Macklemore & Ryan Lewis - We The Fest 2016 Jakarta, August 13th 2016
seen from United States
seen from United States
seen from United Kingdom
seen from United States
seen from Netherlands
seen from United States

seen from Italy
seen from Germany
seen from South Korea

seen from United Kingdom
seen from United States
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Switzerland
seen from TĂŒrkiye
seen from TĂŒrkiye
seen from United States

seen from United States
seen from Netherlands

seen from Malaysia
Macklemore & Ryan Lewis - We The Fest 2016 Jakarta, August 13th 2016

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
Tijdens het Wintertuinfestival 2016 vond het eerste kroegcollege van Literair Productiehuis Wintertuin plaats. De collegebank verruilden we voor de barkruk en de slappe automaatkoffie voor een goeie gin-tonic.
Dr. Mathijs Sanders gaf een college over echtheid in de de literatuur. Dit deed hij aan de hand van recent verschenen boeken over (gestorven) kunstenaars. Een verslag van de gehele avond (met naast het college optredens van Lotte Lentes, Marc van der Holst en Jeroen Olyslaegers) lees je hier.
Foto: Menno van der Meulen.
Experiment van de Verbeelding Janneke Stam & Elise van Zuijlen âNiet te creatief doen hĂ©,â grapte een mevrouw tegen haar vriendin. âJuist wel!â was de reactie. De knusse, huiskamerachtige kleedkamers van Doornroosje zorgden voor de perfecte sfeer om je verbeelding de vrije loop te laten.
Het Experiment van de Verbeelding is bedacht door twee studenten aan de Radboud Universiteit: Janneke Stam en Elise van Zuijlen. Tijdens een masterclass Programmamaken nodigde Wintertuin masterstudenten Letterkunde uit een programma te maken rond het festivalthema Dit is echt. Het beste programma werd uitgevoerd tijdens de centrale festivalavond in Doornroosje op zaterdag 26 november. Janneke en Elise raakten geĂŻnspireerd door hun eigen leesbeleving. Zo ontstond het idee van een experiment over leesbeleving. Want wie is er nou niet een keer teleurgesteld geraakt door de verfilming van een boek: je was ervan overtuigd dat de hoofdpersoon donkerbruin haar had terwijl hij in de film blond haar heeft en een sikje? Het leek de twee studenten een interessant experiment om samen met het publiek deze leesbeleving bloot te leggen en vervolgens op een wetenschappelijke manier de processen die hierachter schuil gaan te analyseren. Ze vroegen Wintertuinschrijver Marjolein Visser om tijdens hun programma haar verhaal âDr. Quinnâ voor te lezen en RU-onderzoekster Marloes Mak om te komen vertellen over haar onderzoek naar leesbeleving. In een van de kleedkamers van Doornroosje kwamen in drie rondes steeds tien mensen bij elkaar om zich aan het experiment te onderwerpen.
Tijdens Marjoleins voordracht luisterden de bezoekers aandachtig naar haar woorden. Teken wat er in je opkomt, was de opdracht die de twee studenten aan het publiek meegaven. Iedereen tekende wat anders: sommigen tekenden de objecten uit het verhaal zoals cola, de bank of een douchekop. Anderen maakten een gedetailleerde tekening van de scĂšne die werd beschreven. Er werd in ieder geval enthousiast gewerkt met potloden en viltstiften.
Na het verhaal werden de tekeningen opgehangen en werden de kleurrijke schetsen gebruikt om aan te tonen dat iedereen een andere verbeelding heeft bij het verhaal. Marloes Mak vertelde over haar onderzoek en de leesprocessen die de oorzaak zijn voor deze verschillen in interpretatie van het verhaal. Ze legde uit dat de beelden die mensen krijgen bij het lezen van een verhaal vaak gebaseerd zijn op persoonlijke ervaringen en herinneringen: de woonkamer in een verhaal ziet er voor een lezer vaak uit als zijn eigen woonkamer. Marloes vertelde ook dat zij intensief onderzoek doet naar leesgedrag en de manier waarop mensen focussen op bepaalde onderdelen van een tekst. Bijvoorbeeld: waar de een focust op de gevoelens die worden beschreven, let de ander meer op de handelingen, en weer een ander let meer op de omgeving of de objecten die beschreven worden. Zo zijn ook de verschillen tussen de tekeningen van âDr. Quinnâ ontstaan.
De interesse in dit relatief nieuwe onderzoeksveld bleek groot. Enthousiast beantwoorde Marloes alle vragen die er in het publiek ontstonden naar aanleiding van haar verhaal. Al met al was het een geslaagde en interessante avond die het publiek nieuwe inzichten gaf in het hoe en waarom achter hun persoonlijke leesbeleving. -- De tekst van Marjolein Visser is te lezen in het speciaal ter gelegenheid van het Wintertuinfestival verschenen chapbook Dit is echt. Een bonte bloemlezing met werk van alle auteurs uit het agentschap van Wintertuin.
Wintertuinfestival 25-11: Avond van de grote beloftes Hier kunnen we aan wennen, ook gisteravond was de zaal afgeladen vol. En terecht! Want de Avond van de grote beloftes draagt zijn naam met een reden. Lisa Weeda en Joost Oomen presenteerden gisteren hun chapbooks in Het Badhuis in Nijmegen. Hun meesterproef, om met Joost te spreken; een boekje waarin ze laten zien wat ze tot nu toe kunnen. En hoewel het misschien afgezaagd wordt, zagen we toch nog even door, want man dat belooft wat. Trakteer jezelf of een ander op hun chapbooks. En vergeet vooral ook de verzamelbundel in het festival thema Dit is echt niet. Nikkie Jessen was erbij gisteren en vatte de avond voor ons samen. De fotoâs werden gemaakt door Studio Schulte Schultz Fotografie.
