Een belofte
Ik zag een trein vetrekken, hij fluisterde me vrijheid toe een belofte zo dichtbij, toch nog verre van realiteit.
Herhaling heeft me ingehaald elke week vervangt de vorige, elke dag rijd ik dezelfde wegen, heb ik dezelfde vragen, zie ik dezelfde straten, parken, sloten, winkelcentra - het is deze stad verdomme, misschien wel dit land - in ieder geval: de vier muren van ‘t ouderlijk huis - hier daagt zelfs het doucheputje me uit.
De gesprekken uit de kroeg golven nog na - het was niet de drank het was de pijn die sprak
en ik weet niet precies wat het was dat terugsprak maar in vino veritas en adviezen aan jezelf komen beter aan van anderen.
Dozen gevuld met jeugd liggen gestapeld tegen de wand. Er is teveel gebeurd. Niets meer te halen. Ik zal jullie - hier - achterlaten.
Er rust een traagheid in isolement en een wervelwind in onvrede - verwoestend, vrij en wild maar op zondagavond,
zit ik - krijsend - op de grond denkend aan morgen.
Morgen als ik me meld - zal er weer een trein komen die zonder mij verdwijnt.














