Niet verzonden brief (20)
Op het moment van schrijven ben je al een tijdje uit mijn leven. Elke dag wil ik aan je vragen waarom. Op het moment van schrijven ben ik intens verdrietig, ook al zeg ik tegen iedereen dat ik dat niet ben. Voor jou ben ik waarschijnlijk inmiddels alweer een vreemde. Gewoon maar iemand uit zovelen terwijl ik tussen al die mensen blijf zoeken naar jouw gezicht.Â
We hadden het continu over ooit en het doet best een beetje pijn om te weten dat die ‘ooit’ er niet meer gaat zijn voor ons samen. Het doet ook best een beetje pijn om niet de reden van jou vertrek te weten. Je kwam in mijn leven, we zagen elkaar echt, ik begon mij te hechten (en misschien ligt daar wel mijn probleem) en jij vertrok. Deed ik teveel moeite? Was ik dan toch verstikkend, ook al zei jij steeds van niet? Wilde jij mij niet kwetsen met de waarheid? Ik snap het niet. Echt niet.Â
Tien dagen ben ik ziek geweest en ik merk dat ik nu nog steeds niet volledig de oude ben. Ik mis het contact met jou, jouw ogen, jouw stem. Dit doet pijn. Ik deed mezelf pijn door te denken dat jij van mij zou kunnen houden. Ik deed mezelf pijn, zoals gewoonlijk.Â
Gisteren stuurde ik jou een berichtje en daarbij zei ik dat je maar niet moest reageren. Ik nam afscheid van jou omdat ik anders niet verder kon. Ik vertelde jou over die tien dagen. Ik hoop dat het je een beetje pijn deed. Niet omdat ik wil dat jij pijn hebt, maar meer omdat ik wil dat je weet hoe het voelt.Â
Een tijdje geleden zei je sorry tegen mij. Sorry voor wat je had gedaan met mijn gevoelens en nu denk ik dat dat jouw afscheid al was. Ik wuifde die sorry weg en vertelde jou dat je dat nooit meer mocht zeggen. Nu snap ik waarom jij sorry zei en nu accepteer ik jouw sorry. Mijn gevoelens doen pijn.Â
Het doet pijn dat ik niet meer kan houden van de dingen waar wij samen van hielden. Iets met emotionele waarde en herinneringen. Mijn gedroogde bloemen wilde ik het liefst in de brand steken want ze deden mij denken aan jou. Elke keer als ik nu nog jouw gezicht zie of jouw stem hoor of per ongeluk ons gesprek open, doet het pijn. Je mag het overdreven vinden. Ik bedoel, hoe goed kenden wij elkaar nou eigenlijk? Misschien stel ik mij ook wel ontzettend aan. Misschien.Â
Ik heb met jou gepraat over dingen waar ik nog nooit eerder met iemand over had gepraat. Alles wat jij deed en doet vind ik interessant. Jouw ambities. Jouw kijk op het leven en alles daarin en omheen. Het doet pijn om te weten dat ik niet meer mijn gedachtes met jou kan delen. Het doet pijn om te weten dat we niet meer urenlang zullen praten over van alles en niets tegelijk.Â
Je moest eens weten hoe vaak ik op dezelfde plek heb gezeten in de stad om wijn te drinken. Om ervoor te zorgen dat ik iets minder verdrietig zou zijn. Om ervoor te zorgen dat ik de wereld weer even zou gaan zien met een roze gloed er overheen. Jij bent het type waardoor mensen zoals ik hun verdriet en pijn gaan wegdrinken. Jij bent het type dat harten aanraakt met beide handen om ze daarna heel hard te laten vallen. Het doet pijn.Â