Descoperă beneficiile celor 13 suplimente alimentare lichide de la DuoLife. Produse de înaltă calitate pentru sănătatea ta: Aloe, Clorofilă,
seen from United States

seen from France
seen from Brazil
seen from Türkiye

seen from Hong Kong SAR China
seen from Hong Kong SAR China

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from China
seen from Netherlands

seen from United States
seen from France
seen from Türkiye

seen from Malaysia
seen from Russia

seen from United States

seen from Costa Rica
seen from China

seen from United States
Descoperă beneficiile celor 13 suplimente alimentare lichide de la DuoLife. Produse de înaltă calitate pentru sănătatea ta: Aloe, Clorofilă,

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
DI2 - Diarree: DDx opstellen
DDx diarree
Deze kan opgesteld worden op 3 verschillende manieren, gebaseerd op: - anatomie (dikke darm of dunne darm) - duur (acuut, subacuut of chronisch) - pathofysiologie (malsecretie, maldigestie en/of malabsorpte
Deze volgende blokken zijn gebaseerd op het HC over diarree bij GD (nog van Di1), maar een groot deel valt natuurlijk ook wel te vergelijken met LH/paard en voor di2 ga ik nog verder in op de pathogenen.
Anatomie
Je kan het in dunne en dikke darm plaatsen gebaseerd op de eigenschappen van dikke versus dunne darm diarree:
Dit is erg relevant in het geval van pathogenen die een voorkeurs locatie in het MDK hebben.
Duur
Wordt ook vaak gecombineerd met anatomie.
DDx acute diarree - idiopatisch - voeding gerelateerd - infectie -> Viraal (rota, corona, parvo) -> Bacterieel (salmonella, clostridium, campylobacter) -> parasitair (wormen, giardia) - intoxicatie - anatomisch (corpora alienum, ileus, invaginatie)
DDx chronische dikke darm diarree Buiten MDK: - endocrien -> Hyperthyreoidie -> Hypoadrenocorticisme - leveraandoeningen - Nieraandoeningen - Pancreasaandoeningen - congestie - stress Binnen MDK: - voedselintolerantie/-allergie - ontsteking -> infectieus -> niet infectieus - dysbacteriose - neoplasie - cobalamine deficientie - partiele obstructie
DDx Chronische dikke darm diarree Zonder fecale stasis - binnen MDK - buiten MDK Met fecale stasis - Bekkenkanaal obstructie - rectale strictuur - neoplasie -> maligne -> benigne (poliep) - invaginatie - corpus alienum
Pathofysiologie
Malsecretie - inflammatie -> Vergrote porieën/tight junctions -> verhoogde interstitiele druk - secretiebevorderende stoffen:
(Daarnaast heb je ook nog ACh, serotonine en α-adrenerge agonisten (vooral van toepassingen bij medicatie gebruik) die de secretie bevorderen)
Malabsorptie/maldigestie - villusatrofie - exocriene pancreas insufficientie - verhoogde motiliteit - dysbacteriose - osmotische diarree
Malabsorptie en maldigestie gaan eigenlijk samen, maldigestie leidt tot malabsorptie symptomen en malabsorptie resulteert zelf vaak ook tot maldigestie.
