Day 26. Stretch(伸びをする,大の字になる) The girl stretched herself out on the lawn. のんびり庭んぽの続き。
Wish this was me.
he wasn't even looking at me and he found me
Cosmic Funnies
TVSTRANGERTHINGS

@theartofmadeline

ellievsbear
KIROKAZE

tannertan36

祝日 / Permanent Vacation

titsay

Origami Around
Peter Solarz
Game of Thrones Daily
d e v o n

oozey mess
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH
art blog(derogatory)
trying on a metaphor
Claire Keane

seen from South Africa

seen from Panama

seen from Türkiye
seen from United States
seen from United States
seen from China

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Portugal

seen from China
seen from United States

seen from Malaysia
seen from United States

seen from Singapore

seen from United States
@tekstwerker
Day 26. Stretch(伸びをする,大の字になる) The girl stretched herself out on the lawn. のんびり庭んぽの続き。
Wish this was me.

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
Als de schutting breekt
Hij klampt zich vast aan het enige wat er nog is. Toen stonden ze hier ook, in deze gang. Julia bij de deur, haar lange haar in een rommelige knot in haar nek. In haar hand haar tas, waar een slaapshirt, tandenborstel en nog wat kleine dingen inzaten. Ze keek langs hem heen, naar waar hij net niet stond.Haar ogen zochten iets. Dan ga ik maar, zei ze. Ja. Ze knikte kort en opende de deur. Wacht, zei hij. Hij aarzelde even, draaide de woorden rond in zijn mond. Maar... als de wereld vergaat, dan kom je wel langs, toch? Ze keek hem bevreemd aan. Natuurlijk, zei ze. Als de wereld vergaat. Toen trok ze de deur achter zich dicht.
We branden op We branden af We veranderen in as / We branden op We branden af Alsof het er nooit was / En als je naar me toe komt ben ik hier Steeds weer Alsof ik nooit iets heb geleerd / Nooit kom ik dichterbij dan ik nu ben Ik ren altijd in cirkels om je heen
Jasmijn Lobik / tekstwerker
Cirkels
Het licht, uiteengespat als glas Sterren die zinken in de nacht Roerloos liggen we, ruggen in het gras Houd me vast, verwoest me zacht
De akelei, deel 1
Ik lig languit op mijn bank en staar naar buiten. De zon staat op zijn hoogst, mijn tong plakt aan mijn gehemelte, maar mijn benen weigeren op te staan. De hete zon schijnt fel op de akelei, en ik bedenk me dat ik hem nog geen een keer water heb gegeven. De blaadjes zijn bruin. Wat een wreed lot, denk ik, om overgeleverd te zijn aan mijn zorg. Planten kunnen niet zelf iets te drinken halen als ze dorst hebben. Ze kunnen niet klaaglijk miauwen als katten, verongelijkt dat hun baasjes hen zijn vergeten. Ze kunnen hun handen niet ophouden naar de zon om zich te beschermen, geen raampje openzetten tegen de warmte. Hun wortels in de droge grond kunnen slechts nog ietsje verder naar beneden reiken, wanhopig graaiend naar wat binnen hun bereik ligt. Als de zon te lang fel is, de pot te klein blijft en er nergens meer iets te halen valt, dan gaan ze dood. Een stille dood, zonder drama.
Het is vreemd hoe snel een plant verdwijnt, denk ik. Het ene moment staat er nog een levend wezen, wiegt het in de wind, doorstaat het regenbuien, reikt het naar de zon, het volgende is het niets meer. Wat rest is een handje verkruimelde blaadjes, lange stengels die over de pot hangen en dan steeds verder krimpen, terwijl ze bruiner en bruiner worden, tot ze tenslotte samenvallen met de aarde. Je kunt er een nieuwe plant inzetten, zou mijn vader zeggen, het is goede compost. De blaadjes van de akelei zijn bruin, de stengels hangen slap, en ik voel me schuldig, alsof ik een kind op het balkon heb laten staan in de vrieskou, slechts gekleed in een pyjama. Een plant is een probeer-kind, eentje dat heel stil doodgaat als jij het verprutst. Misschien moet ik maar geen moeder worden.

