*woorden die ik schreef, lang geleden*
Het liefst zou ik deze brief willen verzenden maar ik weet zeker dat je dat niet op prijs stelt. Je kan namelijk nogal slecht tegen de waarheid. Daarom schrijf ik deze brief en verzend ik hem niet. Het spijt me maar ik kan je even geen mam of mama meer noemen. Zo voel je even niet meer voor mij. Zo ben je ook even niet meer voor mij.
Als ik de kans krijg en als ik genoeg geld heb, ben ik weg en dan ben je mij voor altijd kwijt. Je zou eens moeten weten wat er in mijn hoofd omgaat. Mijn spontane zelfmoord gedachten, mijn moordgedachten richting mijn zusje. Heb je dan echt niet door dat ze alles voor mij verpest? Moet je het er altijd inwrijven dat zij mooier, liever, aardiger, spontaner, slimmer, vriendelijker, intelligenter, socialer en leuker is? Moet je mij altijd confronteren met mijn verleden? Moet je altijd zeggen dat ik op mijn vader lijk? Moet je dat nou altijd per se zeggen? Kan je het nooit voor je houden? Heb je misschien enig idee hoeveel pijn je mij daarmee doet? Je hoeft het niet te zeggen hoor, ik weet het namelijk allemaal al. Ik weet dat je mij haat om wie ik ben en om wat ik doe. Ik weet dat je mijn zusje veel en veel leuker vindt. Ik weet wel dat je meer van haar houdt. Wil je alsjeblieft stoppen met mij pijn doen? Ik verdien dat niet.
Ik durf je niet eens te vertellen hoe ik me voel. Er is iets wat ik je al heel lang wil zeggen maar ik weet zeker dat je heel boos op me wordt als ik het je vertel. Je wil het toch niet horen. Je staat er toch niet open voor. Jij denkt dat ik mezelf wel red, nou dat heb je mis. Ik mis een vader. Ik mis iemand die mijn hand pakt als ik het moeilijk heb. Ik mis iemand die me troost als ik verdrietig ben en aangezien jij die taken nooit op je zal nemen…
Ik zou zo graag een lieve vader willen. Eentje die wel leuk is en oprechte liefde geeft.
En weet je, ik had gehoopt dat alles beter zou worden na onze pauze maar daar heb ik me vies op verkeken. Je bent gewoon terug in je oude gedrag gevallen en je moet nu niet zeggen dat het aan mij ligt. Ik ben zo veranderd en jij bent de enige die dat niet ziet of niet wil zien. Ik heb al zo vaak te horen gekregen dat ik er beter uitzie en dat ik spontaner ben. Waarom wil je dat niet zien mama? Beteken ik dan echt helemaal niks voor je?
Je zou me nu moeten zien. Huilend achter mijn laptop een brief te schrijven naar jou. Een brief die ik toch nooit ga verzenden, dus waarom schrijf ik hem eigenlijk? Ik zal al mijn brieven naar jou eens uitprinten en bij elkaar binden. Misschien geef ik ze ooit aan je. Als ik voorgoed wegga. Maar dan is het te laat. Dan kan je het niet meer goedmaken. Ik wou dat ik tegen je durfde te praten. Ik wou dat ik niet bang voor je was. Ik wou dat je een normale moeder voor me was. Jammer dat dat niet zo is. Jammer dat ik altijd alles alleen moet oplossen. Jammer dat jij er nooit voor me bent.
Weet je nog wie het gezin bij elkaar heeft gehouden na de scheiding? Ja, dat was ik en ik was nog maar twaalf jaar. Ik kon die taak helemaal niet op me nemen en toch deed ik het. Heeft dat dan helemaal niks bij jou losgemaakt? Ben je dan nooit trots op me geweest? Als ik een einde aan mijn leven zou maken, ben je dan trots? Trots op jezelf? Dat je mij zover hebt gekregen. Dat je mij genoeg pijn hebt gedaan. Nou mama, dat moment komt steeds dichterbij.
Ik hoef niet meer te leven op deze manier. Het liefst zou ik weggaan en nooit meer terugkomen. Naar een onbekende plek en daar helemaal opnieuw willen beginnen. Ik snap ook gewoon niet waarom jullie mij niet hebben laten adopteren. Jullie hielden toch niet van mij en dat doe jij nog steeds niet. Jij houdt alleen maar van jezelf en van de mensen die in jouw straatje passen en daar hoor ik – spijtig- niet bij. Je bloedeigen kind hoort niet in jouw straatje thuis omdat ze anders is, anders denkt, anders doet en anders praat.
Ik zou zo graag willen dat je besefte wat je met me doet. Ik zou willen dat je eens goed naar mij zou kijken en dat je zag hoe erg ik kapot ga vanbinnen. Door jouw schuld. Ja, je woorden steken als scherpe messen in mijn hart. De klappen branden in mijn huid. Mijn gedachten gillen in mijn hoofd en lopen elkaar in de weg. Het duurt niet lang meer en dan wordt het kortsluiting en dan gaat het helemaal mis. Dat beloof ik je.
Moeder, kijk nog maar eens goed naar me. Misschien is dit wel je laatste kans.