Congelarea pâinii, mai mult decât un truc de păstrare: beneficii pentru glicemie și digestie
Păstrarea pâinii în congelator poate face mai mult decât să-i prelungească termenul de valabilitate. Specialiștii în nutriție și cercetările recente arată că acest proces poate modifica subtil modul în care pâinea influențează digestia, nivelul zahărului din sânge și sănătatea intestinală, oferind avantaje dincolo de simpla comoditate, scrie HuffPost. FOTO: Arhivă Cum schimbă congelarea pâinea la…
DI1 - motiliteit van de voormaag (A-wave, B-wave, herkauwen)
A-wave
Primaire penscontractie: - mengen - kneden - transport 1-3/minuut in een gezond dier en duurt 25-35 seconden/wave
Primaire penscontractie (van craniaal naar caudaal)
1. Contractie van de netmaag 2. Sterkere contractie van de netmaag -> Hierbij is ook de opening naar de boekmaag open en vindt er transport van de inhoud naar het omasum/boekmaag plaats
3. Contractie van de craniale penszak -> gedeelte terug naar de netmaag en gedeelte naar de dorsale penszak
4. contractie van de dorsale penszak -> naar de dorsale blinde zak of ventrale penszak
5. contractie van de dorsale blinde zak
6. contractie van de ventrale penszak -> naar de craniale penszak, dorsale penszak of ventrale blinde zak
7. contractie van de ventrale blinde zak -> naar de ventrale penszak
Ructus
Secundaire penscontractie/Ructus 80/uur en 1-2 L/ructus (2000-4000L gas/24 uur), 5-10 s/ructus
Seperatiefase
Gaslaag vorming door microbiële activiteit in de structuurlaag (raft)
Secundaire peristaltiek/B-wave
Met als doel om de gaslaag richting de oesophagus te duwen
1. gelijktijdige contractie van de ventrale en dorsale blinde zak -> naar de dorsale of ventrale penszak
2. contractie van de dorsale penszak -> richting de oesophagus
3. contractie van de ventrale penszak -> richting de craniale penszak en dan de netmaag
Oesophageale fase
1. Gas ontsnapt via de cardia naar de oesophagus (onderste slokdarmsfincter staat open)
2. Antiperistaltische golf over de oesophagus + negatieve intra-thoracale druk -> aanzuigen van het gas naar craniaal
3. Secundaire peristaltische golf van de oesophagus -> schoonmaken van de oesophagus
Laryngotracheale fase
Gas verdwijnt via de bek of gaat naar de longen en verdwijnt bij de volgende exspiratie
Herkauwen.
Regurgitatie
Regurgitatie, soort van, niet de regurgitatie die we zien bij dieren die niet herkauwen, want niet HK hebben geen mogelijkheid tot antiperistaltische beweging van de oesophagus.
1. contractie van de dorsale penszak -> structuurlaah (raft) beweegt zich naar de cardia/oesophagus en de gaslaag beweegt zich naar caudaal
2. inspiratie tegen een gesloten nasopharynx en relaxatie van de bovenste slokdarmsfincter -> negatieve druk in de oesophagus
3. relaxatie van de onderste slokdarmsfincter -> bolus beweegt naar de oesophagus
4. antiperistaltische contracties van de oesophagus -> bolus wordt craniaal geduwd
Mechanische verkleining
Mengen met speeksel
Nieuwe bolus doorslikken
Slokdarmsleufreflex
Tijdens fermentatie gaat de kwaliteit van de voeding verloren door de fermentatie van deze hoogwaardige voedingstoffen. Aangezien kalfen melk drinken en dit hoogwaardige voeding is wat ze erg nodig hebben willen ze deze fermentatie overslaan en bij de lebmaag (een kliermaag) terecht komen.