Het is de derde keer dat Wintertuin de Avond van de grote beloftes organiseert. Tijdens deze avond presenteren talenten uit het agentschap van Wintertuin hun chapbooks. Deze keer maakt het publiek kennis met Lisa Weeda en Joost Oomen. Daarnaast is er een voorproefje van de verzamelbundel Dit is echt met verhalen van alle zestien agentschappers. Een aantal daarvan presenteerde voorgaande jaren hun boekjes, maar er staat ons nog veel moois te wachten. Op de verschillende festivalavonden dragen de auteurs hun werk voor. Vanavond is het de beurt aan Koen Zonneveld, Jante Wortel, Elske van Lonkhuyzen en Corinne Heyrman. Vier schrijvers die het publiek allemaal op hun eigen manier aan het denken zetten over het spanningsveld tussen echt en fake. Tijdens de afstudeerpresentatie van Lisa Weeda in 2015 gaat er een hele fles Oekraïense wodka doorheen en ook nu begint ze de avond met een flinke teug, samen met haar Vlaamse gast Heleen Debeuckelaere. Ze hebben veel raakvlakken; waar Lisa een kwart Oekraïens is, is Heleen een kwart Rwandees. Beiden zoeken naar een manier om zich tot deze andere cultuur te verhouden. Ze maken een reis naar het andere land, die veel indruk maakt. Ze wroeten in de geschiedenis van het land en vinden verschillende waarheden. Volgens Heleen is alle geschiedschrijving een verhaal en dus subjectief, Lisa probeert door middel van verzamelde data een soort objectiviteit te bereiken. Met haar werk beweegt Lisa zich op het gebied van de literaire non-fictie, deze aan populariteit winnende soort van geschiedschrijving creëert volgens Heleen ruimte voor verschillende waarheden. Een democratisering waarbij iedereen zijn stem kan laten horen. Wanneer Lisa voordraagt uit De benen van Petrovski merk je hoe het actuele en het persoonlijke zich met elkaar vervlechten. Een bijzondere mix van feit en fictie.
In het tweede deel van de avond barst er een bom van energie op het podium. Joost Oomen gaat in gesprek met Geert Postma, die onder (veel) meer veilingmeester, koehandelaar, antiquair en kroegbaas was. Joost is geĂŻnteresseerd in de band die mensen met dingen, met voorwerpen, aan kunnen gaan. Geert ziet vooral veel raakvlakken met het schrijverschap; je koopt geen voorwerp maar een verhaal. Hij demonstreert dit door middel van een live-veiling van de twee chapbooks. Geen probleem voor Geert, want zolang het iets is waar hij zelf enthousiast van wordt, kan hij het zonder moeite aan de man brengen. Het publiek kijkt geboeid toe, hoe deze man Het Badhuis in een heus veilinghuis veranderd. Maar deze wervelwind van een interview was nog maar het voorproefje voor De zon als hij valt, het chapbook van Joost. In een donkere sfeer nemen hij en gitarist Jorrit Westerhof het publiek mee naar een andere wereld. Een wereld waarin je meeleeft met een glazen oog en een afgerukte pols met een stilstaand horloge er nog omheen. Een donkere, absurde maar ook humoristische wereld, waar het afgaande brandalarm alleen maar aan bijdraagt. Wat een avond! Wat een beloftes!
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Meer informatie en antwoorden op vragen over het festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.
Wintertuinfestival 24-11: Donderdag met Lubach Ook de tweede dag van het festival was een doorslaand succes: in een bomvolle Vereeniging droegen agentschappers Jelko Arts en Gerjon Gijsbers voor en werd Arjen Lubach aan de tand gevoeld door Dennis Gaens, en nadat Arjen zelf had voorgedragen kreeg het publiek de gelegenheid prangende vragen te stellen. Martijn van Koolwijk was erbij en vatte de avond voor ons samen. De fotoâs werden gemaakt door Studio Schulte Schultz Fotografie.
âVoor Dennis, met zoete herinnering aan het leuke gesprek.â Dit schrijft Arjen Lubach een kleine tien jaar geleden in Dennis Gaensâ exemplaar van Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend. Die avond spreken zij elkaar voor een handjevol luisteraars in het Nijmeegse CultuurcafĂ©. Tijdens het Wintertuinfestival 2016 spreken de twee elkaar opnieuw. Ditmaal met 900 toeschouwers in concertgebouw De Vereeniging.
De avond wordt geopend door twee schrijvers uit het agentschap van Wintertuin. Op het podium zien we grote tekeningen op een ezel. Telkens als Jelko Arts de volgende tekening tevoorschijn tovert zorgt dit voor een mooie samenwerking met het verhaal dat hij vertelt. De tweede schrijver uit het agentschap, Gerjon Gijsbers, vindt het thema âDit is echtâ Â maar verwarrend. Hij heeft zojuist een boks gegeven aan Arjen Lubach, iemand waarvan Gijsbers dacht dat hij enkel op zondag bestond.
En dan is het zover. Lubach loopt het podium op en vraagt zich hardop af: âWat doen jullie hier?!â De avond zou oorspronkelijk een soort collegetour zijn, in één van de collegezalen van de universiteit. Toen die zaal binnen drie minuten uitverkocht was, werd het programma naar De Vereeniging verplaatst. Lubach: âZo veel mensen en dat voor iemand die vroeger alleen herkend werd omdat mensen dachten dat ik Jamai was. Of Anders Breivik.â Wat volgt is een geanimeerd gesprek over de carriĂšre van Lubach. Zijn Eminem-cover Slimme Schemer blijkt ouder dan de meeste bezoekers van de avond. Het nummer was een enorme hit en zorgde ervoor dat Arjen met zijn studie stopte. Via een omweg kwam hij bij de televisie terecht.
âIn Nederland heb ik achter de schermen vooral geleerd hoe je géén goed programma maakt,â aldus Lubach. âIk ben op een gegeven moment bij satirische nieuwsprogrammaâs in Amerika wezen kijken, daar heb ik erg veel van geleerd. Ik ben dan ook de eerste die toegeeft dat ik iets doe in die stijl.â Maar is hij zoals sommige van zijn Amerikaanse collegaâs dan ook bezig met het naar buiten brengen van de waarheid? âIk blijf een komiek, dus ik zoek vooral naar dingen waar ik grapjes over kan maken. Ik wil geen politiek standpunt naar buiten brengen, maar ik vind het  belangrijk om bepaalde dingen aan te kaarten. Dat hele gedoe over vaccinaties en Facebook als nieuwsbron zijn dingen die mensen moeten weten, maar in de basis willen we met Zondag met Lubach gewoon een grappig programma maken.â
Arjen draagt âDe hondâ voor, het enige verhaal dat hij de afgelopen tijd heeft geschreven. âIk zou graag weer eens tijd hebben om een boek te schrijven.â zegt hij âMijn karakters hebben vaak een eigenschap waar ik jaloers op ben. Ze kunnen de wereld observeren zonder de neiging te hebben zich erin te mengen.â
De avond word afgesloten met vragen uit het publiek. Toch nog een soort collegetour. Arjen âLeuk dan ben jij vanaf nu een soort Twan Huysâ, Gaens: âEn jij Anders Breivik.â
Tijdens het interview spraken Dennis en Arjen kort over de Satire Paradox (door de grap de inhoud niet meer zien). Meer weten over de Satire Paradox? Luister The Satire Paradox podcast van Malcolm Gladwell hier.
