Het humanisme voorbij: een groene visie op de mens
Het aanbod in mijn lokale bibliotheek is de afgelopen jaren merkelijk verbeterd. Er staat een kast waar de nieuwste aanwinsten worden tentoongesteld. Steevast zitten daar heel recente en kwaliteitsvolle titels tussen.
Een zo'n boek dat mijn aandacht recent trok, is Het woord dat de dood verslaat: verhalen over ware grootheid door de Nederlandse auteur Rob Riemen.
In dat essay brengt hij in een theatrale stijl en met een vleugje magisch realisme een pleidooi voor klassiek humanisme en het oude Bildungsideaal met een grote rol voor de studie van klassieke literaire werken. Dit betoog is zo oprecht, zo vrij van enige ironie, dat het aandoenlijk wordt.
Het probleem met het klassiek humanisme
Dat neemt niet weg dat het klassiek humanisme waar Riemen voor staat volgens mij achterhaald is. Het grootste probleem ermee is zijn afkeer van het gegeven dat de mens ook een dier is.
Zo schrijft de auteur op p. 92:
[Ieder mens kan] deze transcendente ideeën [...] zich eigen maken door zich te verheffen boven zijn dierlijke instincten en driften.
Nog vreemder wordt het op p. 113, waar Riemen optekent:
[Het besef] van een geestelijke wereld en een aan ons transcendente morele orde, laat de nietige mens groter dan de natuur zijn.
Deze krampachtige poging om het dier-zijn van de mens zo veel mogelijk te vergeten of onderdrukken, is een eeuwenoude vergissing.
De mens is ook een diersoort, met allerlei irrationele verlangens, emoties en gewoonten die ontstaan zijn door biologische evolutie.
Het is bevrijdend om dit te erkennen. We beseffen dan dat iedereen beïnvloed wordt door irrationele drijfveren. We worden daardoor milder en vergevingsgezinder voor anderen en voor onszelf.
De gevaarlijkste en minst aangename mensen daarentegen zijn doorgaans zij die ontkennen of niet goed beseffen dat ook zij onvermijdelijk beïnvloed worden door dierlijke en dus irrationele verlangens.
Een groene visie op de mens
Mijn antwoord op Riemens klassiek humanisme is uiteraard niet dat we ons volledig moeten overgeven aan primitieve dierlijke instincten.
Wel vind ik dat we goed moeten beseffen dat de mens ook een dier is, met een lange evolutie, waarin redelijke vermogens pas zeer laat ontstonden. Dit inzicht creëert volgens mij meer geluk dan een nogal geforceerde poging om boven ons dierlijke karakter uit te stijgen.
Om toch nog even terug te grijpen naar de klassieke idealen van Riemen: 'ken jezelf' zou er gestaan hebben op de Apollotempel van Delphi.
Een antwoord op deze vraag kan in de 21ste eeuw niet langer zonder kennis van de lange evolutionaire geschiedenis van de mens.
Een visie die de mens erkent als diersoort en de gevolgen daarvan op realistische wijze inschat, mag men gerust 'groen' noemen door haar verwijzing naar natuur en biologie.
Dit mensbeeld hoeft niet per se deterministisch of materialistisch te zijn. Hoewel men dit helaas vaak vergeet, betekent een erkenning van het dierlijke karakter van de mens niet automatisch dat we geen vrije wil hebben of dat alles slechts uit willekeurig bewegende atomen bestaat.
Het groene mensbeeld maakt wel duidelijk dat we pas realistische verwachtingen kunnen hebben van anderen en onszelf als we eerlijk zijn over onze dierlijke kant.
















