Soms zou ik willen dat we echt in een simulatie leefden. Of dat er op z’n minst in het echte leven ook (snel)toetsen waren zoals op een computer. Dan kon ik gewoon efkes control a gevolgd door backspace doen, en simpelweg opnieuw beginnen met een blanco blad. Want ik schreef ooit dat ik in plaats van muren hele steden rond mijzelf gebouwd had. Zodat als er toch iemand binnen zou raken ik mij alsnog zou kunnen verstoppen. Wel nu zijn die steden al een tijdje aan het afbrokkelen en ben ik aan het verdwalen in de ruïnes. En alhoewel ik het hier nog steeds schoon vind - want ik houd van onvolmaaktheden en gebrokenheid - voelt het toch verstikkend. Het is een eenzaam bestaan - al die ruïnes en niemand om ze mee te bezichtigen. Maar ik heb het mezelf aangedaan; ik heb lang gedacht en gepredikt dat liefde niets voor mij was. Dat ik daar niet voor gemaakt ben. En daar had ik dan ook de gestaafde argumenten voor. Maar zoiets noemen ze self-fulfilling prophecy. Want ergens wil ik wél geliefd worden natuurlijk. En liefhebben. (Elke mens heeft daar behoefte aan; dat zit in ons dna). Dus nu wil ik mijn muren afbreken, één van die steden heropbouwen en vernoemen naar iemand. Een stad niet langer om mij in te verstoppen, maar om te laten zien wie ik echt ben. Toch blijf ik ronddwalen; alsof ik wacht op degene die mij wilt komen zoeken, en de uitweg tonen.













