Augustus
Ik word wakker en augustus ligt naast me. Ze blaast haar warme adem over me heen. Haar adem ruikt bitterzoet, als het begin van een einde. Augustus is hier en jij bent hier niet. Alsof er maar plek is voor één in mijn bed.Β
Ik slaap al weken zonder dekens en herinner me hoe onze huid aan elkaar plakte in juni. Ik herinner me de eindeloze hitte. Ik hoop dat het snel zal regenen. Ik hoop dat regen je van me af zal spoelen. Ik bespeur restjes van je speeksel en zweet en zaad op mijn huid.Β
Tenminste, ik dacht dat ik huid had. Met jou was ik alleen zenuwen en verlangen. Ik had niks om me tegen jou te verweren en dat blijkt. Ik dacht dat ik huid had maar jij raakte me aan en ik ontrafelde.Β
Augustus is hier en jij bent er niet. Misschien is dit hoe het altijd zal zijn, of misschien komt maart en vind ik je terug in mijn bed. Ik hoop dat je me mist of dat ik zal vergeten hoe het voelde wanneer jij in mij bewoog en onze monden elkaars naam echoden. Hoe onze armen en benen en handen en vingers verstrengelden alsof ze niet anders konden. Alsof ze het wisten. Alsof ze herinnerden.
Augustus is hier en ook ik zal snel weg gaan en we zullen niets anders blijken dan lichamen die huid deelden voor een zomer. Alles is altijd in beweging en wij zijn dat ook. Misschien vind ik je opnieuw en misschien niet en dat is de enige manier dat het kon zijn. Ik weet niet veel maar ik weet dat we elkaar moesten ontmoeten en in dat weten laat ik augustus me bij elkaar rapen terwijl ze langzaam verandert in herfst.
