1. sulcus reculi = gedeelte in de netmaag 2. sulcus omasi = gedeelte in de boekmaag 3. sulcus obomasi = gedeelte in de lebmaag
DI1 - motiliteit van de enkelvoudige maag
Digestieve fase
Proximale maag
Receptieve relaxatie (vullen van de maag) Drukverlaging in de fundus -> voorbereiden op het voedsel dat er aankomt
Geïnitieerd door het slikcentrum (n. vagus)
Adaptieve relaxatie Geen drukverandering in lumen -> opslag - lage druk zorgt ervoor dat het voedsel langzaam doorgaat naar het distale gedeelte
constante depolarisatie (en dus contractie) van gladde spiercellen -> tonische contracties
Regulatie door vago-vasale reflex en lokale strekreflexen
Distale maag
Mengen/verkleinen peristaltische bewegingen (slow waves) richting pyloricum -> mengen, fijnmalen en voortstuwing van de maaginhoud - contractiekracht wordt aangepast aan behoefte - vindt wel ontspanning plaats (geen constante depolarisatie)
slow waves gereguleerd door pacemaker cellen in de pacemaker band tussen proximale en distale maag
Zeven/transport naar duodenum Ontmengen in antrum pyloricum Zeven in pyloris (1-2 mm)
Interdigestieve fase
Voor het verwijderen van niet-verteerbare delen 1. inhibitie vanuit het slikcentrum (n. vagus) 2. heftigere en regelmatige peristaltische contracties over de gehele maag (housekeeper activiteit) - duurt ongeveer 10-15 minuten (30-40 peristaltische bewegingen) en herhalen elk uur tot nieuwe maaltijd 3. pylorus relaxeert

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
DI1 - braken/emesis, regurgitatie
Braakreflex wordt gereguleerd via: - centrale zenuwstelsel (vestibulair apparaat en braakcentrum) - perifeer (visceraal van MDK en CRTZ)
Braken
Actief opgeven van eten
Inleidende fase / prodromal fase
misselijkheid en zweten
retrograde giant contraction: 1. stillleggen van de normale actvitieit in de dunne darm 2. 10 seconden wachten 3. 1 enkele, zeer krachtige, contractie van de circulaire spierlaag van het jejunum (retrograde giant contraction) 4. verslapping van de pylorus van de maag
volledige uitdoving van de motiliteit (paar minuten lang) en daarna herhaling van de giant retrograde contraction
peristaltische bewegingen van pylorus richting colon: - legen van de dunne darm
Kokhals fase / retching fase
Drukgradiënt richting de oesophagus opbouwen: 1. intra-thoracale druk daalt door heftige contracties van het middenrif waarbij de epiglottis ook sluit en er geen lucht wordt ingeademd 2. intra-abdominale druk stijgt door heftige contracties van diafragma en aanspannen van buikspieren 3. Onderste slokdarmsfincter ontspant en crura diaphragmatica ontspant 4. maximale contractie van de longitudinale spierlaag van de oesophagus
-> de maaginhoud beweegt bij elke kokhals naar de thoracale oesophagus en glijdt in de tussentijd weer dicht -> maaginhoud wordt gemengd met de dunne darminhoud en wordt dus neemt de viscositeit af
Uitstuwings fase / expulsie fase
Hoge inta-abdominale druk
Intra-thoracale drukveradnerning: 1. Lage intra-thoracale druk (zie kokhals fase) 2. Stijgende intra-thoracale druk door expiratie met gesloten epiglottis
-> de slokdarm wordt dikgedrukt (want intra-abdominale druk is nog steeds hoog) en inhoud wordt naar de cervicale deel van de slokdarm geduwd
Daarnaast: 1. verandering in lichaamshouding (kop naar beneden) 2. toename speekselsecretie voor bufferen van maaginhoud 3. afsluiten ostium intrapharyngeus voor het voorkomen van kots in de nasopharynx 4. epiglottis blijft gesloten voor het voorkomen van kots in de larynx/trachea/longen 5. geen adembewegingen
Diersoortvariatie
paarden kunnen niet braken, want: 1. Sterk ontwikkelde maag cardia/onderste slokdarmsfincter 2. door de scherpe hoek tussen oesophagus en maag wordt bij overvulling van de maag de oesophagus dicht gedrukt
Regurgitatie
passief opgeven van eten
Risico's
verslikpneumonie, omdat het geen reflex is wordt de glottis niet gesloten en kan er voedsel terecht komen in de longen en een ontsteking veroorzaken
Diersoortvariatie
Bij paarden, waar de epiglottis standaard op het zachte gehemelte ligt (waardoor ze ook alleen ademhalen door de neus), wordt regurgitatie gezien als uitvloeiingen van de neus
Di1 - slikken
Orale fase
Spieren
M. mylohoideus Spier waarvan de linker en rechterhelft een hangmat vormen onder de onderkaak. Verbonden tussen mandibulair (onderkaak) en hyoid bot (tongbeen) en de linker en rechterhelft die elkaar ontmoeten op een vezelige middenlijn. Functioneert als ondersteuning van de tong en tilt de tong omhoog naar het palatum durum.
