Ik kijk je aan, maar je kust hem. Ik sta op, verwrongen met gedachten, en zoek mijn jas. Terwijl ik mijn jas vind, hangend achter zijn jas, hoor ik je vragen: 'Ga je al?' Ik antwoord niet, kijk naar hem en rits mijn jas dicht. Eenmaal buiten in de miezer, kijk ik je aan door het raam. Je kust hem opnieuw. Ik zet mijn kraag omhoog, en denk alleen: 'Mag ik ook? Hem of haar.'


















