wat was dat dan?Â
je staat stil. je kijkt me aan. weet je mijn naam? je keek teleurgesteld. een extra rondje? we klommen op een boomstam. en jij was degene die het steelpannetje vond. ik schommelde en jij duwde. en ik nam mijn rode ballon overal mee naartoe. zij renden over de atletiekbaan en ik vertelde jou mijn verhaal. we liepen over de witte streep. kijken of jullie dat nog konden. ja, dat konden jullie. ik was bang. want er waren enge honden en vorig jaar was de politie langsgekomen en toen waren ze allemaal een jaar jonger en was het illegaal.Â
ik loop kilometers vooruit in mijn gedachtes. ik heb je opgesloten. en ik kan het heel erg verkloten, net zoals de vorige keren.Â
maar je keek me aan. en niet langs me heen.Â












