In Balesmes-Sur-Marne ergens halverwege Langres en het Franse gehucht Bourg ligt de oorsprong van de rivier de Marne. Omdat het vanaf mijn vakantieverblijf prima aan te lopen was, althans volgens de kaart, besloot ik erheen te wandelen. De route bekeek ik vooraf, dat leek me genoeg. Ik heb een uitstekend richtingsgevoel.
Gaandeweg de route ontdekte ik dat iemand de moeite had genomen de route te markeren. Op bomen en palen langs de weg waren, enigszins met de Franse slag, kloddertje geel hier, streepje groen daar, merktekens aangebracht. Enkele paaltjes waren tevens voorzien van een bordje met daarop de eindbestemming. Dankbaar volgde ik het groengele spoor. Wel zo makkelijk!
Alles liep als een trein. Ik had de pas er flink in en de weg liet zich makkelijk vinden. Keertje naar links, keertje naar rechts, goed kijken bij het oversteken en daarna… Daarna was ik de plotsklaps de weg kwijt. Letterlijk. Volgens de markering moest ik rechtdoor, maar volgens mij kon dat niet. Althans niet op een fatsoenlijke manier. Voor mij was enkel boerenland; een vers geploegde akker, dat leek mij niet het rechte pad. En daarom besloot ik, geheel tegen de instructie in, naar rechts te gaan. Daar zag ik namelijk iets wat op een landweg leek.
De ingeslagen weg voerde mij door een prachtig en buitengewoon gevarieerd natuurgebied. Struwelen, rotspartijen en velden vol bloeiende kruiden en eenjarigen wisselden zich met enige regelmaat af. Bij iedere stap die ik deed werd het mooier. Toen ik na enkele honderden meters aan de rand van een klif stond en de situatie eens rustig overzag, begreep ik waar ik was beland. Die steile kliffen, die stapels rotsblokken dat meertje in het midden. Dit was een voormalig groeve. Dat kon haast niet anders.
Wanneer Brilmans in een groeve terechtkomt, hoe dan ook, dan gaan de alarmbellen af. Daar valt namelijk altijd iets te halen. Wat is afhankelijk van de groeve, maar dat het interessant is, dat staat eigenlijk bij voorbaat al vast. Die groeve ligt er tenslotte niet voor niks.
Omdat ik niet kon wachten besloot ik de dichtstbijzijnde steenhoop direct te bemonsteren. Al snel vond ik een fragment van aan mantelschelp en even rap een tweede. Kort daarna vond ik er nog een en nog een en nog een. Het hield niet op. Het gesteente zat er vol mee. Op sommige plekken vormden ze centimeters dikke lagen. Welke soort het precies betreft durf zo niet te schrijven, maar het lijkt op de Aequipecten opercularis die ik uit het Pliocene materiaal van de Westerschelde ken.
Een stuk kalksteen met diverse fragmenten van mantelschelpen.
Zonder dat ik er erg in had, zocht ik het vervolg van de wandeling naar fossielen. Enthousiast inspecteerde ik de hopen breuksteen die ik er trof. En zo geschiedde het dat ik die dag een aantal interessante fossielen, maar niet de oorsprong van de Marne vond.
Hieronder een aantal van de fossielen die ik in de groeve vond. Voorlopig allemaal ongedetermineerd.