Nora
Ik leerde Nora een paar maanden geleden kennen in een club, toen we naast de wc’s in de rij wachtten om -niet- naar het toilet te gaan, en waar we uiteindelijk in hetzelfde hokje terechtkwamen. Ze zag er heter uit dan een Thaise peper.
De vorm van Nora’s lichaam is de mal van haar persoonlijkheid. Er is een verband tussen karakter en lichaamsbouw, want alles aan haar is gefocust, scherp, puntig, doelgericht, bewust en knalvol energie. Ook zo haar anus, anders kan ik de enorme kracht van haar scheten onmogelijk verklaren. Ze kan onder hoge druk zulke winden laten dat je de bank voelt trillen. Op een huisfeestje zat ze op de keukentafel, nippend van een alcoholmix van wat ongedefinieerde vloeistoffen, duidelijk dronken, en liet ze zo'n scheet door haar glitterjurk dat de MDMA, zorgvuldig op de spiegel uitgestald, over het hele tafelblad verpoeierde. De gays werden gek. Keep her ass away from the drugs. Letterlijk dan.
De bewegingen, haar vuile maar goed geplaatste grappen en de dronken en priemende blik die de ruimte een zweem geeft van smerigheid en decadentie zijn gewoonweg intelligent. Ze werkt in de mode natuurlijk, en verdient bakken geld door jonge ontwerpers en modellen te taxeren terwijl ze zweeft in een roes van drugs en laag zelfbeeld. Want hoewel ze er fantastisch en hip uitziet, zuigt haar glimpende blik je mee in diepten van zelfhaat en wanhoop die ze zorgvuldig cureert en omarmt, als trieste trofeeën opgeblonken tot kroonjuwelen. Aangekeken worden is verleid worden, het is Nora die jouw bestaan op waarde schat. Wie in haar gezichtsveld belandt, is tegelijk prooi en uitverkorene. Geen diamant snijdt scherper dan Nora's ogen, en de luttele tijd die ze aan jou besteed heeft geen prijs.
We zijn een gevaarlijke combi, next level categorie pepermunt en cola. Twee drankjes en ons brein explodeert, waarbij we gortigheden over het gezelschap uitkramen als modder over een kristallen glazen-toren. Eens de handrem lost laait in een oogwenk de waanzin op en springt vonkgewijs over als chlamydia op een gay afterparty. Dat ik mijn bril in een orgie kwijtraak is nog het minste van mijn zorgen. Dit is mijn vijfde -bril, niet orgie, die heb ik niet bijgehouden- sinds ik verhuisde naar de hoofdstad. Mijn zicht is lamentabel, en ik pijpte teveel twijfelachtige pikken van nog twijfelachtigere lichamen. Wat wel één van mijn zorgen is: iedere keer vraag ik om haar dealer niet mee naar huis te nemen. Dat lukt bijna nooit. De laatste keer eindigde dat we hem pijpten in de badkamer en dat was honestly vreselijk. Ook al omdat we geen gratis materiaal kregen of tenminste een korting scoorden. Na dat zoveelste avontuur raadpleegde ik mijn team van therapeuten en belangrijkste conclusie was: het ligt niet aan mij, het is mijn trauma. Maar dat is een breed begrip: is het die hel van een breakup een jaar geleden of toen de politie mijn voordeur openbrak omdat ik queer ben, of misschien over die dierbare jeugdherinnering waar mijn vader zich aftrok boven het gezicht van mijn kleine broertje en mij dwong toe te kijken? Who knows. Maar genoeg over mij.
Ik weet niet wanneer ze slaapt, of ze dat überhaupt durft. Haar brein dat elke nacht een lifestyle van heb-je-me-daar moet verwerken, is een Sisyphus die drie rotsblokken tegelijk omhoog rolt, gezien de hoeveelheid drama en intriges die ze aanzuigt op weg naar de volgende fotoshoot in Parijs of Rome. Ik worship Nora en ben volgens mij de veilige haven in haar escapades, niet dat er nog veel veiligheid overblijft als de drugs eenmaal toeslaan en mijn hoofd binnenstebuiten draaien. Ze heeft van Sarajevo tot Sjanghai een andere partner in crime, en ik voel echt mee met die gays die ze in haar kielzog meezuigt terwijl ze als een dronken straaljager door hun leven raast.
Ons beste gesprek ever vond plaats om 4 uur ’s nachts onder de salontafel, terwijl we probeerden het zakje 3MMC te recupereren door het van de vloer te snuiven, tussen de knoflookbroodkruimels en Toscaanse olijven. "Ik mis mijn papa", zei ze, terwijl ze staarde naar de paarse pumps die voor onze besneeuwde neustoppen nerveus op de vloer tikten. Ik wil niet weten over de link met haar vader, maar haar stem klonk oprecht en dieprauw. Ik veegde wat wit poeder en kruimels onder mijn neus weg en vroeg waar hij nu was. “Hij is dood”, zei ze. “Ergens in een massagraf in Servië, ik weet het niet.” “Oké”, mompelde ik, “dat is een moodkiller.” Normaal zou dat haar opvrolijken, maar de manier waarop dit gekwetste dier haar hoofd van de vloer tilde en naar me keek, nee, niet deze keer. "Wat onbeleefd", zei ze. "Je bent een klootzak en dat weet je" en duwde me weg, maar viel dan op haar zij en stootte haar hoofd tegen de tafelpoot. “Klootzak”. Dat was het gesprek van de eeuw. Verder niets meer. Of ik herinner het me niet meer. Ze rolde naar de bank, klauterde omhoog en klampte zich vast aan twee kerels die lagen te vrijen. Ik zat daar nog 10 minuten, proberen te vatten wat er met haar overleden vader was gebeurd en hoe ze zo'n persoon was geworden, voordat ik me een weg baande over de dansvloer naar het toilet. Op handen en knieën, terwijl ik werd geaaid, iemand op me ging zitten, dan geslagen, geduwd en gestampt. Toen ik eindelijk het toilet bereikte, staarde ik in het donkerige water en verfrommelde ineen.
Ongeveer 18 uur later werd ik wakker onder de bank, en Nora was al op weg naar Amsterdam. Die avond kreeg ik wat vage verhaspelde sms’jes, wat betekende dat het waarschijnlijk goed met haar ging.
Pic:
https://www.freepik.com/free-photo/colorful-trails-neon-lights_2254444.htm














