Zo groot kan Nederland toch niet zijn?
Zo groot kan Nederland toch niet zijn, dat ik jou nooit meer te zien krijg? Al is het vluchtig op Centraal of ergens op een festival, waar ik dan sta, achter de bar, en wij per toeval- Zo groot kan Nederland toch niet zijn? Dat ik jou nooit meer te zien krijg. In een heel mensenleven lang, kom ik jou toch nog wel tegen? Pinnend bij een tankstation, of in een Mac Donalds restaurant, zo veel tellen we er toch niet in Nederland?
De kans is toch niet zó klein? Dat ik je nooit meer tegenkom in een Albert Heijn? Of Jumbo, Lidl, Boni, Plus? Of misschien toevallig op de voetbalclub.
Of loop ik je te lijf op een verjaardagsfeest, of barbecue, of bruiloft van zo’n iemand die wij dan beide ‘n soort van kennen... Zo groot kan Nederland toch niet zijn?
Zeventien miljoen mensen, maar ik zweer dat er een dag moet komen waarop ik je zie fietsen, lopen, of dat je langswaait op een waddeneiland. Of dat wij beiden ‘s nachts op Schiphol stranden, vliegtuigen vertraagd. Zó groot kan Nederland toch niet zijn? Dat ik je nooit meer te zien krijg?
Niet toevallig in de kroeg of op een foto in een krant, Niet spontaan op een huisfeest of in m’n leven onverwacht want zo groot kan Nederland toch niet zijn, dat ik je nóóit méér te zien krijg?