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Meer informatie en antwoorden op vragen over het festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
Wintertuinfestival 23-11: Kroegcollege Mathijs Sanders We zijn los! Gisteravond hingen we in een bomvol Cali aan de lippen van universitair docent Algemene Cultuurwetenschappen en Letterkunde Mathijs Sanders, writer in residence Jeroen Olyslaegers, schrijver Lotte Lentes en dichter Marc van der Holst. In taal bestaat de werkelijkheid eigenlijk niet. Zodra we proberen woorden te geven aan een gebeurtenis, wordt deze al verdraaid. Gisteravond was het aan Mathijs, Jeroen, Lotte en Marc om hier hun licht op te laten schijnen. Voor Mathijs een laatste college in de stad waar hij 13 jaar lang studenten enthousiasmeerde voor literatuur, filosofie, literatuurtheorie en het kijken naar de wereld met andere ogen. Hij vertrekt binnenkort naar Groningen om vanaf volgend jaar de studenten daar op nog veel meer mooie colleges te trakteren. Een nieuw avontuur waar hij naar uitkijkt. Veel geluk, Mathijs! Laurie de Zwart was erbij en vatte de avond samen. De foto werd gemaakt door Studio Schulte Schultz Fotografie. Wat echt is
Jeroen Olyslaegers, Lotte Lentes en Marc van der Holst gaan in hun teksten op verschillende manieren om met de werkelijkheid. Olyslaegers opent met een fragment uit zijn roman Wil (2016), waarin Antwerpse Joden door Antwerpse politieagenten uit hun huizen werden gehaald, daarbij nauwlettend in de gaten gehouden door de Duitsers. We verhouden ons hiermee tot de âgrote werkelijkheidâ van de Tweede Wereldoorlog in tekst, waarbij de waarden zoals we die kennen uit de geschiedenisboeken in twijfel worden getrokken. Lotte Lentesâ stuk ontspruit aan de Airbnb die zij en haar geliefde betrokken toen ze de vraag om het verhaal te schrijven kreeg â een Aribnb die in niets overeenkwam met de fotoâs ervan. Marc van der Holst kiest er in zijn gedichten voor om een alledaagse waarheid, zoals de wandelende tak, in te zetten in een absurdistische vergelijking: als een mens zich zou camoufleren als een wandelende tak, zou hij of zij dan worden opgegeven als vermist? En wie is nu eigenlijk onze natuurlijke vijand? Mathijs Sanders, docent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, vertelt graag over literatuur en helpt ons te reflecteren op wat echt is. Zodra we een woord in de mond nemen, interpreteren we de waarheid en is niets meer echt, stelt hij. Met woorden zetten we gebeurtenissen naar de hand van één enkel persoon: de ik. In de hedendaagse werkelijkheid en literatuur is een interessante, tegengestelde tendens te zien, waarin âechte mensenâ zich steeds meer in de wereld van fictie (en leugens) begeven, terwijl steeds meer literaire schrijvers zich juist tot non-fictie beperken. Die waarheidsclaims in de literatuur maken me achterdochtig, want wat betekent het voor onze werkelijkheidsbeleving als werkelijkheid en fictie naar elkaar toe bewegen? Feiten en leugens worden in beide domeinen naast elkaar als waarheid gepresenteerd. Daardoor is het aan de lezer om te bepalen wat te geloven. Een interessant experiment en leuke hobby, zegt Sanders, want wat nu als je een roman beschouwt als een verslag en een biografie als fictie? Literatuur draagt een aantal beloftes in zich die non-fictie nooit kan waarmaken, en daarom zal hij altijd de voorkeur geven aan het spreken over fictie tijdens zijn colleges. Door middel van literatuur krijg je de mogelijkheid in het bewustzijn van een ander te kruipen, we schorten de werkelijkheid willens en wetens op. Met de woorden âBehoud het verlangen en koester de verwondering,â sluit hij zijn college af: een ode aan de fictie en een college zoals Mathijs Sanders dat meer dan zeven jaar geleden al gaf op de meeloopdag waarop ik hem voor het eerst in actie zag. Groningen is een meesterlijk verhalenverteller rijker.
