Klerejurk
“Dit is een leuk jurkje niet?’’.
-‘Nou ik weet niet hoor, het heeft het model van een jutezak.’ Ik denk na.
‘Wacht ik ga het wel even passen,’ zeg ik. ‘Het is toch niet druk.’
Ik sjouw me heel dat pashokje binnen. Het is klein en het gordijn altijd te smal. Ik mag maar drie kledingstukken uit de winkel meenemen en als ik de beveiligingspal vernietig kunnen mijn andere spullen beschadigd raken. Ik ben blij dat iemand de moeite heeft genomen deze stickers op te plakken. Ik wil nog weleens wat vergeten.
Vraag jij je ook altijd af of ze ook in het hokje filmen? Ik zie voor me hoe iemand op de bovenste verdieping continu de kleedhokjes in de gaten houd. Even wil ik mijn middelvinger opsteken, maar zoals zo vaak met even doe ik het toch maar niet.
In plaats daarvan hijs ik mij uit mijn winterjas, hang een tas op en doe mijn trui uit. Ik zie dat mijn moeder mij een maat groter heeft gegeven. Dat doet ze wel vaker, maar dikker dan dat ik al ben ben ik echt toch niet.
Ik trek de jurk over mijn hoofd en zie mezelf voor de spiegel staan. Ik sta in de doucheruimte naast de separeercel en heb net een schone scheurjurk aangekregen in het blauw. Ik ben een walgelijk mens hoor ik mezelf denken. Nog slechter dan de mieren die niemand wil vieren.
Dan hoor ik stemmen en zie ik winkellicht op de vloer. Ik kijk weer in de spiegel terwijl mijn ogen vol staan met water. Snel trek ik die klerejurk uit en doe mijn jas aan.
Ik loop naar mijn moeder en zeg haar dat ik deze jurk niet hoef. Nooit niet. Ze kijkt wat verbaasd maar als ze mijn gezicht heeft gelezen weet ze dat doorvragen geen zin heeft.
Het is zo rustig dat ik zacht in haar oor fluister: ‘Deze jurk kreeg ik ook op mijn vakantie zeg maar in Grolloo.’ Ze knikt en ik loop verder naar woondecoratiespullen die de ellende mooi verhullen.
Het is zo simpel nog niet om de eerste de beste, de beter de bekkenste van het kippenhok te zijn.








