Axl Rose & Co. waren groot bewonderaars van underground kunstenaar Robert Williams. Vooral de prent hierboven, getiteld Appetite For Destruction, sprak hen bijzonder aan, en trots mocht ‘t de cover van één van de allerbeste debuutalbums óóit sieren. Behalve van zij die verantwoordelijk waren voor de verkoop, en die de voor de hand liggende aanstoot graag vermeden. In deze wereld, waarin taal maar bijzaak lijkt, worden beeld en geluid belangrijk geacht, maar hebben de cijfertjes altijd ‘t laatste woord. Het grote feest ging niet door.
Na de eerdere succesnummers van E- en Volendam, voortaan als merkwaardige hits in m’n geheugen genoteerd, besloot ik zomaar, daar het weer nog met zin getrotseerd kon worden - zelfs de hond is vandaag niet blij met deze naar hem vernoemde variant - eens een bezoek te brengen aan Purmerend. De heenweg met tegenwind, in een keurig onderhouden, door boeren en natuur platgestreken landschap. Mocht de stad me tegenvallen, had ik in ieder geval een ontspannen terugreis. Kronkelend via de gehuchten Middelie, wat maar een halve plaatsnaam lijkt, en Kwadijk, roept automatisch weinig vrolijkheid op, de snelweg onderdoor, en daar was ik in Purmerend. Aan de rand dus, bedrijventerreinen, weer dus. Het zal ook komen doordat het zaterdag was, weinig bedrijvigheid, maar de gehele omgeving ademde een onbepaald bederven. Matig onderhouden loodsen waar nooit met plezier, maar uit pure noodzaak gewerkt wordt. Verderop een rot houten bord met daarop thaisebezorglijn.nl, dat allesbehalve uitnodigde om aan eten te denken. Ertussen enkele sportvelden, waarvan een bezet door twee jeugdige hockeyteams en geflankeerd door het evenredig tegenovergestelde van soccer moms ‘n dads. Ondertussen volgde ik de bordjes ‘Centrum’, waar ik me steeds meer van ging voorstellen, want - kijk - daar was er weer een. Linksaf, rechtdoor, centrum, centrum, rechts, nog eens rechts, centrum, centrum - en nu? - ah, centrum, ik zal d’r bijna wezen, kannie anders, links, rechts, centrum centrum trum trum trum - nu dan? Wel waren de bedrijven inmiddels vervangen door kantoren, maar ook hier rook je de tegenzin waarmee deze panden zich doordeweeks vulden - ik was ‘s ochtends expres met beide benen tegelijk uit bed gestapt om een vergissing te voorkomen, maar nu twijfelde ik toch aan het doel. In woonwijken fietste ik, die tegen de verveling kriskras waren ingedeeld, want van een beetje verdwalen wordt iedereen een beter mens, alhoewel ik met die gedachte Purmerend meer bood dan tot dan toe andersom het geval was. Centrum linksaf, rechtsaf, doodlopend, (brom)fietsers uitgezonderd, immer gerade aus, langs panden en straten in verlopen en doffe pasteltinten, hoeren-Christus, hoe lang nog, hoe lang nog... Weg, brug, straat, pad, fuck off met je stoplicht, daar dan? - nee, daar, dáár, daar doemde het op, want ik zag mensen met papieren kledingtassen. En ouwe panden, een abusievelijke gevel zelfs, en daar was ik dan. Hartje Purmerend. Een Braziliaanse carnavalsoptocht eindigend in een orgie, kon het voor mij al niet meer redden. Fiets geparkeerd op de Koemarkt, een vierkant, verlaten plein met horeca waar de mensen verplicht leken te zitten, zoals ook Noord-Korea zich graag mooier voordoet voor buitenlanders. Hippe knullen met hippe kleding met hippe gaten en lange zwemen suikerzoete eau de toilette, die buiten Purmerend doorgaans achter bejaarde wijven hangen. Een stad voor consumenten zonder ondergrens, waar nu de mensen wonen van je middelbare school die je sindsdien volledig bent vergeten. Op de Kaasmarkt een draaiorgel. Hadden ze ook eens onderaan bij het Zuidplein in Rotjeknor gezet, om lokale hangoverlast weg te jagen - maar dat was de muzikanten niet verteld. Toen de orgeldraaiers daar weet van kregen, pakten ze beledigd hun biezen. Hier kregen ze van mij paar centen, ter motivatie, hopende op een soortgelijk effect. Tot drie keer toe knikten de twee draaiers vriendelijk naar me, want ik bleef maar langslopen, op zoek naar meer centrum. Het was al halfvijf. Weldra zou alles sluiten, ik besloot maar boodschappen te doen in een overdekt winkelcentrumpje, bij de AH. Daarna zocht ik een coffeeshop, want ook dat is hier geen sinecure.
Fiets gevonden, snel wegwezen. Ik wist niet hoe gauw. De route Purmerend uit verliep zoals de heenweg. Ik volgde ditmaal eindeloos de bordjes ‘Edam, Volendam’, en had hoop. Het dúúrde weer, like fucking hell. Wederom kriskras en als een labyrint, géén logica, géén idee waar en hoe, laat staan waaróm - de woonwijken toonden een sublieme verpaupering. Een gruwelijk mislukte versie van Papendrecht. Mensen lieten hun hondje aangelijnd uit op grasveldjes. Nog een stukkie industrie - en ineens was daar de rust.
Stilte.
Stad uit.
Een ouwe heer met een hondje, dat wel los mocht, en wel elan had.
Langs slingerend water vervolgde ik m’n weg, maar ik moest aan de overkant wezen, en koos op zoek naar een bruggetje prompt de verkeerde richting. De wind trok aan, en onverhoopt fietste ik weer richting Purmerend. Rechtsomkeer, de dijk af, all the way away from here - wederom met windkracht tegen, maar het kon me al niet meer schelen. M’n fiets is voorzien van achttien versnellingen, dus ik ploeterde met plezier en hield de hel hoe dan ook achter me. Opgefokt raak je ervan. Werkelijk niks wezenlijks, laat staan iets essentieels, voor wat dan ook, bezit Purmerend. In 1434 kreeg het stadsrechten, da’s 585 jaar geleden, 117 maal langer dan WO II heeft geduurd. Niemand die, want zo gaat dat, na zo een lange sluimertijd, zich er nog om bekommert. Maar de oorlog die Purmerend heet, heeft thans lang genoeg geduurd. Pleur d’r een bom op - ja maar, dat kost geld. Het heeft niet per se haast, dus wachten luidt het devies. Vast wordt er nog een projectiel opgegraven uit een eerdere oorlog. Die kan dan daar, en plein public, met een opkomstplicht voor iedereen, onschadelijk gemaakt - ja maar, dat ko... Ik doe ‘t vrijwillig. Vervolgens een spervuur van sloopkogels, loodzware walsen, en het laatste woord is aan de boeren, die de grond prachtig vlak trekken, en in alle geduld wachten we af wat er zal ontstaan, nu we deze grove vergissing hebben teruggegeven aan de natuur.