âGod bestaat, dus ik ben God nietâ
De ontnuchterende waarheid van de christelijke inspiratie
 GENT â Piet Raes is vormingsmedewerker aan het bisdom van Gent. Onder de noemer van de vzw CCV verzorgt hij er vormingen voor mensen die zowel professioneel als vrijwillig, van dichtbij of veraf betrokken zijn bij de werking van de kerk. Vrij vertaald komt zowat elke volwassene bij hem aankloppen met een vraag om ondersteuning, zowel vormelijk, inhoudelijk als instrumenteel. Een hele boterham, al maakt zijn geloof van de taak een deugd.
 Piet Raes: âIk heb het geluk van mijn geloof mijn werk te mogen maken. Uiteraard betekent dat dat ik mijn werk meeneem naar huis, geloof is nu eenmaal niet iets van acht tot vijf. De achtergrond loopt door, enkel krijgt het op mijn werk een specifieke vorm. Eigenlijk zou je zelfs kunnen zeggen dat het eerder omgekeerd is. Veel van wat ik als mens en als gelovige oppik in het dagelijkse leven blijken heel relevant voor wat ik op professioneel vlak verwezenlijk.â
 Welke christelijke waarden vindt u de belangrijkste in een dagdagelijkse context van werken en leven?
Raes: âDaar kan ik misschien nog het beste op antwoorden met de woorden van iemand anders. Ik gaf onlangs een vorming over Thierry Bizot, een Frans tv-producent die zich pas op latere leeftijd bekeerde tot het christendom. Hij schrijft in zijn boek dat, sinds hij het geloof ontdekte, zijn waardenschaal compleet veranderd zag. Waar hij voordien intelligentie zonder twijfel helemaal bovenaan had geplaatst, heeft die intelligentie plaats moeten ruimen voor vreugde. Ook âordaceâ, stoutmoedigheid en daarop volgend vriendelijkheid vervangen door respectievelijk eenvoud en gezond verstand.
De top drie van Bidot gaat volledig op voor mijzelf. Vreugde komt steevast op de eerste plaats, niet het minst door mijn geloof zelf. Mijn geloof schenkt mij vreugde, maakt mij een gelukkige mens. Geloof helpt mij ook een eenvoudige mens te zijn, wat niet altijd makkelijk is. Van nature is de mens namelijk wat ijdel en hoogmoedig. Aangezien ik als gelovige aanneem dat God bestaat, kan ik veilig stellen dat ik God niet ben, want enkel God is God. Zo sta ik ineens weer stevig met beide voeten op de grond en dat brengt me ook bij mijn derde waarde: gezonde boereverstand. In dat opzicht vind ik het christelijke geloof bijzonder realistisch: het helpt je om de wereld te zien zoals hij is. Geen lekstok, zoethoudertje, het verbloemt de werkelijkheid niet.â
 Maar zijn die waarden niet eerder universeel dan diep christelijk?
Raes: âEnerzijds kan je er niet naast kijken dat onze cultuur de sporen draagt van 2000 jaar christelijke invloed. Veel van oorsprong religieuze waarden, kennen vandaag een eerder profane vertaling. Zo werd het oorspronkelijke barmhartigheid vertaald naar solidariteit, gerechtigheid werd rechtvaardigheid, en dat is goed. Tegelijkertijd moeten christenen zich realiseren dat Gods geest waait waar hij wil. Niet enkel in de kerk, in je gezin of in de chiro van Don Bosco, waar Hij wil. Christenen hebben niet het exclusieve voorrecht op de liefde of de humaniteit. Gelukkig zelfs, dat betekent eigenlijk dat ik die waarden deel met veel andere mensen, en daar kan je alleen maar blij om zijn. Het verschil zit dan ook niet in de vraag of de ene mens moreler is dan de andere. Veel mensen zijn geen christen maar getuigen van een enorme humaniteit, andersom zijn er ook christenen van mindere moraal. Het verschil is, naar mijn overtuiging, dat ik als christen probeer een goed mens te zijn... (denkt even na) Denk even aan het stuk uit de Romeinenbrief waarin Paulus schrijft: âIk weet wat het goede is en wil het ook doen, maar het is avond en ik stel vast dat ik het kwade gedaan heb dat ik niet wil.â En omdat ik dat van mezelf besef vertrouw ik mij toe aan God om mij te helpen, want op mijn eentje bak ik er niet veel van. Je hebt geen geloof nodig om een moreel zeer hoogstaand leven te leiden. Het verschil, voor zover dat belangrijk zou zijn, is dat een gelovige zegt: ik vertrouw op God om mij te helpen dat leven te leiden, ik erken dat God bestaat en reken op zijn hulp. Persoonlijk zie ik geen heil in een vergelijking op het morele vlak. Het komt er niet op aan om beter te zijn, maar om u aan God te hechten.â
Hoeft dat geloof dan noodzakelijk in God te zijn? Zou u kunnen geloven in een soort opperwezen zonder naam, naar analogie met de opperbouwmeester van de Vrijmetselaars?
