Als ijzer in aanwezigheid van water reageert met lucht, dan krijg je roest. Kijk maar in de fietsenstalling. Wanneer ijzer en lucht een reactie aangaan in zandgrond en zich verbinden, dan krijg je limoniet. Ook roest, maar dan veel steviger. Als dit limoniet vervolgens ook nog eens het zand aaneen kit, dan krijg je ijzeroer: het lekkerst bekkende mineraal van Nederland. Onder gunstige omstandigheden vormen zich banken van wel vijftig centimeter dik. In Nederland is dit ijzeroer op verschillende plekken te vinden.
Wie om welke reden dan ook de Zandmotor bezoekt vindt het. gegarandeerd! Je kan er gewoon niet om heen. Tenminste niet zonder je best te doen. Het hele oppervlak ligt namelijk bezaaid met het roestige spul. Wie achteloos het zandapparaat bewandeld stoot zich geheid meerdere keren aan zo'n steen.
Een brok ijzeroer afkomstig van de Zandmotor
Het ijzeroer dat wij op de zandmotor vinden, vormde zich aan het eind van het Pleistoceen, op de grens van fossiel naar recent, zo'n 10.000 jaar geleden in laaggelegen gebieden waar ijzerrijk grondwater omhoog kwelde. De roestbruine brokken stammen dus uit het staartje van onze laatste ijstijd. Desondanks wordt het door de gemiddelde jutter en verzamelaar veracht. Wat moeten ze met zo'n plak roest?! Er zitten niet eens fossielen in. Toch?
Normaal ligt het aan het eind van het Pleistoceen gevormde ijzeroer verstopt in onze kust- en zeebodem. Meestal zo'n 15 tot 20 meter diep. Diep genoeg om je er niet aan te stoten. Veilig opgeborgen onder een laag vroeg-Holoceen veen. Maar goed, op de zandmotor is dat dus niet het geval. Daar breek je er zo gezegd je nek over. Bij het opspuiten, hebben de sleephopzuigers het spul van hun oorspronkelijk locatie verplaatst naar hun huidige. Met de ongekende hoeveelheid dagzomende ijzeroxide-ijzerhydroxide-concreties en blauwe tenen tot gevolg.
Een stuk ijzeroer met een met een zeer fijnkorrelige structuur.
Toch verdient het ijzeroer (ijzermaal, ijzersteen, bruinijzersteen, bruinijzererts, moerasijzererts, poelerts, velderts en zodenijzersteen wordt allemaal goed gerekend) meer respect dan het vandaag aan de dag krijgt. We hebben namelijk nog al wat te danken aan dit roestige spul.
Van de ijzertijd tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog wist men zich wel raad met ijzeroer. Zeker in de middeleeuwen. Een buit als op de zandmotor hadden ze zeker niet laten liggen. Daar kon je goed geld mee verdienen. In die tijd was ijzeroer namelijk een zeer rendabel mineraal. Zo rendabel dat het een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd aan de economische ontwikkeling van ons land. Ja, dat leest u goed. Miljoenen kilo's ijzer hebben we er uit gewonnen en tonnen zijn er van geëxporteerd. Ter illustratie: op zijn top produceerde de Nederlandse ijzerindustrie 3 miljoen kilo ijzer per jaar en in het jaar 1938 exporteerde Nederland nog een slordige 56.000 ton ijzeroer naar Finland en Engeland. Schroothoop Nederland!
Omdat ik het niet kon laten, zo'n staaltje industrieel erfgoed laat je niet liggen, nam ik onlangs een aantal stukken mee. Gewoon voor de heb. Bij thuiskomst bleek er in één stuk, tegen de berichtgeving in, doorgaans treft men in ijzeroer geen sporen van vervlogen leven, een deel van een slakkenhuis te zitten. Naar mijn eigen inzicht van een posthorenslak. En dat is toch alleraardigst.
Stuk ijzeroer met een deel van een posthoren schelp erin.
Naast de 'lompklompige' vorm kent ijzeroer vele verschijningen: bollen, knollen, schijven, staven je kunt het zo gek niet bedenken. Eigenlijk is ieder ijzerhoudend afzettingsgesteente dat is ontstaan door het neerslaan van ijzerverbindingen uit water ijzeroer. Zelfs het materiaal waarmee het vermengd is maakt niet uit. Zand, silt of klei, alles kan. Op de zandmotor vinden we diverse vormen terug.
Een aantal qua vorm uiteenlopende stukken ijzeroer afkomstig van de Zandmotor
Veel zeldzamer dan het ijzeroer zijn de sterk gelijkende siderietconcreties. Deze eveneens roetstbruine stenen zijn met het blote oog niet of in ieder geval nauwelijks van het ijzeroer te onderscheiden. Het zou dus zomaar kunnen zijn dat een van de boven getoonde vondsten sideriet betreft. Om daar achter te komen moeten we de proef op de som nemen. Hup zo die gaat, in een bak met zoutzuur! Begint het te bruisen heb je sideriet. Zo niet, dan ijzeroerrr!
Bronnen
Natuurtijdschriften.nl
Henk Leenaers.nl
Verhalenbankje 20 ‘Het Onland’ Ontstaan ijzerindustrie
De Veluwenaar Weblog van de Jac.Gazenbeekstichting
Nederlandsijzermuseum.nl
IJzerproductie in de Lage Landen van van Nieuwkerk & van Oers
Drentscheaa.nl ijzeroer uit de ijstijd
Grondboor en Hamer, jrg. 42, no. 1 IJZER UIT EIGEN BODEM Laban,Kars en Heidinga