Mechanisme 2: zelfsturing en het oerconflict
…Waarom werkt dat agile toch niet altijd en overal? Ik herken een paar mechanismen die ik graag zou willen delen in de komende blog posts…
Een belangrijk element in het Agile werken is het zelfsturende of zelf-coördinerende team. Dit is het element dat het sterkste botst met de modus operandi in bureaucratieën.
De Caluwe en Vermaak (2014) beschrijven 5 vaste faalfactoren bij zelfsturing:
1. De taak van het team is niet autonoom genoeg
2. De doelen zijn veel te ambitieus
3. Het team is een geïsoleerd experiment in een ouderwets werkende organisatie
4. De baas laat het team niet met rust
5. Zelfsturing wordt vooral met de mond beleden
Het weerbarstige karakter van de bureaucratieën waarin ik werk, leidt vooral tot punt 3, 4 en 5 en heeft alles te maken met de machtsverhoudingen die onder druk komen te staan bij de implementatie van zelfsturing. Het is een overgang van positioneel naar transactioneel organiseren (Wierdsma, 2009): Bij positioneel organiseren is kenmerkend dat de top zich verantwoordelijk voelt voor het geheel en verwacht dat de medewerkers zich bekommeren om hun eigen deel. Maar als klantvragen meer gaan verschillen en snelheid van handelen gewenst is, dan worden de beperkingen van het positionele organiseren zichtbaar. Het teruggrijpen op regels en hiërarchie werkt dan te traag en te beperkend. Samenwerking tussen medewerkers bepaalt nu het succes. Positioneel organiseren richt zich op posities en deelbelangen. Bij transactioneel organiseren daarentegen is er op alle niveaus een oriëntatie op het leveren van bijdragen aan de transactie met de klant.
Kloosterboer (2015) noemt dit een ontstekingsbron: Dit lastige dilemma is ook te zien als afgeleide van het universele streven naar coördinatie en beheersing vanuit de leidinggevende positie en de al even universele drang naar autonomie en handelingsvrijheid vanuit het niveau daaronder. Deze ontsteking zit ingebakken in alle verticale relaties. Of het nu gaat om een raad van bestuur en hun directeuren, of om een teamleider en zijn medewerkers.
We hebben hier te maken met een dilemma in de organisatie - ook wel bekend als het oerconflict (Hanson, 1976). Het interessante in organisaties met kenniswerkers is dat het helemaal niet zo helder is wie in dit conflict de macht heeft. De manager wordt aangesproken op coördinatie en beheersing maar zijn ondergeschikten hebben de kennis die nodig is om zicht te hebben op de status van het werk. Als dit conflict niet erkend en aangepakt wordt, staat het de ontwikkeling van zelf-coördinatie of zelfsturing in de weg.