Ik huil voor de 5-jarige ik. De 8-jarige, de 10-jarige, de 14-jarige, de 17-jarige, de 23-jarige en alle ikken daar tussenin.
De pijn lijkt ondraaglijk, maar ik draag haar.
Ik draag haar in het vastgrijpen van mijn zachte knuffel die permanent op mijn schoot woont.
Ik draag haar in mijn ingewanden die elke huilbui hun weg naar buiten lijken te zoeken.
Ik draag haar in de afdrukken van mijn nagels in mijn schouders, in een poging om mezelf stevig genoeg vast te houden om dit te kunnen dragen.
Ik draag haar.
Ik draag mij.










