In het ziekenhuis zijn een aantal dingen strikt verboden: het gebruik van drank, drugs en uiteraard roken. Onze patiënten die van allerlei verschillende milieus afkomen weten dit over het algemeen. Lastig op mijn afdeling is echter dat de patiënten vergeetachtig kunnen zijn.
Vrijdagavond, het moment van de week dat een mens zich normaal gesproken klaarmaakt voor het weekend, en zich opdoft, bevind ik mij in mijn tweede woonkamer. Het is het einde van mijn dienst. In tijden heb ik het niet zo druk gehad als vandaag. Geen wonder dus dat mijn haar ontploft op mijn hoofd zit in een wilde knot. Ik voel mij alles behalve chic.
Ik zet mijn bril recht en ga door met mijn ronde langs patiënten. Ik vlieg door de gang met mijn oog op de horizon en verbaas me als ik langs kamer 73 schiet. Mijn hersens registeren een onbekend fenomeen. Verward loop ik twee stappen achteruit, en kijk nog eens goed de kamer in. Mijn ogen hielden mij niet voor de gek. Op het bed zit Mevrouw X, een dame met vergevorderde dementie, te pronken in haar bontjas, met een schildpadmotief zonnebril op haar neus en een smeulende sigaret tussen haar perfect gelakte nagels. Nonchalant stoot ze rookwolkjes uit alsof het haar tweede natuur is. Haar andere hand woelt door een kapsel waar Grace Kelly jaloers op zou zijn geweest.
Het aansteken, überhaupt vinden van, en roken van een sigaret geven mij inzicht op de huidige cognitie van Mevrouw X. Ondanks haar vergeetachtigheid blijkt deze handeling volledig intact. Het beeld van Mevrouw X die zelfs in haar staat deftiger is dan ik, zal ik nooit vergeten. Gelukkig heb ik nog zestig jaar om net zo chic te worden.