Rousseau had een visie, Rawls heeft een plan
Rechtsfilosofie voor beginners: Afl. 01
Jean-Jacques Rousseau en John Rawls zijn twee goede voorbeelden van filosofen die wel het beste met de maatschappij voor hebben, maar het allebei net niet helemaal zijn. Bij beide van hun theorieën mist er net iets en bovendien zien veel mensen vaak over het hoofd dat zij elkaar perfect aanvullen. Zij kunnen in feite niet zonder elkaar bestaan en hieronder zal worden uitgelegd waarom.
Rousseau en idealisme Om volledig te kunnen begrijpen waarom Rousseau de maatschappij wil zien floreren, dienen we eerst te kijken naar zijn visie op het inrichten hiervan. Hiermee geeft hij vooral kritiek op Thomas Hobbes en John Locke. Waar Hobbes het sociale contract ziet als een overeenkomst tussen mensen om beschermd onder een soevereine vorst te leven die boven de wet staat, beschouwt Rousseau dit meer als een situatie waarin een klein aantal machtshebbers de mensheid onderverdeelt in kudden vee om te hoeden en uiteindelijk te verslinden.[1] Locke noemt hij daarnaast een grote bedrieger, wat betreft Locke zijn visie op eigendomsrecht. De mensheid zou namelijk een hoop oorlog en ellende bespaard geweest blijven als er binnen de geschiedenis niet zoveel nadruk gelegd zijn op persoonlijk eigendom en hoe dat vergaard moest worden. Tenminste, als de maatschappij zich herinnerd had dat de aarde en haar vruchten van iedereen die het bewoont zijn.[2] Uiteindelijk zijn het altijd de rijken en machtigen die de rest van de maatschappij proberen te overtuigen dat niemand veilig kan zijn in een natuurtoestand, waarin iedereen oorlog voert met en tegen elkaar. De civiele toestand, hoe ongelijk alle natuurlijke vruchten van de aarde daar ook in verdeeld worden zou volgens hen veel meer rechtszekerheid bieden binnen een samenleving.[3]
De realiteit is echter dat de civiele toestand de rijken nog meer macht gaven, omdat zij door de eeuwen heen altijd degenen waren die de wet bepaalden. Hierdoor werd eigendom en ongelijkheid vastgelegd in hun voordeel en de natuurlijke vrijheid van ieder mens voor goed vernietigd, volgens Rousseau. Deze toestand onderwierp voortaan de gehele maatschappij aan arbeid en dienstbaarheid aan wie er tijdens een bepaalde periode dan ook regeerde.[4] Rousseau zijn theorie wordt vaak onder het socialisme geschaard, omdat zijn kritiek op een theorie, die vooral materiële ongelijkheid en hebberigheid veroorzaakt, hiermee overeenkomt.[5] Het is echter logischer om hem een idealist te noemen, aangezien enkel zijn kritiek op Hobbes en Locke niet per se een manier beschrijft van hoe het wel geregeld zou moeten zijn binnen de maatschappij. Voor een concrete beschrijving zouden we naar de theorie van Rawls moeten kijken.
