Sommige mensen zijn onwerkelijk knap. Ze hebben iets wat ze aan de ene kant gigantisch neukbaar maakt, maar ook on plaatsbaar. Alsof ze hier niet thuis horen. Jij voelde je op je gemak tussen onwerkelijke mooie mensen. Niet omdat je zelf een van hen was, maar juist omdat je niet van hen was. Tussen gewone mensen ging je je vergelijken, maar je wist dat het bij hen geen zin had. Je was nooit mooier dan hen, maar omdat zij in de gewone wereld niet thuis hoorden was je juist de mooiste. Omdat jij wel echt was.
Jij wel, maar ik niet. Ik hoorde bij de onechtend. De Plastic Fantastic. Maar dan zonder plastic. Ik viel voor je. Als Katy Perry in de taart tijdens de VMA’s, en ook ik kon niet meer op staan. Voor jou was ik niet anders dan alle anderen. Voor jou was ik seks.
Het is nu twee maanden en drie dagen geleden. Tijdens de opening van de zoveelste orginele underground club op een verlaten industrieterrein botste je tegen me aan. Het einde van de avond was in zicht, maar ik weet nog dat je een t-shirt aan had met Indiana Jones er op. Zijn donkere panama hoed bedekte jouw borsten.
Ik vroeg of je even mee naar buiten ging. Jij pakte mijn hand om me niet kwijt te raken.
Buiten drukte je me tegen een kolossale roze graffiti L op de muur aan. De daaropvolgende zoen had iets wat ik altijd had gemist. Werkelijkheid. Zoenen met andere onwerkelijke mensen had vanzelfsprekend ook iets onwerkelijks, en dat was heerlijk, zoals seks in een drugsroes heerlijk is. Opeens snapte ik waarom je zo geliefd was onder ons. Waarom je iedereen kon krijgen, en iedereen je wilde.
Jij was geen door chemicaliën opgewekte roes, geen gefabriceerde schoonheid. Jij was alles wat wij wilden en andersom.
Ik ging bij je achter op de fiets. Wij komen me de limousine, jij op de fiets. Ik had nog nooit achter op een fiets gezeten.
Ik had ook nog nooit zulke geweldige seks gehad.
Het was een beetje vies, zoals seks hoort te zijn, maar wat ik nog nooit had gemerkt. Het onwerkelijke is dan ook steriel schoon. Maar jij was bezweet en verschrikkelijk geil. Het was voor mij al opwindend genoeg om je alleen maar te zien bewegen. Maar niet voor jou, jij bewoog naast jezelf ook mij en maakte iets in me los dat niet meer vast wil.
Uiteindelijk ging je weer, op je krakkemikkige fiets. En ik ging ook.