Briefwisseling Joost Oomen en Lisa Weeda - deel 3
Het Wintertuinfestival is begonnen! Komende vrijdag verschijnen tijdens de Avond van de grote beloftes de chapbooks van deze twee schrijvers uit Wintertuins agentschap. Lisa Weeda schreef het non-fictieverhaal De benen van Petrovski, naar aanleiding van een reis naar Oekraïne, het vaderland van haar oma. Het is een verhaal over kansen zien en kansen nemen, over generatiegenoten en hun onzekere toekomst in een land waarvan Lisa niet zeker weet of ze zich er thuis mag voelen. Joost Oomen schreef de novelle De zon als hij valt, over de reis die een jongen, een meisje, een oog en een pols afleggen om samen te zijn. Uitgangspunt voor het verhaal waren het glazen oog dat overbleef na een drone-aanval op terrorist Mokhtar Belmokhtar en de pols van de vrachtwagenchauffeur die werd teruggevonden na een verder allesverwoestende explosie op camping Los Alfaques in Spanje. De afgelopen weken schreven Lisa en Joost elkaar brieven en kregen we een inkijkje in hun schrijverschap. Vandaag de laatste brief. Ha Lisa, Je hebt gelijk. Ik moet niet zomaar een lichte toon aanslaan terwijl er zoveel op het spel staat. Voor je het weet verwijt iemand mij struisvogelpolitiek. En er is ons al zoveel te verwijten. Jou een beetje, mij misschien wel een hoop. Ik kom daar later in deze brief op terug. Eerst het antwoord op je vragen. Ik moest grinniken om de eerste: 'Hé Joost, wat vindt de hoofdpersoon van je boek, die by the way het glazen oog van een dode terrorist annex sigarettensmokkelaar is, eigenlijk van de verschuivingen op het gebeid van etniciteit, ethiek, religie, gender... wel ja, op eigenlijk elk vlak?' Ik vind dat een nogal brede vraag, maar ik ben geneigd het simpele antwoord te geven: dat het glazen oog er helemaal niets van vindt. Glazen ogen twijfelen niet en denken amper na. Ze hebben alleen de magische drang om het doel dat ze zichzelf gesteld hebben te halen. Het heeft geen hersenen, het is een grote glasheldere pupil. Maar dat antwoord zou te makkelijk zijn. Het is hoogstwaarschijnlijk wel waar (nogal wiedes, ik heb immers dat oog bedacht, dus ik mag zeggen wat hij vindt), maar het gaat voorbij aan iets wat dieper ligt. Het antwoord is namelijk onderhevig aan de vraag of de wereld een progressieve of een conservatieve koers vaart. Rolt de knikker naar de progressieve kant, dan denk ik dat we bij een samenleving uitkomen die heel geschikt is voor het uitgeven van verzinsels over glazen ogen. Rolt de knikker naar de conservatieve of zelfs reactionaire kant (en dat is, sinds de verkiezing van Trump, heel aanneembaar) dan denk ik niet dat er nog veel plaats in de wereld overblijft voor mijn glazen oog. Een boekje over een denkend glazen oog vraagt flexibiliteit en inlevingsvermogen van de lezer. Aan die flexibiliteit en dat inlevingsvermogen ontbreekt het in een conservatieve, verkrampte, rechtse maatschappij. In zo'n maatschappij gooien mensen hun deur dicht voor verzinsels, want nieuwe, experimentele gedachtes brengen de status quo in gevaar. Fictie is gevaarlijk. Of moet ik leugens zeggen? Je vroeg ook waarom ik van poëzie naar proza overgestapt ben. Let wel: ik schrijf nog steeds heel veel gedichten! De afgelopen weken luister ik veel naar muziek van La Lupe, een Cubaanse zangeres uit Havana met een tumultueuze levensloop. Eerst zong La Lupe alleen maar Cubaanse son, snelle opzwepende muziek die voor haar nooit snel genoeg was. Ze sloeg haar pianist, beukte met de microfoon op de bekkens en riep 'yiyiyi'. Alles om de muziek sneller te laten gaan. Op het toppunt van haar roem als sonzangeres, verhuisde ze naar New York en begon ze bolero's te zingen. Bolero's zijn lange, trage klaagzangen met heel, heel veel gevoel. De energie en kracht die uit haar stem spraken waren echter dezelfde als bij de son. Haar positieve, snelle kant kon ze in de ene muziekstijl kwijt, haar tragische, vergankelijke kant in de andere. Maar in beide gevallen bleef het heel duidelijk muziek van La Lupe. Ik hoop dat dat ook voor mijn proza en poëzie geldt. Soms als ik aan mijn chapbook schreef had ik dezelfde elektrische vaart in mijn lijf die er is als ik gedichten schrijf. Nu ik je vragen uit de vorige brief heb beantwoord, kan ik vertellen waarom ons misschien iets te verwijten valt. Jij vertelt het non-fictieverhaal van de post-Sovjetgeneratie in Oekraïne in jouw chapbook, ik vertel een fictief verhaal over een Spaans meisje en een Libische bootvluchteling. In de afgelopen maanden is er wereldwijd onder schrijvers een discussie losgebarsten rondom cultural appropriation, het toe-eigenen van cultuurkenmerken van minderheden door de dominante meerderheid. Zijn we dan, in het licht van deze discussie, niet ontzettend fout bezig? Jij hebt nog enig recht van spreken, er stroomt Oekraïens bloed door jouw aderen en je bent op die manier onderdeel van de groep waarover je schrijft, maar ik ben een halve Fries, een halve Groninger en zeker geen Noord-Afrikaan. Mag ik zo'n verhaal dan wel vertellen? Eigenen wij ons verhalen toe die helemaal niet van ons zijn? Stelen wij iemands verhaal voor ons eigen literaire succes? Ik wil deze discussie graag met je voeren. Bij mij staat voorop dat je zo invoelend mogelijk te werk moet gaan. Je kunt anno 2016 mensen of groepen uit andere culturen niet wegzetten als nobele wilden. Omdat het niet de waarheid is, maar vooral omdat je andere mensen ermee kwetst. Bezint eer je begint! Wanneer het verhaal in een boek verbonden moet zijn met het verhaal van de auteur zelf, dan zou ik nooit voor een blonde, Hollandse hoofdrolspeler kiezen. Ik voel me slechts voor een klein gedeelte thuis in de cultuur die ik de mijne mag noemen. Ik voel me veel meer verbonden met de dadendrang van jonge, Arabische mannen, dan met de reactionaire, oubollige tendensen van de Nederlandse cultuur. Ik voel me meer Electro Chabi dan Jan Smit, meer reggaeton dan Boerenbont. Je bent als schrijver, of als mens, niet veroordeeld tot de cultuur waarin je geboren bent. Natuurlijk moet je niet met een sombrero