Het begon allemaal in de kleuterklas, met een geplette banaan onderin de boekentas. Later volgden de uitgelopen inktbuisjes, de beschimmelde boterhammen in de brooddoos, stinkend klamme zwemtassen, en harmonicabrieven van school. In het middelbaar was er weliswaar het merkwaardige voorval met de metronoom die een tijdbom werd in mijn rugzak, maar afgezien daarvan bleek ik niet langer de kleine prutser van weleer. Tot op vandaag. Het was mijn allerlaatste les aan de Blandijn en ik had al mijn teksten en notities bij, want dat mocht wel op zo’n moment. De les ging door in het lokaal waarin ik ook mijn allereerste les kreeg, en ik vond dat best een mooie afsluiter, heel symbolisch en zo. Binnen enkele maanden zou ik afstuderen; ik was geen prutser meer. Ik ritste mijn rugzak vol Vondel open en zag hem daar op de bodem pootjebaden in een vijvertje Evian-water. Terug op kot, toen mijn notities lagen te drogen op de vloer en ik de hoeken langzaamaan zag omhoog krullen, kwam het besef: die kleuter met de geplette banaan daar onderin de boekentas is toch nog niet zo heel ver weg.