Lente-luiheid
Ik geef het toe: ik ben lui geweest. Of het moet zijn wat ze lentemoeheid noemen (of eerder nawinterblues in mijn geval). In ieder geval: ik heb deze blog schandelijk verwaarloosd.
Ik zou wel willen in sneltempo mijn schade inhalen, maar dat druist in tegen alle mogelijke principes van de slow food-beweging.
Nee, alle gekheid op een stokje, ik zal de belangrijkste feiten van de afgelopen dagen trachten te verhalen, te beginnen met het diner van vandaag, bestaande uit twee groenteschotels.
Gekarameliseerde worteltjes met honing, ui en laurier.
2 grote wortelen (in staafjes gesneden) en 1 ui (in achtjes gesneden), handje walnoten, 2 laurierblaadjes, honing, olijfolie, peper en zout.
Noot: je mag de hoeveelheden gerust verdubbelen. Ik heb namelijk een zeer kleine oven waar net een mini-bakblikje in past. Voor een gewone oven met een groot bakblik doe je de ingredienten maal twee.
Vermeng de gesneden groenten met een eetlepel olijfolie en een eetlepel honing, kruiden met peper en zout. Doe dit mengsel, samen met de laurier, in één egale laag in een bakblik en rooster in de oven op 220°.
Zet ook even de walnoten, verspreid over een bakplaat, mee in de oven gedurende een vijftal minuten. Hou de noten goed in de gaten, want ze verbranden snel. Laat ze afkoelen op een propere, droge keukenhanddoek, waarna je makkelijk de velletjes kan verwijderen door met de handdoek over de noten te wrijven. Zet de noten aan de kant.
De wortel en de ui mogen 15 tot 20 minuten bakken, de tijd is afhankelijk van jouw eigen oven en de dikte van de groentestukjes. Ze mogen in ieder geval nog niet zacht zijn, eerder een krokante beet. Voeg dan nog wat honing toe (wat met een knijpfles makkelijk lukt), en laat nog 10 minuten verder in de oven bakken. Proef dan of de groenten naar jouw smaak zacht genoeg zijn, indien niet, zet je ze gewoon terug in de oven.
Dien op in een voorverwarmde schaal, met de notenstukjes erop.
Schotel met groene kool en witte bonen.
Eén kleine groene kool, harde kern verwijderd en in fijne reepjes gesneden, een blik witte bonen, gespoeld en uitgelekt (of 200g zelfgekookte bonen), een eetlepel fijngesneden rozemarijn of een bosje verse tijm, enkel de blaadjes, een klein handje pijnboompitten of zonnebloempitten, twee of drie teentjes knoflook, gepeld en gehalveerd, de schil en het sap van één citroen, geraspte parmezaanse kaas, olijfolie, peper en zout.
Verwarm twee eetlepels olijfolie in een pot, samen met de look. Voeg, als de olie warm is, de pitten en de rozemarijn (of tijmblaadjes) toe. Laat deze even bakken tot de pitten bruinen, en voeg de groene koolreepjes toe. Kruiden met peper en zout, goed omscheppen, en dan de kool onder deksel op zacht vuur verder laten garen. Voeg na 5 minuten de bonen, en een handje geraspte kaas toe, en laat opnieuw onder deksel verder garen. Als je de koolreepjes zacht genoeg vindt, haal je de kom van het vuur. Schep de citroenschil onder de kool, werk af met olijfolie, peper, zout, citroensap naar smaak, en nog wat geraspte kaas.