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
My soul sings sometimes, but always when I'm in Paris.
Jasmijn
Tijdschriftwijsheid
“Ik wil niet liever voor mezelf zijn maar assertiever voor mezelf zijn”
Zij die niet wreed zijn tegenover anderen, zijn wreed tegenover zichzelf.
(via zielsvlucht)
niets te willen
een monnik op tv hij was verlicht door niets te willen dat wil ik ook niets meer te willen
Vroeger bouwde ik muren rond mijn hart, om het te beschermen. Nu doe ik dat niet meer want mijn hart is al lang niet meer zo broos als vroeger. Het is groot en sterk geworden. Sterk genoeg om zichzelf te verdedigen maar helaas ook sterk genoeg om anderen aan te vallen. Nu is het volwassen; venijnig en gevaarlijk. Steek een hand uit naar mijn hart en je bent je hand kwijt.

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
Madeliefjes
Nadat we naar een verhalenavond waren geweest zei een vriend van me dat hij verhalen altijd zo triest vindt. “Ze gaan nooit eens over iemand die gewoon blij is.” Ik fronste mijn wenkbrauwen. “Dat is niet waar,” protesteerde ik, en probeerde razendsnel te bedenken waarom dat niet waar was. Die avond stond er bijvoorbeeld een meisje op het podium dat dichtte: ik ben gelukkig. Aan het einde van het gedicht smeerde ze zichzelf uit over de stad, omdat ze bezweek onder gemis en spijt. Ik zei dat er in verhalen vaak iets gebeurt, dat er een omwenteling is, of op z’n minst een klein vlekje op een verder witte spijkerbroek, omdat er anders niets aan is. Mijn woorden haperden. Ik zei tegen hem dat niemand graag leest over huppelen door een veld vol madeliefjes, schoenen in de hand, de wind in het haar. “Zou jij dat lezen?” vroeg ik. Hij zei van wel. Ik lachte schamper. De volgende dag gebeurde er iets vreemds. Ik zat gewoon op kantoor toen het gebeurde, aan een tafel met nog vier anderen. We knikten af en toe naar elkaar, de jongen naast me klikte verwoed op zijn muis. Ik had mijn oortjes in, en luisterde naar de muziek die ik de vorige zomer grijs had gedraaid. Mijn lichaam herkende het eerder dan mijn hersenen. De muziek draaide rondjes in mijn oren, bereikte mijn ogen en zakte in mijn benen. Mijn tenen begonnen te tintelen. Het voelde als nieuwe wind. Als lucht in mijn haar. Zomaar. Ik begon met mijn voeten te tikken, een beetje met mijn hoofd te knikken, mijn vingers gleden moeiteloos over het toetsenbord. De wijzers van de klok maakten grote sprongen, ze tolden om hun as in hun haast om vooruit te komen.
Struikelend over mijn benen rende ik naar buiten toen het half zes was. Alles waaide, zwaaide om me heen. De wind tilde de blaadjes op, liet ze een paar rondjes om m’n benen dwarrelen en legde ze weer zachtjes neer. Mijn voeten hoefde ik haast niet op te tillen, ze liepen als vanzelf. Daar ging ik, door de stad, de straten, over de brug. De mensen lachten naar me, ze keken op van hun telefoons. Iemand stak zijn hand op. De dakloze man met het boodschappenkarretje maakte een peace-teken en lachte breeduit, ik telde hoeveel tanden hij miste. Ik lachte terug, mijn mondhoeken trokken omhoog, breed en wijd. Ze wilden niet meer naar beneden, en ik ook niet. Nooit ga ik meer terug, nam ik mezelf plechtig voor. Ach, ik wist ook wel dat wind maar kort in de juiste richting blaast, misschien zou hij het niet eens redden tot op de hoek, maar ik blies terug. Vanbinnen stroomde ik leeg. Ik voelde de haartjes op mijn arm en hoe ze rechtop gingen staan. Alles leek me omhoog te trekken, alsof dat de enige logische kant was om op te gaan. Bíjna. Bijna ging ik de lucht in, ik voelde het. Ik maakte me zo licht mogelijk, liet al mijn gedachten los. Ze wogen toch al bijna niks meer. Ik deed mijn schoenen uit, hield ze in mijn handen terwijl ik op het gras stapte. De ruimte in mijn borstkas deed bijna pijn. Straks barstte ik. Ik zou openbarsten en er zouden slechts duizenden kleine flodders van me over zijn, een soort vleeskleurige confetti. Mijn armen reikten omhoog, haren waaiden wild om me heen, ik liep op mijn tenen. Ik gooide mijn hoofd in mijn nek, stak mijn kin zover mogelijk omhoog. Dichte ogen. Open mond. Een vermoeide vlieg landde op mijn neus. Oh, nieuwe wind, blijf toch, blijf blazen, dacht ik. Daar was de hoek van de straat. Een madeliefje knakte onder mijn voet. Ik liet mijn armen zakken, stapte van het gras af, de stoep op. De hoek om. Windstil.