innervatie: n. mylohoideus
M. styloglossus Spier dat op drie verschillende punten de tong (glossus) verbinden met het stylohoïd bot en deze spier heeft dus een rostraal hoofd, lang hoofd, en een kort hoofd. Functioneert om de tong terug te trekken (voor het slikken) en weer te laten zakken (totdat er geen risico meer is dat het eten tijdens de faryngeale fase weer terug in de mondholte gaat)
Innervatie: n. hypoglossus
M. hyoglossus Spier dat dat aan de basis van de tong (glossus) zit en aan het thyrohyoïde bot. Functioneert om de tong terug te trekken (voor het slikken) en weer te laten zakken (totdat er geen risico meer is dat het eten tijdens de faryngeale fase weer terug in de mondholte gaat)
Innervatie: n. hypoglossus
Orale fase
Eerst moet het eten eerste gekauwd en gelubriceerd worden met saliva, slikken is dan ook vrijwillig
1. punt van de tong wordt tegen het gehemelte aangeduwd 2. de voedselbolus wordt dorsaal en steeds verder caudaal geduwd doordat meer van de tong tegen het gehemelte wordt aangeduwd 3. de bolus wordt in de farynx geduwd
faryngeale fase
Spieren
Voorste keelsnoerders (m. pterygopharyngeus en m. palatopharyngeus) Lopen van processus pterygoïd/palatum molle naar de middorsale lijn van de farynx Functioneren om de farynx te verkorten en de larynx en oesophagus naar voren te trekken richting de basis van de tong, daarnaast zorgen ze ook voor constrictie van het rostrale gedeelte van de farynx (zodat de voedselbolus verder de farynx in wordt geduwd
Innervatie: n. glossopharyngeus en n. vagus
Middelste keelsnoerder (m. Hyopharyngeus) Loopt verticaal over de farynx heen tussen thyrohyoïd bot/ceratohyoïd bot naar de middorsale lijn van de farynx Functioneert voor constrictie van farynx om de bolus verder de farynx in te duwen.
Innervatie: n. glossopharyngeus en n. vagus
Achterste keelsnoerders (m. thyropharyngeus en m. cricopharyngeus) Lopen dorsaal en craniodorsaal over het laatse gedeelte van de farynx Functioneren voor constrictie van het laatste deel van de farynx om de voedselbolus in de oesophagus te duwen, daarnaast mengen de spiervezels van het meest caudale gedeelte met die van de oesophagus en vormt dit de bovenste slokdarmsfincter.
Innervatie: n. glossopharyngeus en n. vagius
Faryngeale fase
Als de voedselbolus in de farynx aankomt wordt het slikreflex geinetieerd door tastreceptoren. De volgende acties zijn dus een reflex (en gebeuren in minder dan 1 seconden) - Je ademt niet tijdens dit reflex
1. de arcus palatopharyngeale (van het ostium intrapharyngeus) worden naar elkaar toe getrokken om te voorkomen dat er eten in de nasopharynx terecht komt en de tong blijft teruggetrokken om te voorkomen dat er eten terug in de mondholte komt 2. de stembanden worden naar elkaar toegetrokken en de larynx wordt naar voren getrokken tegen de basis van de tong aan, dit voorkomt dat er eten in de larynx/trachea komt en tegelijkertijd relaxeert de bovenste slokdarmsfincter 3. Er is een peristaltische golf die de voedselbolus door de farynx richting caudaal beweegt (de intrafaryngeale druk stijgt door de keelsnoerders waardoor de bolus verder wordt geduwd) 4. de bolus wordt door de gerelaxeerde bovenste slokdarmsfincter geduwd en komt in de slokdarm terecht
slokdarm fase
Spieren
Verschillende diersoorten hebben een verschillende verhouding van glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel, dit is relevant in verband met het gebruik van medicatie - hond: volledig dwars - paard: 2/3 dwars en 1/3 glad - rund: volledig dwars - kip: volledig glad (het is niet helemaal zwart/wit, maar dit moet je kennen)
Dwarsgestreept spierweefsel Dwars staat onder invloed van motorische neuronen van het somatische zenuwstelsel, de neurotransmitter is ACh (Acetyl Choline) en de receptor is de ACh-N receptor (nicotinerge receptor) De spiercellen hebben individuele neuromusculaire synapsen (motorunit = motorneuron + de spiervezels die hierdoor geinnerveerd worden)
vago-vagal reflex/reflexboog: efferente vezels/sensorische neuronen -> hersenstam -> afferente vezels/motorische neuronen - allemaal van n. vagus (parasympatisch)
Glad spierweefsel Glad staat onder invloed van motorische neuronen enteric nervous system. Het enteric nervous system staat onder invloed van interne reflexbogen en actiepotentialen gegenereerd door speciale cellen (cellen van cajal), maar ook onder invloed van het parasympatische en sympatische zenuwstelsel. De plexus myentericus is aanwezig tussen de longitudinale en circulaire spierlaag van de t. muscularis. De plexus submucosa (normaliter in t. submucosa) in betrokken bij secretie en niet aanwezig in de oesophagus.