Raes: âVrijmetselaars zien God als een opperbouwmeester van het heelal, een hogere entiteit die de wereld voorzag van intelligentie en structuur die de wetenschap kan ontdekken en berekenen. Voor mij is God geen ingenieur die de zaak heeft gepland en in elkaar heeft gestoken. God heeft alles te maken met gevoel. Geloof begint niet met een inzicht, maar met een ervaring. Ik herken niet niet mijn hoofd dat er iemand zou zijn die alles in elkaar heeft gestoken, ik erken wel met mijn hart dat er iemand om me geeft, en dat is iets helemaal anders, iets relationeel.â
 Nochtans blijft God ongrijpbaar. Hoe omschrijf je een relatie met het ongrijpbare?
Raes: âHet is best raar, want het is niet iets tastbaar. Het begint met één fundamentele ervaring: ik weet mij bemind. Velen hebben me graag, maar het is enkel God die me bemint. Zoals ik ben, met mijn fouten en tekortkomingen. Misschien zelfs net omwille van die tekortkomingen, op een manier die geen moeder, partner of kind ooit kan. Enkel naar die analogie kan ik er iets over zeggen. Je probeert die relatie concreet te maken door het praten in een gebed, door je te engageren in je parochie, door je in te zetten voor andere mensen.â
 Is dat sociale aspect van bidden en misvieren nodig om te geloven?
Raes: âGeloof zonder kerk â als in een gemeenschap van mensen die bijeen komt - zou heel moeilijk zijn. De kerk als instituut, met alle ellende en miserie en de vele bedenkingen, neem ik erbij. Zonder die kerk zou ik het niet volhouden. Het is uitermate belangrijk voor je geloof om iets te doen, te vieren. Zo wordt het concreet.â
 En toch lopen de kerken leegâŠ
Raes: âDe Kerk zoals we ze in Vlaanderen vijftig jaar gekend hebben, is aan het instorten en zal niet terugkomen. Daar ben ik van overtuigd. We herontdekken voor een stuk wat de kerk van bij het begin was. Als je in de 2e eeuw na Christus als christen andere christenen wou ontmoeten moest je effectief naar de gemeente van Korynthe of Tessaloniki. Jij moest als mens naar de Kerk gaan. In Vlaanderen is de Kerk naar de mensen gekomen. Tot in de jaren 70, als er een sociale woonwijk werd gebouwd zette de kerk daar een wijkkapel, als een soort van sociaal huis. En natuurlijk zit daar niemand meer in dat huis, dat vind ik zeer vanzelfsprekend, want de kerk is niet in eerste plaats een sociaal verband, het is een geloofsgemeenschap. Die gestalte van de kerk als een sociaal verband die sociale cohesie moet helpen bieden is helemaal voorbij. Het is de tijd van hergroepering, âle temps de reculer pour mieux sauter.â Maar dat blijkt heel lastig. Een heel moeizaam proces dat al jaren loopt en ongetwijfeld nog vele jaren zal verdergaan vooraleer de kerk fysiek helemaal leeg is. Maar die dag komt er, zeker in de steden.
Het is nooit de bedoeling geweest in het christendom dat er in elke gemeente een bepaald aantal kerken zou zijn. Anders had God nooit zijn geschiedenis begonnen met een van de marginaalste volkeren, die paar Aramese stammen. Dan had hij beter de AssyriĂ«rs gekozen. God is niet geĂŻnteresseerd in de massa. De roeping is dat er hier en daar een plaats is waar christenen vieren en waar anderen zien wat zij zijn.â
 Is de christen van vandaag dan nog steeds die van destijds? Is er niet veel van die betekenis veranderd, verloren in de loop van die 2000 jaar?
Raes: âDe Bijbel gaat niet om het op zoek gaan naar historische accuraatheid, naar het meest oorspronkelijke moment. Elke interpretatie van elke generatie heeft zijn eigen waarheidsmoment. Christenen hebben, in tegenstelling tot de Koran, geen moeite met vertalingen van het woord van God. De ervaring van de schrijver op zich is een toegangspoort, geen verlies van betekenis. De definitie van een christen blijft altijd dezelfde; een christen is iemand die zegt: Jezus is de meest volmaakte incarnatie van God. In Christus hebben we het beste en het meest volmaakt gezien wie God is.â