Naar de bioscoop 1.2.
Margje sjokte door de gang en mompelde tegen zichzelf. “… en dan heb ik natuurlijk straks ook nog het eten klaar, want ja, meneer moet om stipt zes uur eten anders is hij niet op tijd voor de voetbal. Voetbal, praat me er niet van.” Ze raapte een stuk speelgoed van de vloer en wierp het over haar schouder weer op de grond. “Wat zou het ook. Straks ligt het hier toch weer.” Een rode bal piepte onder haar voet toen ze er op ging staan. Margje stopte met sjokken en keek naar haar voeten. Ze zuchtte diep. “… zul je net zien.” Aan de andere kant van de deur klonk een harde dreun, gevolgd door kleurrijk gerinkel. Twee hoge stemmetjes gilden opgewonden. “Jij deed het!” riep het ene hoge stemmetje. “Nietes, jij!” zei het andere. Wezenloos gleed Margje’s blik naar de deur. Toen vervolgde ze haar zoveelste rondje door de gang. Nog een keer langs de kapstok met twee belachelijk schattige rode regenjasjes, haar oude versleten winterjas en een sportjack dat afgaande op de pasvorm bedoeld was voor een atletisch gebouwde man van rond de dertig, hoogstens veertig, of een vijftiger met een midlifecrisis. Ze was net aangekomen bij de voordeur toen deze plotseling open zwaaide. Een atletisch gebouwde man van rond de dertig, hoogstens veertig, kwam binnen en keek verbaasd op toen hij zijn vrouw aantrof in de gang, sjokkend langs de kapstok. “Mar,” zei hij, “wat doe je?” Haar blik gleed naar iets dat achter hem gebeurde. De man keek ook naar achteren, maar zag niets bijzonders. Hun buxusheggen stonden er keurig bij, stelde hij tevreden vast. De buurman zou er bij de aankomende buurtvergadering niets op aan te merken hebben. Des te opmerkelijker dat zijn vrouw nu nog steeds niets gezegd had en maar bleef kijken naar wat zich achter hem afspeelde. En dat was naar elke maatstaf die de man gebruikte, en daaronder viel dus ook die uit de mannenkleedkamer, wanneer hij luidkeels elke minuscule gebeurtenis omboog naar een high-five verdienende anekdote, toch echt niets bijzonders. “Waar kijk je nou naar? Mar?” zei hij. Hij keek haar onderzoekend aan. Langzaam weekte ze haar blik los van wat er achter hem gebeurde en keek de man aan. Zo leek het althans, maar in werkelijkheid keek ze naar de vreemde vorm van zijn gezicht. Wat had die man eigenlijk een rare vorm hoofd, dacht ze. “Ik ga naar de bioscoop,” zei ze. En zonder haar ogen van hem af te wenden, zocht ze met haar rechterhand naar haar jas aan de kapstok. “Wat?” De stem van de man schoot omhoog. “Maar dat kan niet hoor,” zei hij. Toen bedacht hij zich dat hij ook nog moest voetballen die avond. “Mar, ik moet ook nog voetballen vanavond,” riep hij uit. Argwanend probeerde hij langs haar heen te kijken. “Heb je eigenlijk al wel gekookt? Waar zijn de meiden?” Er klonk gekrijs vanuit de huiskamer. Het klonk alsof iemand bij iemand anders de haren had uitgetrokken en dat de een daar heel veel plezier om had, maar de ander niet. De man leek nu een beetje bang te worden. Zijn ogen zochten die van Margje, maar daar lag een grijze waas overheen. Ze leek niets te zien terwijl ze haar jas aantrok en in haar zakken voelde of haar portemonnee erin zat. Hij zat erin. “Ik ga naar de bioscoop,” zei ze, en ze stapte het huis uit. In plaats van rechtsaf over de stoep te gaan, liep ze dwars door de perfecte buxusheggen. Ze stopte haar handen dieper in haar zakken, de portemonnee omklemmend. Toen ze aankwam bij de bioscoop en een kaartje wilde kopen voor Aladdin botste er pardoes, hoewel enigszins aarzelend, iemand tegen de persoon voor haar in de rij. Het meisje met het vette haar verontschuldigde zich mompelend. “Geen probleem,” zei de persoon voor haar, en daarmee was de kous af.