Primaire peristaltiek
Geinitieerd door het slikcentrum 1. bovenste slokdarm sfincter sluit, om regurgitatie te voorkomen 2. peristaltiek richting caudaal en relaxatie van de onderste slokdarmsfincter (gevormd door de cardia van de maag) 3. de voedselbolus wordt door de onderste slokdarmsfincter in de maag geduwd
Dwarsgestreept spierweefsel Innervatie door somatomotorische neuronen van de n. vagus
Glad spierweefsel Ontvangen informatie van de parasympatische vezels van de n. vagus en reguleren deze dan lokaal via de plexus myentericus
Secondaire peristaltiek
Reflex als reactie op druk van rek van de wand van de oesophagus 1. relaxatie na de voedselbolus 2. constrictie voor de voedselbolus
Dwarsgestreept spierweefsel Vago-vagal reflex: efferente vezels/sensorische neuronen -> hersenstam -> afferente vezels/motorische neuronen - allemaal van n. vagus (parasympatisch)
Glad spierweefsel Reflex boog: sensorische receptor (zoals rek of druk) -> sensorische neuron -> synaps -> interneuron -> motorische neuron -> doelorgaan of cel (zoals de gladde spiercellen van de oesophagus) - sensorische neuron kan ook functioneren als sensorische receptor - synaps kan ook de interneuron overslaan en direct naar een motorische neuron gaan
Piriform recessus
Openingen langs beide kanten van de epiglottis zodat tijdens het drinken de orale fase het vloeistof naar de farynx duwt en dit dan door de piriform recessus heen kan stromen naar de oesophagus. De oesophagaele keelsnoerders zijn hier niet relevant. Er is wel milde peristaltiek in de oesophagus, maar de druk opgebouwd tijdens de orale fase is (vaak) genoeg om de vloeistof door de oesophagus naar de maag te brengen.
