8.
TIK TIK TIK TIK. Ik loop door een donker bos, het is nacht. Om mij heen alleen maar hoge bomen, het is hier zo dicht begroeid dat ik de hemel niet meer kan zien. Ik zoek een specht. TIK TIK TIK. De specht heeft een gaatje in mijn hoofd getikt en vloog toen snel dit bos in. Het geluid komt steeds dichterbij en ik zie de specht naar een witte boom toe vliegen.
Ik schrik wakker. Vriend stapt net uit bed en kijkt uit het raam. ‘Steph! Er staat een dude een fiets te stelen! Ik bel de politie.’ Wat heldhaftig allemaal dit. Ik ben een beetje slaapdronken en ik ben ook een beetje boos omdat ik nu wakker ben en de specht niet kan vangen. Dat gaatje in mijn hoofd moet echt opgevuld worden, anders loop ik morgen voor gek! Ik vraag aan vriend of ‘die dude’ míjn fiets aan het stelen is. Nu ik hier over nadenk, dit lijkt me sterk. Ik heb zo’n lelijke postcodeloterij fiets, wil je deze stelen dan heb je naar mijn idee ook een gaatje in je hoofd. Tenzij je natuurlijk een postcodeloterijfietsfetisj hebt. In de medische wereld zullen ze het ‘PCLFF’ noemen. Een moment lang voel ik medelijden met de mensen die aan PCLFF lijden. Een moment lang denk ik er over om een social media actie te beginnen. Iets met geld inzamelen en ice buckets. Ik schud de gedachte van mij af en ik stap uit bed. ‘Nee, het is niet jouw fiets’, zegt vriend.
Ik ben wel nieuwsgierig: waarom zou deze man zo veel moeite doen voor één fiets. Ik ben dit jaar namelijk drie fietsen kwijtgeraakt aan dit soort mafkezen. Ik krijg een brok in mijn keel, ik mis mijn fietsen, ik verberg mijn vochtige ogen voor mijn vriend. Het verlies van mijn laatste fiets viel mij het zwaarst. Zo fietste ik een paar weken geleden naar huis, ik stalde mijn fiets voor de deur en ik vergat mijn fiets op slot te zetten. Waarschijnlijk dacht ik na over wereldvrede. De volgende dag was ze weg. Het was allemaal mijn schuld! TIK TIK TIK. Opeens heb ik geen medelijden meer met deze man met PCLFF. Haat borrelt in mij op, tot in het diepste van mijn lichaam. Ik ben het zat dat mensen met PCLFF alleen maar aan zichzelf denken. ‘Kom, we gaan naar buiten en neem die emmer met ijs mee’, zeg ik tegen vriend. We lopen de trap af, stilletjes lopen we op de fietsensteler af. TIK TIK TIK, de fietsensteler slaat met een baksteen op het slot van de fiets. Vriend en ik seinen naar elkaar, zoals stoere agenten dat doen in films: jij grijpt hem van achter en houdt hem vast, dan gooi ik de emmer met ijs over zijn hoofd. Dat zal hem leren! Het gaat allemaal heel snel. Vriend rent op de fietsendief af en grijpt hem vast. Ik sta klaar om de emmer over hem leeg te gooien, maar net op dat moment rijden er zeker tien politieauto’s met gillende sirenes op ons af. Ik hoor een raar geluid boven mij, het is een helikopter. ‘DROP YOUR WEAPON! PUT YOUR HANDS WHERE I CAN SEE THEM’. Hoe ben ik in godsnaam in deze situatie terecht gekomen en nog belangrijker: hoe ga ik ons uit deze situatie redden? Ik kijk weer naar boven, de helikopter komt steeds dichterbij. Is het wel een helikopter? Nee .. Het is de specht! Hij vliegt op mij af en tiktiktik’t op mijn hoofd.
TIK TIK TIK. Ik schrik wakker. Vriend stapt net uit bed en kijkt uit het raam. ‘Steph! Er staat een dude een fiets te stelen! Ik bel de politie.’ Hij pakt zijn telefoon en belt. TIK TIK TIK. De fietsendief krijgt het slot los. Hij stapt op de fiets en rijdt snel weg. Nog geen 30 seconden later rijdt de politie langs. De fietsendief is ontsnapt.
Help mensen met PCLFF. Ga de uitdaging aan. Doneer!















