Ik schreef dit aan mijn psycholoog, en gaf het aan haar bij ons laatste afscheidsgesprek.
Ik heb mezelf in gevaar gebracht, meerdere keren zelfs. Ik heb geprobeerd om het te voorkomen. Daar sta ik dan, op het randje van de afgrond. Ik zie geen licht, bang voor het donker. Zoveel gedachten razen door mijn hoofd. Het voelt onmenselijk, vreemd. Maar toch, ondanks alles krijg ik het gevoel dat ik mens ben. Ik word gezien, door jou. Ik word gehoord, door jou. Een nieuwe kans. Ik zal het weer proberen. Daar ga ik dan: Met volle angst, vooruit.



















