Ik vraag me af waarom ze dit nu ineens zegt. Een stem in mijn hoofd vertelt mij zakelijk dat ze dit doet om aan te geven dat er wat haar betreft een klik is met mij. Dat ze dit zegt om te onderzoeken of er een basis is voor verdere behandeling tussen ons.
Dat ze nieuwsgierig is naar mij weet ik al even, want dat kan ze niet onderdrukken. Daarvoor ken ik de gierige informatie absorberende mens te goed. Zelf ben ik ook zo en dat schept een band.
Of ik het niet irritant vind dat ze zo nieuwsgierig is? Hoest, proest, jepperdepep, zekerste weten. Er is niets zo irritant als een hulpverlener die bijna een orgasme krijgt omdat ik ik ben, en in elkaar zit zoals ik in elkaar zit.
Ik houd er niet van bekeken te worden. Ik houd wel van erkenning en als zij mij voor haar ogen als een gek ziet dissociëren en ze vertelt mij dat later terug en ik eindelijk, eindelijk, eindelijk na tweeëndertig jaar voel dat er iemand eindelijk nu eens ziet wat er in mij gebeurt vind ik dat zó fijn en zo verdrietig dat ik het negeer.
Ik vind je leuk zeggen meisjes tegen jongens op de basisschool. Dat zeggen brugklassers zonder fatsoen. Dat zeg ik in een bos vlak voor het zoenen als ik toch al een flink jaar officieel volwassen ben.
Maar een therapeut die dat tegen mij zegt maakt mij benauwd. Ik denk aan hoe ze getrouwd is met een man die ik ken. Mijn hoofd maakt overuren. Ik denk aan haar kinderen en hoe ik hoop dat ze monogaam is en heel erg hetero.
Ik denk aan hoe loser ik ben: dat ik zelfs van zoiets officieels aardigs op tilt sla.
“Jij weet helemaal niet hoe ik ben. Dat zal je vies tegenvallen. Jij denkt te weten hoe ik ben en mij gedraag, maar ik ben niet leuk. Echt niet en zeker niet als je mij echt kent. Zouden haar cliënten andere mensen misbruiken of andere strafbare feiten ondergaan? Vind zij hen ook ‘leuk’?
Gatverdamme zeg. Ik moet de eerst volgende keer eens goed aan haar vragen of zij ook cliënten behandeld die de wet ernstig hebben overtreden of dat nog doen. Ik krijg hier dus echt een pesthumeur van. Ik hoop dat ik snel weg kan.”
Deze zinnen en gedachten echoën chaotisch door mijn hoofd. Ik hoor stemmen, gedachten, beelden en dromen door elkaar heen tuimelen. Ik weet ook niet meer wat voor of achter is, maar wel dat mijn lippen op elkaar rusten en mijn hoofd de snelste route naar de uitgang gekozen heeft.