Daar komt het. Ik ben er al maanden bang voor en nu gaat het gebeuren. Kan ik het nog tegenhouden? Hoeveel stops moet ik nog, drie? Het moet me lukken. Dit gaat me toch niet overkomen? Blijf naar buiten kijken. Adem diep in en uit. Ik word warmer en warmer tot mijn hoofd bijna uit elkaar knalt. Het zweet breekt me uit. Ik kan nergens heen. Naast me zit een nietsvermoedende vrouw. Ik wil haar waarschuwen maar ik krijg geen woord uit mijn keel. Ik open de rits van mijn rugtas. Daar zit de plastic tas in die ik thuis in een helder moment uit de kast had gegrist. Zelfs zo helder dat ik de tas nog heb gecontroleerd op gaten. Hij is lekvrij. Gelukkig, want ik kan het niet langer inhouden en buig voorover. Daar komt de eerste golf. Dan komt er nog een tweede, een derde, een vierde, een vijfde, God weet hoeveel. Het is muisstil in de bus, op mijn kotsgeluiden na. Niemand zegt wat, zelfs de mevrouw naast me niet. Ze blijft stoïcijns voor zich uitkijken. Wat zullen ze denken? Waarschijnlijk dat ik gister te veel heb gezopen. De vrouw die bij de bushalte zo lief naar me lachte, zit nu voor me. Ook zij verroert zich niet. Eindelijk komen we aan bij station Bijlmer Arena. Ik pak mijn tasjes bij elkaar en loop de bus uit. Ik scan de omgeving voor een prullenbak. Die moet hier toch wel ergens staan? Met mijn kotszakje loop ik een tijdje misselijk over het bedrijventerrein van de Bijlmer. Tot ik er eindelijk een tegenkom. Ik mik de tas erin. Zo. Niets gebeurd, overtuig ik mezelf.