op je hoofd onder een cactus gaan liggen als je een luie Mexicaan wilt nådoen. Maar als je een blonde jongen bent, die zich vanbinnen een Mexicaan voelt, dan mag je van mij een sombrero op. Als een mannelijke, blanke, Nederlandse schrijver een boek wil schrijven over de vlucht van een tienermeisje uit Congo, omdat hij zich meer met zo'n meisje verbonden voelt dan met de blanke, Nederlandse mannen om hem heen, dan moet deze schrijver dat kunnen doen. Arjan Ederveen heeft hier een sketch over gemaakt. In de sketch wordt een Nederlandse boer gevolgd die aangeeft dat hij in het verkeerde lichaam is geboren. Hij is misschien vanbuiten een Nederlander, vanbinnen voelt hij zich een Bosjesman. We zien de boer in een periode van weken een transitie doormaken van gewone boer in overall, naar Bosjesman met speer en rieten rokje. Er wordt nadrukkelijk gehint naar de discussie rondom transgenders. Er wordt hier een grap gemaakt, maar er wordt ook iets belangrijks gezegd. Iemand die zich vanbinnen anders voelt dan dat hij of zij er vanbuiten uitziet, moet het recht hebben om ook die binnenkant te uiten. Daarom vind ik dat ik in mijn boekje mag schrijven over de avonturen van een Libische jongen, maar ik ben benieuwd hoe jij hierover denkt. Vind jij dat jij het verhaal van de post-Sovjetgeneratie mag gebruiken voor jouw boek? Is het verhaal van die generatie eigenlijk jouw verhaal? Hele tobberige groeten uit een treinstel ergens in Nederland, Joost
Lieve Joost, Ik heb lang nagedacht over een antwoord op deze brief, omdat deze laatste wisseling tussen jou en mij â tevens het einde van onze cyclus â  best wel eens een serieuzere snaar zou kunnen raken dan we wilden. Ik denk dat dat niet erg is, al hadden we ons dat niet helemaal voorgenomen, maar goed. Misschien heb ik je per ongeluk die kant op geduwd met mijn vragen, excuus, dat was niet mijn bedoeling. Ik luisterde de muziek van La Lupe â dit is mijn favoriete video â en zie je al helemaal aan je schrijftafel zitten, reggaeton brother. Ik voerde vandaag een inleidend voorgesprek met Heleen Debeuckelaere met wie ik aanstaande vrijdag in gesprek ga tijdens onze Avond van de Grote Beloftes. We hadden het kort over wie wat wel en wat niet schrijft en wanneer een vertelling van iemand bevraagd wordt â de fictie of de werkelijkheid van dat verhaal. We hadden het over Gloria Wekker, over Svetlana Alexievitsj en over Teju Cole. De laatste is een in Nigeria opgegroeide schrijver die in 1992 naar Amerika verhuisde en onder andere het prachtige debuut Open City schreef â een van mijn lievelingsboeken. Hij krijgt bijvoorbeeld altijd de vraag of wat hij schrijft werkelijkheid is, of zijn werk autobiografisch is of niet. Laten we dat autobiografische even buiten beschouwing laten, maar laten we het over waarheid hebben. Want waarheid is dus iets wat mensen als een hokje zien om jou of je werk of een verhaal in te stoppen. Van het weekend, toen ik een dag geen zin had om iets te doen keek ik The Good Wife, een serie over de veertig jarige junior advocate Alicia Florrick, die getrouwd is met een staten advocaat die al dan niet fraude heeft gepleegd binnen het systeem. Alicia is op een gegeven moment bezig met een zaak waarin een jonge internetmagnaat â een soort Mark Zuckerberg â de scenarist van de film die over hem gaat aanklaagt. De scenarist zou niet alles geheel waarheidsgetrouw hebben opgeschreven. Hoe Alicia en haar mede-advocaten dit oplossen is in deze brief niet belangrijk. Wat ik interessant vond in deze aflevering is dat de scenarist zegt: 'Het gaat mij niet om de echtheid, het gaat mij om de waarheid. De waarheid van het verhaal.' Ik denk wat hij zegt te begrijpen als: dit verhaal is een signifier naar de waarheid, de buitenwereld. En daar heb ik best een aantal dagen over nagedacht, zo tussendoor, op de fiets of in de trein. Want ik denk dat er een verschil is tussen echtheid en waarheid, een belangrijk en interessant verschil. En dat je daarom je handen niet moet aftrekken van een verhaal â zoals jij dat niet doet in De zon als hij valt, zoals ik dat niet doe in De benen van Petrovski. Je hebt het recht om een verhaal te vertellen, omdat je ook een waarheid wilt vertellen en laten zien. En die waarheid verschuilt zich in fictie, in non-fictie â wat dat dan ook weer moge zijn, in die vraagstelling raak ik met de week meer verstrikt â in stripboeken, in gedichten, in muziek, in een schilderij, een moderne dans. Laatst las ik voor het eerst iets van Hans Fallada. Na de Tweede Wereld oorlog schreef hij al heel snel het boek Een waanzinnig begin. De achterflap vermeldt: 'De laatste autobiografische roman van Hans Fallada is een buitengewoon openhartig boek, waarin de auteur zijn verontwaardiging over zijn landgenoten van de daken schreeuwt. De oorlog is voorbij en plots zijn er nauwelijks Duitsers die hebben meegedaan, het lijkt wel een volk van louter verzetsstrijders!' Fallada schrijft vanuit een alter ego: dr. Doll. Maar in het voorwoord van zijn roman schrijft Fallada â na het vermelden dat het een donker en pessimistisch boek is geworden, vijftien maanden na het staken van de strijd voor het Dritte Reich â het volgende: 'De roman wordt ondanks deze gebreken openbaar gemaakt, omdat hij wellicht een document humain is, een zo waarheidsgetrouw mogelijk verslag van wat mensen in Duitsland van april 1945 tot in de daaropvolgende zomer voelden. [âŠ] Ik sprak daarnet van een âwaarheidsgetrouwâ verslag, maar niets van wat op de volgende bladzijden wordt verteld, is gebeurd zoals het hier is beschreven. In een boek als dit kan alleen al vanwege de omvang niet over alle gebeurtenissen iets gezegd worden. Ik moest voortdurend kiezen, moest dingen verzinnen, kon beschrijvingen in hun oorspronkelijke vorm niet gebruiken en moest ze aanpassen. Dat betekent niet dat het geheel daardoor minder âwaarâ is: alles wat hier wordt verteld, had zo kĂșnnen gebeuren en is toch een roman, aan de fantasie ontsproten.' Spreekt zijn voorwoord de achterflap tegen? Of zegt Hans Fallada gewoon eerlijk waar