Ik rouw het verlies van een half jaar,
Wat verandert in mijn halve leven.
Wensend dat ik iemand anders was,
Gemaakt zoals ik gemaakt wil zijn.
Als perfectie die je zoekt,
op het puntje van je tong ligt,
Je grootste vijand je belangrijkste levensmiddel.
Ik heb honger, niks voldoet mij,
Niks is genoeg om mij te redden,
Er is iets in mij geprogrammeerd,
Nummers gestikt door mijn brein.
In mij geweven als het rode draad,
Wat mij steeds terug verbind,
Aan deze zelf toegebrachte hel.
Blijven strijden om te ontsnappen,
De angst dat het nooit weer goed komt groeit in mij,
Als ik langs de spiegel loop,
De reden waarom ik zo ben.