Verdwaald in het bos
Zoals elke ochtend liet Dorien haar hond uit in het bos. Toen ze aan het lopen was begon het te regenen. Ze wilde zo snel mogelijk naar huis. Ze pakte haar hond in haar handen en liep terug richting de auto. Ze dacht dat ze iets hoorde in een boom en draaide zich om. Ze liep richting de boom en struikelde toen over een grote tak. Haar hond vloog zo uit haar handen. Ze was volledig onder de natte modder en wilde nu echt naar huis. Haar hond aan de andere kant dacht ook iets bijzonders te zien en rende achter iets aan. Dorien rende achter haar hond aan, haar hond ging steeds dieper end dieper het bos in. Haar hond stopte met rennen bij een grote boom en probeerde de boom in te springen. Dorien keek naar de boom en zag een eekhoorn over de takken rennen. Dorien pakte met viel moeite haar hond in haar handen en liep terug naar de auto. Ze begon te lopen alleen wist niet zeker of dat wel de juiste kans was. Ze dacht ‘misschien ben ik toch iets te hard gevallen’. Terwijl Dorien steeds verder het bos in liep waren Karen en Simon in hun hotelkamer. Op dat moment kwam Babette de kamer in en viel zowel Karen als Simon aan. Toen Karen de mogelijkheid kreeg om te ontsnappen sloeg ze Simon en Babette met een koffer. Snel belde ze Dorien. Dorien: ‘Hallo, ik zit vast in het bos!’ Karen raakte in paniek en bevroor als het waren. Dorien: ‘Maak je geen zor...’ er was een slechte verbinding in het bos. Karen pakte haar handtas en wilde uit de kamer lopen, maar Babette pakte haar been. Babette: ‘Simon ze weet te veel. Als ze ons verraad zinken we allemaal.’ Karen probeerde te schreeuwen, maar Babette hield haar mond dicht. Simon hield haar vast en zei dat het hem speet, maar dat hij haar had gewaarschuwd om op te houden met detective te spelen. Babette forceerde Karen om 8 pillen in te nemen. Babette zei tegen Simon: ‘Hou haar even strak vast.’ Na 2 minuten bewoog Karen niet meer. Babette zei: ‘Laten we gaan voor dat die heks Dorien er aan komt.’ Simon en Babette pakte al hun spullen en verlieten het hotel. Na één uur kwam Dorien aan in het hotel. Ze liet een foto zien en vroeg of Karen hier was. De receptioniste bracht Dorien naar de hotelkamer waar Karen zonder enig tegen van leven om de grond lag. De receptioniste schreeuwde en wilde politie bellen. Dorien stelde haar gerust toen Dorien haar badge liet zien. Dorien liep naar Karen toe en zei: ‘sorry dat ik er niet was toen je me nodig had.’













