen?” Vroeg Filip dan.
“Dan sterf je.” Zei de spin koud.
Filip merkte op hoe één van de gevleugelde mieren een grasspriet dichterbij sprong.
“Wat als één van die vliegende mieren ons-“
De spin draaide zich plots om en greep Filip. Hij zat direct vast tussen de poten en de palpen van de spin.
“Je hebt al beslist, dus probeer jezelf er niet uit te praten.” Zei de spin.
Ze waren nu bovenaan de grasspriet. De spin draaide zich naar de Stroom toe en Filip zag hoe de grasstengel over het water heen helde. Onder hen stroomden liters en liters van water voorbij. Een twijg gleed onder hen door en Filip stond versteld want hij had nog nooit zoiets groot zo snel zien bewegen. Hij zag ook een blad voorbij gaan. Die ging nog sneller dan de twijg. En dan, voor een fractie van een seconde, zag Filip wat leek op een dood drijvend insect voorbij razen.
“O heilige feeën!” Jammerde Filip.
“Heb je die bol nog goed vast?” Vroeg de spin.
Filip werd zich weer bewust van de toverbol die in zijn tangen hing.
“Err ja, maar-“
“Goed, hier gaan we.” Zei de spin.
Ze spon een draad vast aan de stengel en dan sprong ze. Filip gilde.
“Als je spartelt of wriemelt laat ik je gewoon vallen.” Zei de spin terwijl ze neerdaalden.
Filip probeerde om zich zo stil mogelijk te houden. Ze gleden naar het water toe. De spin controleerde de snelheid van hun val.
“Dit is moeilijker omdat ik je moet dragen, dus help even mee. Als je de wind voelt, strek dan je poten uit.”
“Welke poten?” Piepte Filip paniekerig.
“Maakt niet uit. Al je poten. Je moet gewoon zoveel mogelijk wind opvangen.”
Vlak boven het water hing de spin stil.
“Een beetje zoals wanneer het hard waait en je ineen duikt om er voor te zorgen dat je niet weggeblazen wordt. Zoals dat, maar dan omgekeerd. Nu wil je juist wel weggeblazen worden.”
“Waarom heb je dit allemaal nog niet uitgelegd voor we sprongen?” Zei Filip nerveus. “Waarom vertel je me dit allemaal nu pas?!”
“Ach zeur niet.” Zei de spin.
Een onzichtbare kracht duwde tegen hen. Het was een zachte bries.
“Ja! Nu!” Zei de spin.
Ze strekte haar poten. Filip deed het ook. Ze gingen verder vooruit. En omhoog. De spinnendraad die eerst verticaal hing, ging nu schuin hangen terwijl Filip en de spin verder uit over de Stroom gingen hangen.
“Aaaah!” Gilde Filip.
Ze waren nu verder weg van het water, maar ook verder weg van de rand.
“Ik spin bij.” Zei de spin.
De draad werd langer en ze gingen vooruit, maar tegelijk daalden ze ook. Filip zag het wilde water steeds dichterbij komen.
[...]
Dan plots werd de wind zwakker. De spin stopte even met spinnen en Filip zag het water recht op hen afkomen.
“We dalen te snel!” Riep Filip.
“Strek je poten verder uit.” Zei de spin beheerst.
“We dalen te snel! We-“
“Strek je poten verder uit!” Snauwde de spin.
Filips poten waren al helemaal gestrekt, maar hij probeerde ze toch verder te strekken. De spin deed het ook. Ze stopten een paar centimeter boven het water. Daar bleven ze even zweven. De wind blies zachtjes onder hen door en ze golfden lichtjes op en neer.
Als de wind nu iets zachter blaast, zij we er geweest! Dacht Filip.
[...]
- - -
Amai hoe spannend! Ik heb eindelijk weer eens een nieuw hoofdstuk voor mijn grote project afgeschreven. Deze keer 4600+ woorden over hoe onze geleedpotige helden een klein beekje trotseren. Ik had er veel plezier mee. Nu de eerste akte voorbij is gaat het allemaal een beetje makkelijker. Ik hoef nu enkel nog maar leuke avonturen te beschrijven in plaats van constant na te denken over hoe ik het verhaal best klaar zet.
Als ik me nu niet volledig laat innemen door de examenperiode zou ik in een korte tijd meerdere hoofdstukken kunnen afwerken en veel voortgang kunnen maken. Zeker als de komende hoofdstukken even kort als deze blijken te zijn :)













