Wie ben ik, en wat nu?
Nina Van Aken, beeldende kunstenaar en kunstdocent in opleiding. Wat heeft je het meest geïnspireerd tijdens je opleiding? Ik kwam in de opleiding zonder ervaring, dus de lessen waarbij er een principe werd uitgelegd door middel van een opdracht waren de lessen waar ik zelf het meeste van heb geleerd. Daarnaast ben ik tijdens mijn eerste stage in het PO in aanraking gekomen met een 'landingsopdracht', een opdracht waarbij de leerlingen snel en kort een opdracht uitvoeren. Dit kan toegepast worden op alle lessen en materialen. Het doel is om de leerlingen uit hun hoofd te halen en hen te laten maken, zodat de volgende stappen in de lessen makkelijker gaan. De eerste stap in maken is altijd het moeilijkste. Welke kunststromingen of kunstenaars hebben je het meest beïnvloed?Er zijn weinig specifieke kunstenaars die mij beïnvloeden in het kunstonderwijs, vergeleken met mijn eigen creatieve praktijk. Dit is iets wat ik vaker wil proberen te verwerken. Daarnaast ga ik wel vaak naar musea en tentoonstellingen en haal ik inspiratie uit zowel de kunst die getoond wordt als de manier waarop het gedaan wordt. In de meest recente jaren komen er twee kunstenaars naar boven die in mijn hoofd blijven hangen: Hilma af Klint en Marina Abramović. Wat zijn je toekomstplannen binnen de kunstwereld of het onderwijs?Tijdens mijn stage bij de Kunsthal/SKVR kwam ik erachter dat museumeducatie bij mij past. Ik vind het ontwerpen en uitvoeren van workshops en rondleidingen erg leuk en uitdagend. Dit wil ik voortzetten. Daarnaast ontwikkel ik steeds meer workshops voor volwassenen die creatief willen zijn en begeleiding zoeken. Tijdens het tweede deel van mijn stage loop ik stage bij het VO, Wolfert Tweetalig in Rotterdam. Hier hoop ik een goed gevoel te krijgen over of ik eventueel docent wil worden bij het VO. Buitenschoolse educatie spreekt mij aan, maar is vaak wisselvallig met projecten, en ik zoek ook naar een vaste plek om les te geven. Hoe combineer je je eigen artistieke praktijk met je opleiding?Momenteel pak ik vaak technieken en mediums die mij aanspreken en probeer ik deze toe te passen op de belevingswereld van de doelgroep. Aangezien ik veel ervaring heb met verschillende traditionele mediums, is het makkelijk om dit toe te passen. Ik begin nu ook meer mijn visie op kunst te verwerken in de lessen en workshops. Dit hoop ik meer te integreren in mijn eindwerk tijdens het afstuderen. Wat ga je nu doen? Voor mijn laatste deel van de opleiding wil ik doorgaan met verschillende elementen die ik terugzie in de workshops die ik heb ontwikkeld tijdens de opleiding. Deze zijn: speelsheid, veiligheid, performance en mensen laten maken die zichzelf niet creatief vinden. Hieronder een pagina van mijn pitch met de kern.
Persoonlijk profiel (afgeleid van buitenschoolse educatie) Als Illustrator ben ik vooral gefascineerd door de verhalen die de wereld te bieden heeft. Kleine details die mij opvallen vind ik belangrijk om te vergroten, zoals de vormen die een ruimte het karakter geeft, of de korte gespreken die onbekenden hebben die soms intiemer zijn dan op eerste oogslag. Ik deel via mijn werk wat ik zie, mijn belevingswereld. Waarin ik vaak het ongezien en onzichtbare zichtbaar maak. Hierin kijk ik en verbind ik wat ik zie, hoor en voel met mijn eigen verhaal of d.m.v. een medium. Ik werk voornamelijk met textiel, mixed media en druktechnieken, maar laat mij vaak leiden door het verhaal dat ik wil overbrengen. Ik werk graag samen verschillende culturele instellingen waar met verschillende thema’s zoals neurodiversiteit, sexualiteit, hergebruik/transformatie en eigen verhalen aan de slag kan gaan. Zulke thema’s komen terug in mijn eigen makerschap en vertaal dit veder naar kunsteducatie. Als docent is de kern van mijn rol het vergroten van de belevingswereld en daarin ook de verbeelding van de leerling, ik doe dit via kunst maar ook door het aangaan van een dialoog, zowel in het process van het maken maar ook in het eindwerk werk van de leerling. Ik vind het belangrijk dat kunst, naast de esthetische waarde, reacties oproept bij mensen en er een dialoog plaats kan vinden tussen het werk en de mensen die het zien. Dit creëert een verbinding met de buitenwereld. Voor mij is dit een cruciaal element van wat kunst, kunst maakt en wat ik wil overgeven in zowel mijn artestieke praktijk als in mijn docentschap. Ook speelt experimenteren een grote rol, om op ‘happy accidents’ te komen is het belangrijk om het eindresultaat los te laten, zodra dit gebeurt kan de leerling komen op andere resultaten die hun eerder niet zouden verwachten en dat de grenzen in hun hoofd geen rol meer spelen. Om dit te bereiken introduceer ik vaker experimenten door middel van kleinere speelse opdrachten. Speelsheid is een tool die ik gebruik om de leerlingen mee te krijgen maar ook om plezier op te wekken. Naast workshops op verschillende loacties in samenwerking met (culturele) intellingen geef ik ook museale rondleidingen en workshops. Deze zijn gericht op de beleving en betrokkenheid van bezoekers, vooral leerlingen van primair en voortgezet onderwijs. Omdat dit vaak hun eerste contact met een museum is, is mijn doel om interesse te wekken en hen open te stellen voor de toekomst of zelf initiatief te laten nemen voor een toekomstig bezoek. Ik pas ik mijn benadering aan de verschillende doelgroepen door relevante thema’s voor hen en persoonlijke interesses te verbinden met kunst, waardoor de beleving en relevantie voor de bezoeker centraal staat. Met mijn aanpak vormt een waardevolle meerwaarde voor buitenschoolse educatie zoals, workshop, museum educatie en thematisch werken voor organisaties doordat de leerlingen op een actieve, betrokken en creatieve wijze gestimuleert worden om kunst en cultuur te ontdekken. Ze hun persoonlijke interesse en wereldbeeld te verbreden en daardoor zelfstandig initiatief te nemen. Door kunst en relevante thema’s te verbinden met hun eigen belevingswereld en door het aangaan van dialoog, experiment en speelsheid, wordt leren betekenisvoller, wat bijdraagt aan hun persoonlijke groei en openheid voor nieuwe perspectieven buiten het traditionele onderwijscontext.












