64
eigenaardig, dat ik in de misère van mijn tienerjaren het einde hoopte te vinden op de brug waar ik na al die jaren de moed bij elkaar heb geraapt om er weer op te staan
dat er weing veranderd lijkt te zijn, al weet ik nu dat ik het einde niet hoop te vinden op een brug maar ergens minder hoog en waar ik niet over de wereld heen kan kijken of de wereld naar mij
er is weinig veranderd in mijn ongelukkig lijden, behalve elk jaar dat ik erbij op kan tellen en ik nog meer verstrengeld raak in de hoop dat er een heel ander einde voor mij bestemd zou moeten zijn
ergens hier ver vandaan waar mijn malaise ook ver van me is verwijderd en waar ik als eigen spinsel geen geheim meer ben