het op staat: dit verhaal moet verteld, stop met zeuren en vragen stellen, lees dit. Na mijn korte telefoongesprek met Heleen bekeek ik een video van Nina Simone. Zij zegt: 'You can't help it. An artist's duty, as far as I'm concerned, is to reflect the times.' En ik denk dat hier alles samen komt, tussen dat oog en mijn in een hoek drijvende vraag die ik jou stel over dat oog en wat dat oog dan vindt van het nu en van wat er allemaal gebeurt. Trump, bootvluchtelingen, SyriĂ«, Wilders die niet komt opdagen in de rechtszaal, Sylvana Simons, Black Lives Matter, White Privilege, Putin, Noord-Korea, Zwarte Piet, Apartheid, compounds, Guantanamo Bay, Afghanistan, dat Bush op Clinton stemde, kinderen met rugzakjes waar geen geld voor is, bejaarden die eenzaam zijn. Ik lees mijn vorige brief terug en denk: 'Lisa het is een glazen oog, doe normaal, fictie moet juist door de werkelijkheid heen beuken op de meest magnifieke wijze!' Ik moet met jouw regels meedoen, met de regels van jouw wereld in dat specifieke verhaal. Er zijn zoveel manieren om op de tijd te reflecteren. En één manier, een hele belangrijke manier, is Het Verhaal â hier kom ik zo nog op terug. Eerst dit: ik ben gewoon een schijterd, die zich aan feiten en beelden en video's en cijfers en data vastklampt, die gezeur aan het hoofd krijgt: 'Waar is de verteller in jouw verhaal, waar is de 'ik' in deze werkelijkheid? In dit non-fictie verhaal?' Ik schipper de hele tijd heen en weer tussen mijn 'ik' en die data. Ik ben die 'ik' overigens niet altijd. De ik is een camera, een lens. Meer niet, naar mijn mening. Het is een luikje dat je naar binnen laat kijken. Die 'ik' is een constructie, een middel waar mensen zich als een gek aan klampen uit paniek, uit angst voor verlorenheid die anders in zal treden. Hoe moet je je bewegen door beelden als je niet geleid wordt â maar zijn die beelden niet de wereld, zijn die beelden niet de werkelijkheid of een reflectie daarvan? Die 'ik' zou een oog moeten mogen zijn. Die 'ik' zou een pols van een vrachtwagenchauffeur moeten kunnen zijn. Simpelweg een andere blik die zich beweegt door een werkelijke wereld, door een waarheid die alleen vanwege de beelden al interessant is. Dus nee, dat maakt het niet mijn verhaal over de post-Sovjetgeneratie, maar net zoals jouw oog en jouw pols het verhaal drijvende/stuwen tot wat het is â een fucking achtbaanrit die te gek is en me verbaast en achterover blaast â denk ik dat ik dit mag zijn: 'Iemand die zich vanbinnen anders voelt dan dat hij of zij er vanbuiten uitziet, moet het recht hebben om ook die binnenkant te mogen uiten.' En daarom mag ik hierover schrijven. Want wat ik vergeet te zeggen, en waar het denk ik tussen jou en mij ook steeds over gaat, is: mensen, lees gewoon het verhaal. Het gaat om het verhaal. Een goed verhaal. Een verhaal waarvan jij en ik denken: ja, ik denk dat ik dit wil vertellen. Nee, ik voel de drang om dit te vertellen. Niet eens vanuit politieke urgentie of reflectieve drang, niet eens vanuit het experiment, niet eens vanuit het 'ik ben schrijver, kijk mij eens schrijven dan'. Nee. Gewoon omdat het verhaal in ons hoofd woont en naar buiten moet. We hebben elkaar nu die vragen gesteld, de standaard vragen die interviewers ons in de toekomst zullen stellen â als die toekomst voor ons bestemd is, ik hoop het â die lezers zullen hebben, die onze moeders stellen. En wij moeten dan soms ook zeggen: het gaat om het verhaal. Stop met het bevragen van de werkelijkheid van dit verhaal, stel via dit verhaal â via onze verhalen, onze chapbooks â vragen aan de werkelijkheid. Bevraag de waarheid, neem positie in, kijk verder, durf te uiten wie je vanbinnen bent, hoe je je daar voelt, hoe iets ĂŒberhaupt voelt, hoe de werkelijkheid voelt, hoe je gelooft in magisch realisme, hoe dat zich het best de buitenwereld in kan boksen. Met geweld of met glazen ogen of drones of met een horde bezopen OekraĂŻners of bloemenjurk-baboesjka's met gouden tanden. We hebben alle recht om deze verhalen zo te schrijven. Het zijn verrekijkers, onze chapbooks. Als je goed oplet, zijn het verrekijkers. Liefs. PS Blijf dichten. Want ik houd van je poĂ«zie. Dat weet je, denk ik, maar wist je het niet, dan is dat nu in de wereld. Je beelden ontwrichten mijn denken. En dat is dan weer wat het verhaal doet. Dat zou in alle kunst moeten gebeuren.
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Meer informatie en antwoorden op vragen over het festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.
Briefwisseling Joost Oomen en Lisa Weeda - deel 2
Tijdens het Wintertuinfestival verschijnen op de Avond van de grote beloftes de chapbooks van deze twee schrijvers uit Wintertuins agentschap. Lisa Weeda schreef het non-fictieverhaal De benen van Petrovski, naar aanleiding van een reis naar OekraĂŻne, het vaderland van haar oma. Het is een verhaal over kansen zien en kansen nemen, over generatiegenoten en hun onzekere toekomst in een land waarvan Lisa niet zeker weet of ze zich er thuis mag voelen. Joost Oomen schreef de novelle De zon als hij valt, over de reis die een jongen, een meisje, een oog en een pols afleggen om samen te zijn. Uitgangspunt voor het verhaal waren het glazen oog dat overbleef na een drone-aanval op terrorist Mokhtar Belmokhtar en de pols van de vrachtwagenchauffeur die werd teruggevonden na een verder allesverwoestende explosie op camping Los Alfaques in Spanje. De komende weken schrijven Lisa en Joost elkaar brieven en krijgen we een inkijkje in hun schrijverschap. Ha Lies! Ik ga je een vrolijkere brief schrijven dan de vorige. Ik zou niet willen dat onze briefwisseling te serieus werd. Mijn moeder heeft een vriendinnenclubje met vrouwen van haar studie. Ze hebben kinderen, borstkanker, huisjes op de Wadden en elk jaar een weekendje met elkaar. Op hun toon zou ik ons gesprek graag willen voortzetten. Lekker kletsen dus, ook over de zware dingen des levens. Je vraagt waarom ik de proloog uit mijn boekje heb gescheurd. Voornamelijk omdat Kim (van Kaam, lieve meelezer, badmeesteres