Het fluisteren van een rivier
Ik kan met rivieren praten. En soms ook met beekjes en regenbuien. Maar niet met modderplassen. Die zeggen niets. Die stromen niet.
Ik ontdekte het toen ik heel klein was. Ik zat steentjes te keien bij de Maas. Ik probeerde ze te kaatsen op het wateroppervlakte. Toen plots begon de rivier me te vertellen over een ander kind dat hetzelfde had gedaan een paar kilometer verderop. En over een hond die tegen het getier van zijn baasje in, blij het water in gesprongen was. En over het koppel dat samen was gaan kajakken en de urenlange pauze die ze namen in een grasveld, ergens in de bocht van de rivier.
Ik vertelde de rivier dan maar over mijn nieuwe schoenen met lichtjes. Over mijn tekening die de juf zo mooi vond. Over hoe ik die dag een ezel gevoederd had.
Sindsdien zou ik altijd met rivieren praten. Soms per toeval, omdat ik een rivier tegen kom. Of soms, wanneer ik rust nodig heb, ga ik er zelf naartoe. Dan fluister ik naar het water over de reling van een brug, sta ik wat te lachen bij een kade of zit ik daar gewoon in het gras naast de oever te dromen. Mensen kijken me wel eens raar aan wanneer ik het doe. Maar mensen kijken me wel vaak raar aan. Ik denk dat ze me vooral zo raar vinden omdat ik glimlach. En zij niet. Ze kennen mijn geheimpje niet. Ze letten niet op.
De rivieren kunnen me alleen verhalen vertellen die stroomopwaarts gebeurden. Stroomafwaarts is het water nog niet geweest en de rivieren weten dus nog niet wat er voor hen aankomt. Ze weten niet door welke steden ze zullen stromen, onder welke bruggen ze zullen gaan of welke schepen hen zullen bevaren. Ze weten nooit waar ze uitmonden. Of ze nieuwe rivieren zullen ontmoeten of eenzaam blijven. Of ze zullen groter worden, of blijven kabbelen. Ze weten niet goed wie ze zijn.
Rivieren lijken meer op mensen dan je denkt. Rivieren zijn niet één voorwerp met een werkende definitie of een omschreven vorm. Net zoals jij niet meer dezelfde bent als jaren geleden, zo ook verandert de rivier na zovelen kilometers. En toch is het nog steeds dezelfde rivier, maar eigenlijk niet. Net zoals jij een grote verzameling van cellen, bloed en beenderen bent dat door de tijd beweegt en constant evolueert. Zo is dat ook met de duizenden druppels van een rivier.
En net als mensen, meanderen rivieren ook. Net als mensen hebben ze een doel, een droom waar ze naartoe stromen. Maar ze vinden bijna nooit de rechte weg. Ze maken de raarste bochten en kronkelen maar in het rond. Achteraf kan je er naar terugkijken en denken “Waar was je toch mee bezig, rivier? Je moest gewoon die kant op! Waarom zag je dat niet?”. Maar zo is het leven. Vol met heuvels en soms bergen waar je niet kan over heen stromen. Dus we meanderen maar. Maar treur niet. Ik denk dat alle rivieren uiteindelijk hun weg vinden, al is het met hun eigen kronkels. En die kronkels zijn wat rivieren zo mooi maken. De rivieren vertellen me altijd de beste verhalen vlak na een waterval en woelige rivieren zijn wijzer dan alle anderen.
Rivieren vragen me soms wel eens waar ze naartoe stromen. Ik weet het antwoord, maar ik heb het nog nooit tegen hen gezegd. Soms maakt een rivier zich zorgen, zie je? Ze stromen maar door en ondertussen worden ze trager. En vuiler. Dan denkt een rivier wel eens dat ze nergens heen stromen. Dat het geen zin heeft en dat ze nooit ergens op zullen uitkomen, maar in plaats daarvan zullen opdrogen of dichtslibben. Ik moedig ze altijd aan, maar ik vertel nooit over de zee. Hoe zou ik dan ooit de oceaan kunnen uitleggen aan iemand die het nog nooit gezien heeft? Zo’n goede schrijver ben ik niet.
Ik vertel hen altijd een verhaal terug. Niets speciaals. Gewoon zoiets klein en vreemd, maar optimistisch. Zoals ik vaak hier probeer te schrijven. Het is niet veel, maar het is het minste dat ik kan doen om een rivier te bedanken. Ze mogen het van mij altijd door vertellen. Dat is eigenlijk waar ik op hoop. Dat iemand anders mijn verhaal kan horen vele kilometers verder. Als er iemand anders is die ook luistert zoals ik.
Misschien kan jij eens proberen te luisteren. Het is niet zo moeilijk. Ga naar een rivier, een beek of misschien zelfs dat eerste stroompje regen dat door de straatgoot kabbelt. En luister naar het ruisen van het water. Misschien hoor je wel een verhaal.