Postkaarten als antisemitisch propagandawapen
Op 25 juli 1900 verzond een inwoner uit Zottegem deze postkaart aan een zekere Bertha. Hij schreef haar over koetjes en kalfjes, maar koos hiervoor een bijzondere kaart uit. De postkaart, uitgegeven door de Berlijnse uitgeverij A. Sala, Â toont een karikatuur van een Joodse man. Het portret is heel stereotiep en bevat kenmerken die antisemieten toeschreven aan Joden: een grote gehaakte neus en een onsympathiek en vals uiterlijk. Als je de kaart omgekeerd houdt, ontdek je het gezicht van een vrouw in dat van de man, met gelijkaardige karikaturale trekken. Voor de afzender behoefde de karikatuur blijkbaar geen uitleg, want hij vermeldde er niets over in zijn tekst.
In het begin van de 20e eeuw verstuurden mensen vaker postkaarten met een antisemitische boodschap. Heel wat antisemitische verenigingen of politieke groeperingen gaven zoân postkaarten uit. Ze beseften dat hieraan veel voordelen verbonden waren: met correspondentie tussen familie en kennissen kon zo een antisemitische boodschap meegezonden worden. De postkaart maakte het (internationaal) verspreiden van antisemitische ideeĂ«n eenvoudig. Bovendien werden antisemitische karikaturen vaak onder een âhumoristischâ laagje verstopt, waardoor ze gemakkelijker aanvaard werden.
Verschillende antisemitische stereotypen kwamen aan bod op de postkaarten: de Jood als sluwe bankier, als landverrader of brein achter een internationaal complot. Deze stereotypen werden vaak aangepast aan de nationale context, zoals je op onderstaande postkaarten ziet.
© Collectie Arthur Langerman
Op bovenstaande postkaart zie je een karikatuur van een Joodse bankier die zijn geld vanuit Frankrijk naar België overbrengt. Zo wilde de tekenaar suggereren dat Joden zonder Franse nationaliteit verantwoordelijk waren voor de kapitaalsvlucht uit Frankrijk en voor wisselkoersspeculaties. De karikatuur van de rijke Jood als landverrader werd zo verspreid.
© Collectie Arthur Langerman
Ook hier zien we de karikatuur van de rijke Jood terugkeren. Een Joodse man probeert een Belgische soldaat om te kopen om toegang tot België te verkrijgen. Deze antisemitische karikatuur plaatst de dappere en rechtvaardige Belg tegenover de rijke en achterbakse Jood, die een dolk achter zijn rug verbergt. De Pruisische punthelmen van de drie mannen wijzen erop dat ze uit Duitsland komen. De knielende Duitse soldaat wordt voorgesteld als knecht van de Jood.
© Collectie Arthur Langerman
Met deze postkaart probeerden de naziâs Vlamingen te ronselen om mee te vechten tegen de geallieerden. De karikatuur van de Joodse man met Britse vlag op de borst moest aantonen dat het zogenaamde internationale Jodendom Engeland steunde. Deze nazipropaganda stelde de Joden en Britten voor als agressor, waartegen de Vlamingen zich moesten verdedigen.
Onderstaande postkaart werd in BelgiĂ« gemaakt en circuleerde rond 1913. De Joden werden niet alleen heel stereotiep afgebeeld, maar er werd ook gelachen met het Jiddische accent. Als bijschrift bij de tekening staat er immers: âNon, Albert, bas jatouillerâ, wat in correct Frans âpas chatouillerâ (niet kietelen) zou zijn. De afzender personaliseerde de postkaart; hij doorstreepte het gedrukte âIsaacâ en verving dit door âAlbertâ. Â
© Collectie Arthur Langerman
Alle postkaarten behoren tot de collectie van Arthur Langerman. Langerman bezit een enorme verzameling van antisemitische postkaarten, affiches, boeken en beeldjes. Hij leent vaak collectiestukken uit voor tentoonstellingen. Zijn collectie van intussen meer dan 7000 voorwerpen begon heel klein, met enkele antisemitische postkaarten.
Langerman startte zijn verzameling om heel persoonlijke redenen. Zijn ouders werden in 1944, toen hij twee jaar was, vanuit Brussel gedeporteerd. Hijzelf werd in een tehuis geplaatst dat onder Duitse controle stond. Zijn moeder overleefde Auschwitz, maar zijn vader kwam om in de concentratiekampen. Langermanâs moeder vertelde hem nooit wat ze meegemaakt had. Â
Hij ontdekte de ware toedracht pas naar aanleiding van het proces in Jeruzalem in 1961 waarin de SSâer Adolf Eichmann terechtstond. Daarop begon Langerman zich meer te verdiepen in de Holocaust en de kracht van antisemitische propaganda. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was dat getalenteerde tekenaars hun hele carriĂšre en leven ten dienste stelden van het antisemitisme.
Bovendien wilde Langerman jongere generaties waarschuwen voor de destructieve kracht van antisemitische propaganda. Daarom bleef hij zijn verzameling uitbreiden en koos hij ervoor om voorwerpen uit te lenen aan musea en tentoonstellingen waarin educatie over de Holocaust en sensibilisering rond de negatieve impact van antisemitische beeldvorming centraal staan.