deel 1. Het was op een late septemberavond. Het was nog net warm genoeg om een ijsje te gaan eten, maar volgens jou was het altijd warm genoeg voor ijs. Dus daar zaten we dan, in de auto, jij achter het stuur en ik op de passagiersstoel. Ik voelde hoe je hand de mijne zocht om vast te nemen. De laatste zonnestralen schenen door de ruiten, lichtjes brandend op mijn huid. Je keek me aan en lachte je tanden bloot en ik bleef maar duidelijk maken dat je je ogen op de weg moest houden. Dat deed je dan uiteindelijk ook. Je kneep ineens in mijn hand en ik zag hoe je vrolijke gezicht plaats maakte voor een veel te serieus, sober gezicht. Je leek helemaal niet jezelf. Ik plaatste m'n hand op je been en vroeg wat er was maar je bleef maar doodserieus voor je uit kijken. Dat was tot ik je naam toch nog eens noemde. 'Nick?...' Je keek me aan -en ik was al blij dat je keek- maar toen zag ik de tranen die je had proberen te verbergen voor me. En toen liet je het gaan. Ik probeerde je te troosten, en je voelde je zo veilig in mijn armen, tot je helemaal de controle kwijt raakte over het stuur en ik ons eerste auto-ongeluk had veroorzaakt, en voor jou ook je laatste. Ik weet niet of ik het mezelf ooit nog zal vergeven.
part 1 of a book I’ll probably never finish