van Neerlands jonge schrijverspoel) dat voorstelde hoor, ik vaar blind op haar oog voor het goede en vooral het meest doeltreffende. Ik verlies het publiek vaak uit het oog als ik aan het schrijven ben. Gelukkig heb ik daar redacteurs voor. De proloog bevatte een stuk waarin ik uitlegde waarom ik liever over dingen schrijf dan over mensen. Ik gebruikte het voorbeeld van het meisje met de zwavelstokjes. Ik zei dat brandende, knetterende zwavelstokjes veel interessanter zijn dan doodgevroren bedelmeisjes en hun teruggevonden oma's. Dat vind ik nog steeds. Maar terwijl ik dat aan het bepleiten was, was ik op een heel uitleggerige wijze mijn eigen boekje aan het duiden. In de proloog was ik mijn verhaal aan het voorkauwen zodat ik het als een natte prekerige hap aan mijn publiek kon voorzetten. Daar zit het publiek natuurlijk niet op te wachten! Ik wil onder geen beding prekerig klinken (zie de alinea hierboven; dan liever als mijn moeder) en ik wil mijn publiek graag een beetje aanmoedigen om zijn best te doen voor mijn boek. Niet omdat ik het per se spannend vind wanneer mijn lezers mij o zo moeilijk vinden, maar wel omdat ik denk dat mijn verhaaltjes beter blijven hangen wanneer iemand zijn best moet doen ze te ontsluiten. Daarbij is de leeservaring hoop ik indrukwekkender (poeh poeh) dan bij een rechttoe-rechtaan boek. Daarom heb ik de proloog, die een preek vermomd als uitleg was, in de prullenbak gekieperd. Misschien zit hier ook wel het antwoord in op je tweede vraag. Waarom naar hindernissen toe rennen? Omdat die hindernissen er zijn natuurlijk! Je kunt wel op een omgekeerde emmer blijven zitten in je ouderlijk huis, maar je kunt ook naar buiten rennen om de schutting te slechten en hop, hop de ondergaande zon tegemoet â avontuurlijk fluiten, ouwe! Ik zag laatst een filmpje van een Duitser die in zo'n kunststof vliegende-eekhoornpak van een berg afsprong. Je kent het wel, van die lui die heel graag willen vliegen. Deze meneer was de eerste die dat zonder parachute deed, in plaats daarvan landde hij op zijn buik in het water van het Gardameer. Natuurlijk slaat het nergens op dat hij dit deed, hij bereikte er helemaal niets mee. Maar hij deed het omdat die hindernis (die niemand nog had genomen, zijn hindernis dus) naar hem knipoogde. En dus klom hij die berg op om er weer af te springen. Je kunt altijd veilig aan de onderkant van de berg blijven zitten, maar bijna iedereen heeft wel een hindernis die naar hem of haar knipoogt en daarom ga je toch van start. Zodra je de hindernis hebt overwonnen, is de hindernis van jou. Er is alleen wel een belangrijk punt dat je overslaat als je me vraagt wat er beter bestand is tegen hindernissen: de mens of het ding. Het belangrijke punt is dat het ding heel andere zaken als hindernis ziet dan de mens. Voor een mens is de Middellandse Zee inderdaad een grote bak water die in de weg ligt, voor een glazen oog is het echter een walhalla. Verlokking en hindernis verschuiven per mens en per ding. Omdat hindernissen bij dingen heel anders zijn dan bij mensen schrijf ik zo graag over de dingen. Hun ambities verschillen zo lekker van die van de mensen. Dat maakt ze hartstikke interessant! Over dat lekker anders, dat unieke, wil ik nog wel even doorgaan. Het is immers de bedoeling dat ik voor jou een vraag opgooi, die jij dan keihard kan binnen smashen â lekker sierlijk, Lisa Weeda! Nederland is maar klein, volgens mij kan het nooit heel moeilijk zijn om uniek te zijn. Maar terwijl ik je schrijf, raas ik in een intercity door Lelystad. In de trein zitten twee trutjes die praten over wie er wel en wie er niet bij hoort op hun middelbare schooltje in Amsterdam. Als ik uit het raam kijk zie ik de buitenwijken van Lelystad en Dronten en alle huizen lijken exact op elkaar. Straten en straten aan uniformen van baksteen. Willen de mensen wel dat je uniek bent? Moet je wel als schrijver een uniek vaatje aanboren of pleeg je dan broodroof op jezelf omdat men liever wat herkenbaars leest? En voortvloeiend uit deze vraag: in hoeverre ben jij uniek, Lisa Weeda? Ik vind je natuurlijk knetterbijzonder (zonder ironie), maar ik ben benieuwd naar hoe jij daar zelf tegenaan kijkt. Als schrijver dan hĂš, als persoon gaat mij jouw uniciteit niets aan (alhoewel, we hadden het laatst over Herman Brusselmans en zijn schrijverschap als grote show, dus misschien vloeit het schrijven en het persoonlijke wel meer in elkaar over dan we denken). Twee vragen dus: Lisa, vertel ons eens hoe bijzonder je bent, en ben jij van mening dat dat bijzondere een vereiste of een hindernis is voor jouw succes als schrijfster? Kusjes! Joost
Ha lieve Joost, Dankjewel voor je antwoord. Vooral het antwoord betreffende de hindernissen. Ik vind het inspirerend hoe je daarover spreekt, dat je zegt dat objecten, dingen, andere ambities hebben. Dat objecten een verhaal nog boeiender kunnen maken. Het lezen van De zon als hij valt verandert iets in mijn hoofd, zoals jij zegt: geeft me iets om over na te denken. En ik houd van nadenken, dus dank daarvoor. Dat luchtige, ja daar wil ik best in meegaan, maar misschien niet helemaal, misschien niet al aan het begin van deze brief. Misschien ben ik pessimistischer dan jouw moeder, die ook over de zware dingen des levens lekker met haar vriendinnen kan kletsen. Al ben ik graag op een Waddeneiland om uit te waaien. Vooruit, een poging: er verschuift van alles. Politiek, geografisch, ethisch, etnisch. Er gebeurt van alles met onze identiteit, genderrollen, je bent niet meer links maar progressief of je bent in de war en je houdt je handen voor je ogen als er een stoomboot een stad binnenvaart â wie weet wat er daarop allemaal gebeurt. Ik bedoel: ik weet niet of we op dit moment in de tijd in een wereld leven waar mensen graag hindernissen nemen. Ik denk dat er liever wordt gekeken naar anderen die hindernissen nemen â misschien is dat altijd zo geweest. Of, sterker nog, dat het nemen van hindernissen wordt bespot. Dus dan vraag ik toch nog door: hoe zou je het glazen oog van de opgeblazen