Naar de bioscoop 1.1.
Ze wist dat het genoeg was zodra ze de koffie met chocoladesmaak had neergezet. Robin hees zichzelf omhoog, zodat ze rechtop in haar gemakkelijke stoel zat. Ze kreunde er lichtjes bij, gewoon voor de show, om nog enige schwung aan het treurige moment te geven. Ze had willen zien wat er zou gebeuren als ze verdween. Of mensen door zouden hebben dat ze niet binnen tien minuten reageerde op e-mails en appjes. Of ze haar zouden missen in hun groepsgesprekken, of bij Biergarten. Wie zou haar het eerste missen, en wanneer zou dat zijn? Haar conclusie, hoewel niet geheel onverwacht, was dat het haar moeder was die vijf dagen na haar verdwijning vroeg hoe het met haar ging. Vijf dagen onderuitgezakt in haar vieze stoel, waar ze haar dertigste kop koffie per ongeluk overheen had gegooid, zonder dat iemand haar echt had gemist. Na het Whatsappje van haar moeder was ze nog twee dagen blijven zitten, misschien dat ze haar in de verlenging zouden missen, maar nu dreef de koffie-met-chocoladegeur die in haar stoel was getrokken haar uit haar isolement. Het gênante was dat ze niet eens zoveel had gewild van haar vrienden. Sterker nog, wat ze wilde was eigenlijk bijster oninteressant. Het enige wat ze wilde was naar de bioscoop. En dat er iemand meeging, maar niemand kon of wilde mee. Dat was uiteraard lastig om vast te stellen in een tijdperk van losjes aan elkaar hangende plannen die uiteenvielen zodra je er te lang naar keek, bijna uit hun voegen barstende Whatsapp-groepen waarbinnen webachtige kruisverbindingen waren ontstaan en mensen die op ‘Geïnteresseerd’ stonden, terwijl ze niet de minste intentie hadden om ergens heen te gaan. Je wist nooit echt of iemand niet kon, niet wilde of net had besloten die avond in zijn eentje koffie met chocoladesmaak te drinken. Robin had niet de puf om de kluwen ontwarren. Dus deed ze het niet. Eigenlijk had ze het al eerder opgegeven, ongeveer exact op het moment dat ze in de stoel was gaan zitten. Kon best even, gewoon in een stoel gaan zitten en er niet meer uitkomen. Meestal leek het onmogelijk om stil te staan, alsof ze op een lopende band stond en vooruitging omdat dat nu eenmaal minder moeite kostte dan de andere kant op, maar toen ze het eenmaal probeerde bleek het belachelijk simpel. Maar nu zat ze al bijna een week op de stoel en was haar voorraad koffie met chocoladesmaak op. En aangezien die een week geleden nog hoog boven haar uittorende, leek het haar min of meer een teken dat ze weer eens iets moest gaan doen. Ja, als ze er met samengeknepen ogen naar keek en er zo wat langer over nadacht, zou dit toch best eens een teken kunnen zijn, dacht ze. Ze trok haar vette haar naar achter, veegde onzorgvuldig de mascararesten uit haar ogen, over haar wangen en trok haar jas aan over haar pyjama. En zo kwam het dat iemand die eruit zag als Robin die avond over straat liep in een jas die leek op een jas die Robin had, en dat diegene overstak naar het plein waar een bioscoop stond. En dat deze persoon daar pardoes, hoewel enigszins aarzelend, botste tegen een andere persoon die daar in de rij stond voor een kaartje voor de film Aladdin.
Het tweepersoonsluchtbed
Had ik haar maar op de bank laten slapen, dan was het misschien allemaal anders gelopen. In plaats daarvan had ik haar mijn luxe tweepersoonsluchtbed aangeboden dat zichzelf 's avonds opblies. De bovenkant was van het zachtste fluweel en er paste zoveel lucht in dat je je erin kon laten vallen. Misschien hadden we eruit kunnen komen als ze op mijn harde IKEA-bank had moeten liggen, met vlekken als stille getuigen van late wijnavonden en klungelige dinertjes. Ze had zich dan wel als een croissant op moeten rollen, haar ene arm laten bungelen over de houten leuning en haar voeten zouden minstens een halve meter uitsteken, maar we zouden tenminste nog vriendinnen zijn. Ze zou er tenminste nog zijn. Iets meer dan