Blogger zeepbel gebarsten?
‘Metamorfose voor Fashion Week’ kopte de Amerikaanse krant Wall Street Journal onlangs. De strekking van het verhaal was dat IMG, de overkoepelende organisatie van de modeweek het aantal bloggers dat op de been is tijdens de modeweek aan banden wil leggen. En dat is nodig.
Vooral in New York is de wildgroei aan bloggers groot. Wie een show bezocht in Lincoln Center, de plek waar de meeste shows werden gehouden, moest zich door een haag van stylebloggers vechten. Meisjes (er zijn ook jongens, maar het gros is vrouw) die hinderlijk heen en weer paradeerden in de hoop te worden opgemerkt door een andere blogger met een kiektoestel belemmerden de doorgang.
Zichzelf laten fotograferen is o zo belangrijk voor deze selfie-generation dat enkelen shows ‘misten’ omdat ze voor de ingang werden opgehouden. Vereeuwigd worden, is een must. Ze moeten immers aan pr-bureaus bewijzen dat ze zijn vastgelegd met de gekregen stukken. Zo rechtvaardigden zij hun bestaansrecht.
Het fenomeen schoot het doel voorbij. ‘It was becoming a zoo’, motiveerde Catherine Bennett, voorzitter en uitvoerend directeur van IMG de modeweek metamorfose. En daar zijn de modehuizen deels zelf verantwoordelijk voor. Bloggers werden omarmd door de merken. Ze schreven precies wat de merken wilden en zorgden voor nieuwe impulsen. Een merk als Kenzo leefde weer op dankzij bloggers die met hun gratis Kenzo sweater op oneindig veel blogposts stonden.
Twee seizoenen lang ruimden Dolce & Gabbana een deel van de eerste rij in voor bloggers en hun laptop. Ze brachten direct naar buiten wat er binnen gebeurde. Vaak kwamen ze niet verder dan een simpele opsomming van de show. Maar hé, het was allemaal nieuw en dus een interessante beweging. Met lede ogen keek de gevestigde orde naar het fenomeen. Want, waar ging dit naar toe? Konden de kids hun nieuw verkregen status waarmaken? Een plek op de eerste rij is immers voor de top van de mode-industrie weggelegd en sommigen zullen die eliteplaats zelfs na jaren ploeteren nooit bereiken.
Het beroep modeblogger vermenigvuldigde zich als een virus. Iedereen met een laptop noemde zich plotseling modeblogger, waardoor er een merkwaardige wildgroei ontstond en de trein ontspoorde. De basisingrediënten van de doorsnee blogger waren: jezelf (laten) fotograferen in bij elkaar geschooierde kleding en de foto op een site plaatsen onder begeleiding van een tekstje als ‘I love blablabla’. Ik heb nooit gesnapt wat daar de lol van was en waarom het zo interessant was, maar dat terzijde.
PR bureaus omarmden de nieuwe stijliconen als reclamezuil. Hoe vaak ik de afgelopen drie jaar niet het volgende heb gehoord: ‘als xyz een shirt van merk x op haar site zet, is het meteen uitverkocht’. Right. Er werden speciale bloggerevenementen georganiseerd, want bloggers en ‘oude media’ gingen slecht samen omdat ze qua motivatie en gedachtegoed lijnrecht tegenover elkaar staan.
Zo keek ik mijn ogen uit toen ik tijdens een persreis op pad was met een blogger die geld én kleding kreeg in ruil voor een verslagje op de website. Objectiviteit? Zero. Over de leegte van het stukje hebben we het maar niet. Het barst van soortgelijke verhalen. Zo las ik tweets van een blogger die een show van Lacoste in New York miste omdat ze ‘een half uur op de metro wachtte die niet kwam opdagen en het voor een taxi te laat was’. Poeh poeh.
Niet alleen de mode ging met de blogger aan de haal. Bedrijven, bang dat ze de boot misten, doken graag in het nieuwe reclamevehikel. Ik kan me een gesprek herinneren met een tandpastadirecteur die 125 bloggers voor een evenement had uitgenodigd. 125… ik wist dat er veel bloggers waren, maar 125? Ze waren volgens de man gescreened, maar dat nam mijn scepsis niet weg. Wat hij van ze verwachte, vroeg ik voorzichtig. ‘Dat ze een buzz creëren’. Maar er kwam geen buzz. En al zou er een buzz komen, die leidde echt niet tot hysterische verkoopcijfers van het nieuwe tandenpoetsmiddel.
In september tijdens de Max Mara show zat een blogger met een handjevol Twitter volgers vóór de Nederlandse Elle. Ook zoiets wonderlijks. Vond de dame van Elle ook. Het blad bezoekt jarenlang de modeweken, maakt er verslagen van en post naar aanleiding van de show geen berichten in de stijl van: ‘today I’m wearing’, gevolgd door een batterij merknamen. Eerder dit jaar gaf Oscar de la Renta te kennen af te rekenen met grote showlocaties waar ’20 miljoen mensen met nul relevantie tot de kleding zitten’. In september gaf hij een intieme show waarbij slechts 350 gasten in plaats van 1500 aanwezig waren.
Of met de beslissing van de New York Fashion Week andere modeweken zullen volgen en of daarmee het eind van de doorsnee modeblogger in zicht is, is afwachten. Zeker is dat er iets moet gebeuren om de verzadiging weer te laten omslaan in begeerte.