Not present to the one / who
Een citaat uit een introductie tot de fenomenologie; een filosofie die begint bij de dingen, waarvan we uit mogen gaan dat ze bestaan en zich tot ons verhouden:
“An empty intention is an intention that targets something that is not there, something absent, something not present to the one who intends.”
F. Scott Fitzgerald schreef eens schrijversadvies naar de jonge Frances Turnbull. Hij zei haar dat ze haar hart moest verkopen, niet moest schrijven over de dingen die je vertelt bij het avondeten. Je moet ergens beginnen als je de rest nog moet leren.
Een heel stel van mijn gedichten gaan over verhoudingen tussen mensen, veelal moeizame, ongedefinieerde verhoudingen. In die verhoudingen voel ik liefde het sterkst, althans, een vorm ervan. Daar voel ik mezelf in de ander. Pas ver van mij, verder dan ik zou willen, in dat gebrek, voel ik wat ik dan ben dat overblijft. Hoeveel ruimte er in me zit dat lief kan hebben.
Eerder ongedefinieerd dan moeizaam (‘moeizaam’ is wellicht mijn poging te definiëren). “Something that is not there”. Is iets zonder definitie? Volgens fenomenologie wel, volgens mijn gedichten niet. Het bestaat wel, maar is “not present to the one who intends [it to]”. Een verhouding is tussen twee, maar lijkt zich af te spelen in zijn geheel in één. Vooral als er geen tweede is, als een verhouding iets tussen mij wordt. De intentie het gedicht.
“By making absense a presense, the image does not do away with the impalpable nature of absence,” zegt Jean-Luc Nancy in zijn The Ground of the Image. Mijn gedicht is de afbeelding van mijn verbeelding. Van wat er niet is. Leeg, geen ander om zelf over te blijven. Wat heeft lief dat kan verkopen.
“An empty intention”. Is iets
leeg? zonder definitie
van poëzie? , volgens mijn gedichten niet.
Daar voel ik mezelf in de ander. Absent
Not present to the one
who
















