Dick Tracy: de detective die nooit echt doorbrak in het Nederlands
Sommige Amerikaanse striphelden kregen in het Nederlands een echt eigen leven. Denk aan Superman, Batman, Spider-Man of Tarzan. Andere grote namen bleven hier vooral een voetnoot. Dick Tracy hoort duidelijk bij die tweede categorie. Nochtans was de detective er vroeg bij. Heel vroeg zelfs. Al in 1938 dook hij op in het weekblad Robbedoes. Daarmee was hij een van de eerste Amerikaanse stripfiguren die in het Nederlands verschenen 👉
Een harde detective in Robbedoes
Robbedoes verscheen voor het eerst op 27 oktober 1938. In dat allereerste nummer stond ook Dick Tracy. Het personage hield stand tot en met nummer 61 in 1939.
Dat is best opvallend, want vandaag denken we bij Robbedoes vooral aan de Franco-Belgische striptraditie: Robbedoes, Marsupilami, Lucky Luke of Guust Flater. Maar in de beginjaren zag het blad er nog heel anders uit. Er stonden ook vertaalde Amerikaanse krantenstrips in.
Dick Tracy paste daar niet vanzelfsprekend tussen. De reeks van Chester Gould was geen brave avonturenstrip. Het was een harde misdaadstrip over gangsters, moordenaars, corrupte types en een onverzettelijke politieman. De schurken waren grotesk. De sfeer was donker. De verhalen waren vaak gewelddadiger dan je bij een jeugdblad zou verwachten.
Wie is Dick Tracy?
Dick Tracy werd in 1931 bedacht door Chester Gould. De reeks verscheen oorspronkelijk als Amerikaanse krantenstrip. Hoofdfiguur Dick Tracy is een taaie politieman met een vierkante kaak, een gele regenjas en een obsessieve strijd tegen de misdaad.
De reeks werd geboren in een periode waarin de Verenigde Staten in de ban waren van drooglegging, gangsters en georganiseerde misdaad. Kranten stonden vol verhalen over criminelen, corrupte politici en politieacties. Gould gaf dat gevoel een gezicht. Dick Tracy was de man die orde bracht in een wereld die voor veel lezers beangstigend en oncontroleerbaar leek.
Opvallend genoeg heette de reeks eerst niet Dick Tracy. Gould had zijn creatie aanvankelijk de titel Plainclothes Tracy gegeven. Pas toen Joseph Patterson van het Chicago Tribune-New York Syndicate interesse toonde, kreeg de strip zijn bekende naam.
De kracht van Dick Tracy zat niet alleen in de held zelf. Misschien zat ze zelfs nog meer in de schurken. Namen als Flattop, Pruneface, Mumbles, The Mole, The Brow en Haf & Haf werden even herkenbaar als de detective zelf.
Gould tekende zijn misdadigers bewust lelijk en grotesk. Hun uiterlijk vertelde meteen iets over hun karakter. Een crimineel zag er bij Gould ook echt crimineel uit. Dat is vandaag niet bepaald subtiel. Maar visueel werkte het wel enorm goed.
Dick Tracy kreeg daardoor een heel eigen beeldtaal. De held was strak, hoekig en bijna onverzettelijk. De boeven waren verwrongen, karikaturaal en soms bijna monsterlijk. Dat maakte de strip meteen herkenbaar.
De reeks speelde ook graag met technologie. De beroemde two-way wrist radio, een soort polsradio, werd een van de bekendste gadgets uit de stripgeschiedenis. Lang voor iedereen met een smartwatch rondliep, communiceerde Dick Tracy al via zijn pols.
Na Robbedoes werd het stil. Of toch bijna.
Na die vroege publicatie in Robbedoes lijkt Dick Tracy in het Nederlands nooit echt te zijn doorgebroken. Er kwam geen lange album-, pocket- of comicreeks. Maar helemaal verdwenen was hij niet.
Begin jaren zeventig kreeg Dick Tracy nog een behoorlijk lange passage in PEP. De reeks liep daar van nummer 48 uit 1971 tot en met nummer 24 uit 1972. Dat is toch bijna een jaar lang.
Daarna dook Dick Tracy ook nog op in Stripturf. Dat was een verzameluitgave uit de jaren zeventig met meerdere bekende internationale stripreeksen. Dick Tracy stond daar tussen andere grote namen uit de wereld van de krantenstrip. Ook dat past bij zijn status: in Nederland geen publiekstrekker, maar internationaal wel een klassieker die stripliefhebbers kenden.
Nog een mooi voorbeeld is Stripschrift 131 uit 1980 met Dick Tracy op de cover. Het nummer bevatte ook een artikel over de reeks en haar maker Chester Gould. Bovendien stond er een volledig Nederlandstalig Dick Tracy-verhaal in: Little Face Finny.
De film van 1990
In 1990 kreeg Dick Tracy opnieuw internationale aandacht. Warren Beatty maakte toen een opvallende filmversie. Hij speelde zelf Dick Tracy. Madonna was te zien als Breathless Mahoney. Al Pacino speelde de gangster Big Boy Caprice.
De film zag eruit als een strip die tot leven kwam. Felle kleuren. Kunstmatige decors. Zware make-up. Grote gebaren. Alles was bewust gestileerd. Je voelt dat de makers de visuele wereld van Chester Gould wilden omzetten naar cinema.
De film kreeg veel aandacht. Toch leidde dat in het Nederlands niet tot een nieuwe stripreeks. Wél verscheen bij Loeb een Nederlandse paperback met de simpele titel Dick Tracy. Het boek werd geschreven door Max Allan Collins en vertaald door Mariëlle Wanrooij-Snel. Zulke novelizations waren toen heel normaal. Bekende films kregen vaak een paperbackversie die tegelijk met de bioscooprelease of kort daarna verscheen.
Een voetnoot met meer inhoud dan je denkt
Dick Tracy is dus geen grote naam in de Nederlandstalige stripgeschiedenis. Daarvoor is zijn aanwezigheid te beperkt. Maar hij is wel een boeiende voetnoot.
Dat is opmerkelijk, want Dick Tracy had op papier veel troeven. Het was een bekende Amerikaanse reeks. De figuur had een sterke visuele identiteit. De misdaadsfeer sloot aan bij detectives en pulpverhalen. Toch klikte het hier blijkbaar nooit echt.
Misschien was de reeks te Amerikaans. Misschien was de toon te hard of te ouderwets. Misschien paste Dick Tracy gewoon niet bij wat Nederlandstalige striplezers in die periode verwachtten.