drie weken geleden. We zaten op de bank en zij had een kruik op haar buik die ze stevig vasthield. Ik had honger, maar Mirjam zei dat ze echt geen hap door haar keel kreeg, dus dronken we wijn. “Je kunt hier niet blijven, hoor,” zei ik, terwijl ik rondkeek in het kleine appartement. Twee schaamteloos verliefde mensen keken vanuit een fotolijstje de woonkamer in. “Waarom niet? We gaan nog steeds goed met elkaar om, hoor. Gisteren omhelsde hij me nog toen hij zag dat ik moest huilen.” “Daarom juist. Dat is precies de reden dat je hier niet kunt blijven. Snap je het niet? Je moet jezelf even zien als een verslaafde. Je moet van hem afkicken en nu krijg je steeds een heel klein trekje. Een knuffel. Een praatje. Een quick fix, net genoeg zodat je je weer eventjes beter voelt. En dan trekt hij het tapijt weer onder je voeten vandaan.” “Maar... hij bedoelt het niet zo. Hij heeft het ook moeilijk. Dat zegt hij niet, maar ik voel het. Ik ken hem.” “Dat doet er nu allemaal niet toe. Echt, geloof me. Ik weet dat het moeilijk is, maar je moet hier weg. Je stond net nog huilend de vaatwasser in te ruimen omdat jullie de pannen samen gekocht hebben. Zo kun je toch niet verder?” “.... Nee.” “Nou dan. Je komt er nooit overheen als jullie in hetzelfde huis blijven wonen. Ik snap ook niet dat hij dat goed vindt. Gaan jullie dan langs elkaar heen leven als broer en zus of zo? Wel in hetzelfde bed slapen, maar nooit samen slapen? Wel in dezelfde keuken koken, maar nooit samen eten? Hoe ziet hij dat voor zich?” “... Sorry, daar ga ik weer hoor. Ik blijf maar huilen.” “Dat maakt niet uit, hoor. Huil maar. Ik snap het.” Op dat moment had ik moeten stoppen, maar ik wilde haar daar weg hebben. Zo snel mogelijk uit het huis waarin alles haar pijn deed. Ik zag haar opgezwollen ogen en hoe ze plotseling zo breekbaar leek. Eén woord van hem, een arm die 's nachts per ongeluk tegen haar aanlag en ze zou in kleine splinters uiteenvallen. Eén blik op Mirjam en het was pijnlijk duidelijk. Ik pakte haar hand en streelde hem zachtjes. “Mir, je moet cold turkey stoppen. Kom maar bij wonen.” “Wat? Nee joh, dat hoeft niet...” “Jawel, dat moet wel...” “Ik wil er even over nadenken…. oké?” “Ja, natuurlijk. Maar het is geen slechte deal, hoor. Ik woon zelfs dichterbij je werk dan jij. En weet je nog dat heerlijke tweepersoonsluchtbed dat ik van m'n ouders heb gekregen? Daar kun je op liggen als je wilt. En voor zolang als je wilt.” Ze keek me nog steeds onderzoekend aan. “Echt, ik meen het,” zei ik en ik knikte om mijn woorden kracht bij te zetten. “Ik vind het zelfs wel gezellig. Alleen is ook maar alleen. En dan hoef jij ook niet gelijk in je uppie te zitten, kunnen we het samen nog gezellig maken. Ik heb wijn en chocola. Het wordt vast leuk.” Op weg naar buiten legde ik het fotolijstje met het glas naar beneden.
Aan het einde van Latijn p.1
Toen ik tegen mijn moeder zei dat ik snel eindexamen zou doen had ze “Goed zo, jongen” gezegd en was doorgegaan met de afwas. Ze pakte een kopje, dompelde, schrobde, spoelde en zette het met een ritmische precisie in het droogrek. “Zet die eens weg,” zei ze. Ze drukte me een stapel borden in de handen, waarna ze in één beweging het volgende kopje pakte, dompelde, schrobde, spoelde en in het droogrek zette. In de keuken met mijn moeder leek alles recht. De borden stonden keurig in het gelid, haar haren waren strak bijeengebonden en zelfs haar antwoorden waren recht. In deze keuken paste mijn twijfel niet. Alle vragen die ik had willen stellen werden met één beweging weg geboend. Op de vraag wat ik na de zomer ging doen, en vooral waarom, was maar een enkel antwoord.

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
Poëzie is heel erg grote smalltalk.
(via kaneelijsbeer)
Toen ik mijn moeder vroeg waarom vergeten geen ‘ge’ krijgt, zoals geslapen, gegeten en gedanst En zij toen terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof Vergeten wordt nooit voltooid
Maud Vanhauwaert (via wegdromen)