De mogelijkheden
Toen de deur dichtviel was het slechts een kwestie van seconden vooraleer de film van de avond teruggespoeld was en zich voor zijn geest opnieuw begon af te spelen. Dit had hij de laatste tijd wel vaker en hij was er zich ook steeds bewuster van dat dit gebeurde. Iedere opmerking, ieder bevreemdend stil moment, elke blik: alles moest en zou geĆÆnterpreteerd en vanuit alle mogelijke hoeken geanalyseerd worden. Hoe vaker hij deze psychologisch veeleisende klus ondernam, hoe meer het hem begon op te vallen: er waren veel momenten die voor verbetering vatbaar waren. Hij kon op vele vlakken een aangenamere gesprekspartner, prettiger gezelschap en algemeen gezien misschien zelfs een beter persoon worden, maar waarom kon hij zijn verworven inzichten niet meteen toepassen? Of beter nog: waarom kon hij niet terugkeren om hier en daar momenten bij te sturen of recht te zetten?
Een man komt een cafƩ binnen. Het is bijna middernacht. De barman zucht en geeft aan dat hij nog een drankje wil schenken. De man bestelt een dubbele whisky. Een vrouw staat gek te doen in een groepje vrienden. Zijn het collega's? Vrienden van een lang vervlogen middelbareschooltijd? De man kijkt toe en heeft er het raden naar. De vrouw danst opzichtig, wat op afgemeten gelach wordt onthaald. Na een tijdje geeft de vrouw het op. Ze leegt haar glas, trekt haar jas aan, omhelst iedereen vriendschappelijk ten afscheid en vertrekt dan. In het buitengaan kruisen de blikken van de man en de vrouw elkaar. Langer dan een seconde duurt dit echter niet. De vrouw klimt buiten op haar fiets, begeeft zich op de rijweg en wordt gegrepen door een politiewagen. Ze sterft ter plaatse. De enige getuige is een halfdronken man die het hele gebeuren heeft gadegeslagen vanaf zijn barkruk in het cafƩ.
Natuurlijk kon hij dat wel. Hij wist hoe het moest en hij had het benodigde toestel met bijhorende accessoires ook in de middelste lade van zijn schrijftafel opgeborgen. Daar wachtte het al jarenlang in een lederen etui, klaar om ooit gebruikt te worden. Vooralsnog had hij echter de juiste gelegenheid nog niet gevonden om het voorwerp in werking te stellen. De bijsturing van alledaagse momenten was te banaal en hij twijfelde zelfs of hij zich bij een ingrijpende gebeurtenis wel de moeite zou getroosten om het toestel te gebruiken. Af en toe trok hij de desbetreffende lade open en keek naar het bruine pakketje dat geduldig bleef liggen tussen een bundel ongebruikte omslagen en enkele rolletjes plakband. Het kostte hem dan steeds enige moeite om de lade weer dicht te schuiven.
Een man komt een cafƩ binnen. Het is middernacht. De barman zucht en geeft aan dat hij nog een drankje wil schenken. De man bestelt een dubbele whisky, bedenkt zich en vraagt een tonic in de plaats. Terwijl hij op zijn drankje wacht, moffelt hij een pakketje in zijn binnenzak. Een vrouw staat gek te doen in een groepje vrienden. Zijn het collega's? Vrienden van een lang vervlogen middelbareschooltijd? De man kijkt toe en heeft er het raden naar. Hij vindt de vrouw wel knap en houdt van haar gekke bewegingen. De vrouw danst dan ook opzichtig, wat echter slechts op afgemeten gelach van haar gezelschap wordt onthaald. Na een tijdje geeft de vrouw het op. Ze leegt haar glas, trekt haar jas aan, omhelst iedereen vriendschappelijk ten afscheid en vertrekt dan. In het buitengaan kruisen de blikken van de man en de vrouw elkaar. De man wil knipogen of haar aanspreken, maar ze heeft haar blik al afgewend. Hun oogcontact duurde niet langer dan een seconde. De vrouw klimt buiten op haar fiets. Ze denkt iets te horen, maar gaat er dan van uit dat ze zich dat heeft ingebeeld. Ze begeeft zich met haar fiets op de rijweg en wordt gegrepen door een politiewagen. De enige getuige is een bange man die het hele gebeuren heeft gadegeslagen vanaf zijn barkruk in het cafƩ.
"Wil je praten over wat er gisterennacht is gebeurd?" vroeg de vrouw die hij zonet had binnengelaten. Hij moest twee keer bewust met zijn ogen knipperen om de vraag tot zich te laten doordringen. Wou hij praten over de zaken die hij gisteren had gezien? Zag hij het zitten om de gebeurtenissen van de afgelopen vierentwintig uur over zijn lippen te laten rollen en hen zo het definitieve karakter van het uitgesprokene te laten krijgen? (Alhoewel: werd iets wel definitiever wanneer het werd uitgesproken? Waren woorden dan niet vluchtig, zeker wanneer ze slechts gezegd en niet geschreven werden? Hij dwaalde af.) "Ik ... weet het niet", zei hij aarzelend. Hij liet een pauze vallen vooraleer hij verder sprak, maar gaf met zijn halfopen mond aan dat hij nog iets zou toevoegen. "Ik weet niet of ik me nog veel herinner." Dat laatste was een leugen. Hij herinnerde zich alles. Hij herinnerde zich ieder moment zeer goed, aangezien hij ze allemaal had geanalyseerd en geĆÆnterpreteerd. Meerdere keren zelfs.
Een man komt een cafƩ binnen. Het is iets na middernacht. De barman zucht en geeft aan dat hij nog een drankje wil schenken. De man bestelt een dubbele whisky, bedenkt zich en zegt: "Doe maar een tonic ... of nee, toch een whisky, maar geen dubbele." Terwijl hij op zijn drankje wacht, moffelt hij een pakketje in zijn binnenzak. Een vrouw staat gek te doen in een groepje vrienden. Zijn het collega's? Vrienden van een lang vervlogen middelbareschooltijd? De man kijkt toe en heeft er het raden naar. Hij vindt de vrouw echt knap en houdt van haar gekke bewegingen. De vrouw danst dan ook opzichtig, wat echter slechts op afgemeten gelach van haar gezelschap wordt onthaald. Na een tijdje geeft de vrouw het op. Ze leegt haar glas, trekt haar jas aan, omhelst iedereen vriendschappelijk ten afscheid en zet dan haar vertrek in. Hierop heeft de man gewacht. Hij neemt een slok en raapt al zijn moed bijeen. In het buitengaan kruisen de blikken van de man en de vrouw elkaar, maar daar blijft het niet bij. "Mag ik je even zeggen dat je geweldig danst?" vraagt hij. Het klinkt stamelend en hij is bang dat de vrouw hem bij wijze van reactie straal zou negeren, een afkeurende blik zou toewerpen of zelfs in het gezicht zou slaan. In plaats daarvan verschijnt er een glinstering in haar ogen. "Iedereen vindt me maar gek als ik dans," zegt ze met een glimlach, "dit is de eerste keer dat iemand daar iets positiefs over zegt." Ze geeft hem een welgemeende kus op de wang. De man voelt hoe een warme golf hem overspoelt. "Drink je nog een allerlaatste van mij?" vraagt hij. Ze aarzelt. Ergens snijdt een loeiende sirene door de stilte van de nacht.




