DI1 - farmacologie; MDK motiliteit
Er zijn drie verschillende methodes waarmee je de MDK motiliteit zou kunnen beinvloeden
vertragen van de passagesnelheid indicatie: diarree of motiliteitsdiarree (verhoogde motiliteit waardoor er niet genoeg tijd is voor resorptie van water en voedingstoffen)
spasmolyse (relaxatie van gladde spiercellen)
stimuleren van motiliteit (prokinetica)
rood- remt de afgifte van ACh en groen+ stimuleert de afgifte van ACh wijst een stof direct naar de receptor is dit een agonist en wijst een stof naar een andere stof dan is dit een antagonist
1. Vertragen van de passagesnelheid
enterale opioïd-receptor agonisten; loperamide
Werkingsmechanisme De OP3-receptoren op neuronen van het MDK remmen de afgifte van ACh en door deze te activeren wordt dus de maagdarmmotiliteit geremd
Bijwerkingen loperamide Meer waterresorptie (door vertraging van de passage), maar ook antisecretoir effect want secretie van verschillende stoffen wordt ook geactiveerd door ACh-M receptoren Normaliter kan loperamide niet de HBH passeren, maar bij sommige hondenrassen is de BHB verzwakt waardoor er overgevoeligheid is en er centrale bijwerking zoals sufheid kunnen optreden contraindicatie: infectieuze diarree omdat de verhoogde passagesnelheid in dat geval goed is voor snelle passage van pathogenen en enterotoxinen en hondenrassen met een verminderde BHB
2. spasmolyse (gladde spiercel relaxatie)
spasmolytica; ACh-M receptor antagonisten (N-butylscopolamine, scopolamine)
Werkingmechanisme Relaxatie van gladde spiercellen door de ACh-M receptor op gladde spiercellen te blokkeren Indicatie: darmspasme, urogenitaalspasme (zoals blaas of baarmoeder spasme)
3. stimuleren van motiliteit (prokinetica)
ACh-M receptor agonisten; directe parasympaticomimetica (bethanechol, carbachol)
Werkingsmechanisme bindt net zoals ACh aan ACh-M receptoren op gladde spiercellen wat lijdt tot spiercelcontractie
Bijwerkingen Veel (waaronder speekselen, bradycardie, hypotensie en te heftige darmcontracties lijdend tot buikpijn) door de aanwezigheid van ACh-M receptoren in het hele lichaam, daarnaast wordt bethanechol ook niet afgebroken door ACh-esterases en blijft dus langer actief
ACh esterases remmers; indirecte parasympaticomimetica (neostigmine, fysostigmine)
Werkingsmechanisme Het remmen van de afbraak van ACh waardoor de aanwezige ACh langer aanwezig en dus meer contractie kan veroorzaken
Bijwerkingen neostigmine en fysostigmine Veel (waaronder speekselen, bradycardie, hypotensie en te heftige darmcontracties lijdend tot buikpijn) door de aanwezigheid van ACh-M receptoren in het hele lichaam
Bijwerkingen fysostigmine Fysostigmine kan de BHB passeren en kan dus centrale effecten hebben
α-adrenoreceptor antagonisten; sympaticolytica (yohimbine)
Werkingsmechanisme α-adrenoreceptoren hebben normaliter een remmend effect op de afgifte van ACh en remmen dan de motiliteit, maar dit kan dus niet, waardoor de motiliteit juist bevorderd wordt.
5-HT3 receptor antagonisten/5-HT4 receptor agonisten; benzamides (cisapride, metoclopramide)
Werkingsmechanisme 5-HT3 receptor remt normaliter de ACh afgifte en 5-HT4 receptor stimuleert de afgifte van ACh voor een algeheel prokinetisch effect
Bijwerkingen cisapride en metoclopramide Kunnen beide de bloedhersenbarriere passeren en dus centrale bijwerkingen veroorzaken
Bijwerking metoclopramide zie farmacologie braakreflex (anti-emetica)
Dopamine receptor antagonisten; metoclopramide, domperidon
Werkinsmechanisme Normaliter zorgt de D2-receptor voor het remmen van de afgifte van ACh, maar nu dus niet en dus pro-kinetisch effect
bijwerkingen zie farmacologie braakreflex (anti-emetica)
Mot-receptor agonist; Erythromycine
Werkingsmechanisme een antibiotica die prokinetisch werking heeft doordat het agonistisch werkt voor de Mot-receptor die op een neuron de afgifte van ACh stimuleert en die op gladde spiercellen de contractie van de spiercellen stimuleert
Bijwerkingen antibioticum dus als oraal toegediend risico op dysbacteriose
Na+ kanaal blokker; lidocaine
Werkinsmechanisme onbekend, wordt normaal gebruikt als lokale anesthesie doordat het Na+ kanalen blokt en dus actiepotentiale blokkeert, maar blijkbaar ook prokinetisch werkt bij systemische toediening
Bijwerkingen cardiovasculaire bijwerkingen en excitatie