Voor mij waren dromen nooit bestemd, want alles wat ik wou zijn kon ik nooit waar maken.
Van ballet to schrijven, ik ben nooit iemand geweest die haar dromen kon achtervolgen.
Ik had altijd een back-up nodig. Ik kan niet leven van dromen, want ik voel hoe de pijn in mijn lichaam verspreid.
Ik lees hoe ik mijn eigen taal achterlaat voor een taal waarin ik wel kan spreken. Is dat niet erg? Daar gaat weer een kans, maar deze keer niet door mijn gezondheid. Maar door mijn eigen angsten, want ik ben dat kind. Dat kind dat nooit bepaalde klanken kon maken, en het kind dat nu nog steeds zich verschuild achter tranen.
Ik vraag mij af, als ik ooit een verhaal kan publiceren is het dan genoeg geweest? Kan mijn hart dan eindelijk accepteren dat de beroepskeuze die ik heb gemaakt het beste voor mij is?
Dat de kunst misschien wel naar mij roept maar dat ik het achterwege moet laten. Ik moet mijn dromen vergeten als ik wil leven.
Ik ben nooit een kunstenaar geweest tenzij het kwam tot woorden, maar zelfs dat ben ik verloren.