ex-Al Qaida-terrorist Mokhtar Belmokhtar de gebeurtenissen van nu laten bekijken? Hoe zou je dat glazen oog de complete werkelijkheid in trekken als dat van je werd gevraagd? Dit is natuurlijk flauw, want ik verpersoonlijk nu het ding: het heeft een mening en een idee. Maar toch, wat zouden zijn opvattingen dan zijn? In onze chapbookTV-video zei je dat je de dingen vooral een centrale plek in het verhaal wilt geven, dat je houdt van luikjes en deuren openen, experimenteren met literatuur, het 'literatuur bedrijven', maar als je jouw chapbook op een ander niveau beschouwt, wat doet die keuze voor het ding boven de mens stellen dan nog meer met het verhaal als je het dan toch zou analyseren â wat je natuurlijk nooit moet doen? Na al dit gevraag moet ik nog antwoord geven op wat jij mij vroeg. Over het al dan niet uniek zijn als schrijver. Of maker. Ik noem mezelf nooit schrijver. Ik zeg altijd: 'ik schrijf', al het andere voelt een beetje viezig nog. Of eng. Of beide. In mijn eerste jaar aan ArtEZ kregen we een gedicht van Hans Verhagen. Ik snapte niks van poĂ«zie, maar dat hinderde niet voor deze opdracht, wij moesten het gedicht omvormen naar onszelf. Voor mijn gevoel werd ik letterlijk in het diepe gegooid, maar nu jij me iets vraagt over uniek zijn en over schrijven, vraag ik me af wat voor maker ik ben. En denk ik aan Hans Verhagen, die dit schrijft: Ik ben de maker niet van het gedicht, maar zo ontvankelijk mogelijk d.w.z. van elke tedere connectie ontdaan sta ik totaal ter beschikking van wat zich tot mij richt â als een snaar doortrillende dit tijdsgewricht registreer ik de akkoorden. Ik ben de verwoorder. Ik ben de behoeder niet van angst, pijn, verlangen - wel ben ik de ontvanger. Verliefd zijn is voor mij ambtshalve bezigheid, een dichter zelf kan niet van iemand houden; bespaar me dus uw te persoonlijke aanhankelijkheid - een dichter heeft geen tijd voor poĂ«zie. Bovendien, ik ben je moeder niet. Ik ben de hoogste autoriteit van de emotie, maar mijn eigen hart kent het verlangen niet. Verwar het niet met angst of beven als ik tril - ik transformeer alleen het huilen van de wolven tot een lied. Ik ben de vertolker van het leven, maar zelf leven doe ik liever niet. Ik dacht toen: ik ben net begonnen. Ik ben niets. Ik ben in de leer â dat ben ik nu nog steeds, dank God, en hopelijk houdt dat nooit op, want dan ben ik ergens halverwege naast mijn schoenen gaan lopen of doodgereden op een nietszeggende N-weg door iemand in een Fiat Panda. Er is dus eigenlijk niets veranderd, maar ik lees het gedicht wel anders dan ik toen deed. Ik herken er veel elementen van mijzelf in terug. ⊠zo ontvankelijk mogelijkvan elke tedere connectie ontdaan sta ik totaal ter beschikking van wat zich tot mij richt â als een snaar doortrillende dit tijdsgewricht registreer ik de akkoorden. Ik ben de verwoorder. Dit past voor mij precies bij het maken van dit chapbook. Ik wilde een verhaal vertellen, maar dat verhaal moest ik eerst gaan halen, ik wilde het niet bij elkaar verzinnen met als startschot beelden van YouTube of Google Images of uit velerlei boeken. Ik wilde ter beschikking staan van wat me overkwam na de keuzes die ik maakte tijdens mijn reis in OekraĂŻne. Je schrijft in je brief: iets waar je je best voor doet, blijft je langer bij. Ik denk dat schrijven dat voor mij is. Dat 'je best doen', dat stop ik het liefst in het schrijven. Misschien is het ook wederkerig: dat wat in mijn hoofd blijft hangen er op de een of andere manier uit moet. Als ik een bepaald krantenartikel lees of op iets te geks stuit op internet, dan wil ik dat verkennen, uitpluizen, omvormen tot iets anders: een tekst bijvoorbeeld. Een verhaal waar iemand in kan wonen. Ik denk niet dat dit mij uniek maakt. Ik heb ook nooit het gevoel dat ik wat dat betreft uniek ben. Ik maak zoals iedere maker iets. Daarbij komt wel: ik wil iets tonen, iets laten zien, een verhaal vertellen waarvan ik denk dat ik meer laat zien dan alleen die ene, bovenste laag die de verteltijd is. Er zit meer onder â of achter â en ik hoop dat iemand die dat leest dat ook zo ervaart. Of dat iemand zin krijgt om door te graven. Ik denk namelijk dat dat moet kunnen, dieper graven. Je kunt nooit alles in een tekst stoppen. Kill your darlings, sabel je fascinaties neer, hak ze in mootjes en bewaar ze in de koelkast voor later. Achter en in dit verhaal zitten allerlei fascinaties die ik niet uitgebreid kon bespreken of beschrijven, het metrostelsel van Dnipropetrovsk, de jonge Joodse jongen die net een koffiebar opende in Odessa en zo ontzettend racistisch was dat ik er tegelijk om moest lachen en misselijk van werd, mijn nichtje Anna dat huilend aan de eettafel zat omdat ze niet weet of ze wel kan gaan studeren in Londen als dat haar wens is. In mijn hoofd wandel ik nog op de plekken die kort worden genoemd, herleef ik soms de situaties die terloops worden aangesneden. In De benen van Petrovski zet ik de deur maar op een kleine kier â wat wil je, met slechts 10.000 woorden ruimte. Ik werd daar helemaal lijp van, dat hokje van die 10.000 woorden om in rond te banjeren. Te weinig, te weinig, het drukte mijn adem weg. Nu goed, ik dwaal af. Ik denk wel dat je op een gegeven moment â in ieder geval tijdens het schrijven van een tekst â het gevoel moet hebben: dit is een uniek verhaal, alleen ik kan dit vertellen, er is niets vergelijkbaars. Ik hoop dat jij er zo ook in staat. Of anders: hoe sta jij daar eigenlijk in? Jij bent een podiumman pur sang, je past daar, dat performatieve is op je lijf geschreven â dat is ook terug te zien in je chapbook, overigens. Dat is iets waar ik je om bewonder. Maar ook vraag ik je iets anders: je woonde heel lang enkel in de poĂ«zie, en nu is er een prozawerk. Hoe verging jou dat eigenlijk, dat maken van proza? En hoe kwam dat ĂŒberhaupt? Liefs en aaien. Lisa
Klik door naar deel drie van de briefwisseling.
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Meer informatie en antwoorden op vragen over het festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.