Rawls zijn principes van rechtvaardigheid John Rawls baseert zijn ideale maatschappij op drie principes van rechtvaardigheid. Als eerste beschrijft hij het “liberty principle”. Volgens dit principe heeft iedereen gelijke rechten en vrijheden waar het rechtssysteem binnen een samenleving overeen moet komen. Hij doelt hier vooral op het feit dat iedereen klassieke grondrechten heeft en dat discriminatie tegen gegaan dient te worden.[6]
Daarnaast bestaat er ook nog het “difference principle”. Volgens dit principe horen sociale en economische ongelijkheden door de overheid zo geregeld te zijn dat iedereen daar een redelijk voordeel bij heeft. Rawls is dan ook een voorstander van een vergaand sociaal vangnet dat iedereen in zijn eerste levensbehoeften (voedsel, een huis, etc.) voorziet.[7]
Als laatste spreekt Rawls van het “equal opportunity principle”, waarbij sociale en ecomische ongelijkheden zo geregeld zijn dat een ieder alsnog gelijke kansen heeft om de sociale ladder te beklimmen. Vooral ambtelijke posities moeten voor iedereen open kunnen staan onder deze voorwaarde.[8] Het is van uiterst belang dat ieders basisrechten gegarandeerd zijn en niemand een schending hiervan kan rechtvaardigen, noch compenseren doormiddel van de sociale en economische voorsprongen van een ander. Dit noemt Rawls “priority of liberty”.[9]
Een vaak genoemd argument tegen het implementeren van de principes van rechtvaardigheid binnen een samenleving is dat mensen daardoor niet meer aan zelfontplooiing zullen doen.[10] Dit is pure onzin. Het is juist ongelijkheid en het gebrek aan vervulling van eerste levensbehoeften, die ons daar in de eerste plaats van weerhoudt, niet de voorziening van deze behoeften die ons hier uiteindelijk te lui voor zou maken. De mens wil namelijk altijd meer.[11] In negatieve zin wordt dit geuit door wat Rousseau beschrijft als rijke machtshebbers, die telkens maar weer nieuwe wetten maken om zoveel mogelijk weg te graaien bij de normale mens. Het meest simpele voorbeeld daarvan is het hyperkapitalistische systeem waar we momenteel onder leven en waarin de term “graaiflatie” niet onbekend is bij de meeste mensen.[12] Aan de andere kant is het ook zo dat de mens in positieve zin steeds meer wil. Iedereen heeft passies, hobby’s en/of een diep verlangen naar kennis en dit kan enkel vervuld worden door zelfontplooiing. Als we echter naar Maslow’s pyramide van behoeften kijken, zien we al heel snel dat zelfontplooiing helemaal bovenaan de top staat. Dit betekent dat niemand daaraantoe komt als zijn of haar basisbehoeften en -rechten niet vervuld worden.[13]
De sluier van onwetendheid opzetten Dus hoe komen we dan uiteindelijk bij een maatschappij die de bovenstaande behoeften en rechten vervult? En hoe kunnen we de bovenstaande principes van rechtvaardigheid in de eerste plaats handhaven binnen een beschaafde maatschappij? Volgens Rawls is dat heel simpel uitgelegd aan de hand van het concept van de sluier van onwetendheid. Je dient een maatschappij namelijk vorm te geven vanuit het perspectief dat je nog niet weet welke positie je in die maatschappij hebt, noch welke karaktereigenschappen je bezit. Alleen op die manier zal alles rechtvaardig en eerlijk verlopen binnen de maatschappij, omdat niemand het risico zal nemen een ongelijke maatschappij te creëren als zij niet weten of ze onderaan de figuurlijke voedselketen terecht komen.[14]
Critici van Rawls zullen hierover speculeren dat het onmogelijk is om jezelf apart te zien van de identiteit die je nu al hebt.[15] En voor sommige onempathische en overgeprivileerde individuën binnen onze samenleving zou dat ook inderdaad het geval zijn, maar de gemiddelde mens weet dat het opzetten van deze sluier op een gegeven moment geen keuze meer is. De oogkleppen, die mensen namelijk vaak opzetten, om maar niet geconfronteerd hoeven te worden met alle armoede en ellende in de wereld (en daarmee de plicht die sluier van onwetendheid op te zetten), worden er negen van de tien keer net zo makkelijk af geslagen door minderheden, die o.a. burgerlijke ongehoorzaamheid uitvoeren. Denk hierbij aan wat protestbewegingen als de suffragettes of Martin Luther King en zijn volgers bereikt hebben.[16][17] Tenminste, zo hoort het te werken binnen een democratische samenleving. Onder normale omstandigheden is er namelijk geen plaats voor onrechtmatigheden en onrechtvaardigheden binnen een rechtssysteem. Wetten die onrechtmatig of onrechtvaardig zijn, kunnen dan ook niet worden afgedwongen. Minderheden binnen zo’n samenleving zijn in dat geval dan ook gerechtigd de status quo te verstoren, zodat er weer sprake is van een rechtvaardige en rechtmatige situatie. Dit doen zij doormiddel van burgerlijke ongehoorzaamheid.[18] Kenmerken hiervan zijn dat het een illegale, publieke handeling betreft, waarmee een beroep wordt gedaan op gedeelde principes van rechtvaardigheid. Deze handeling is gewetensvol, geweldloos en trouw aan de constitutie. Hoewel er in een niet-democratische samenleving waarbinnen mensenrechten geschonden worden niet altijd aan alle vereisten hoeft te worden voldaan.[19] Gustav Radbruch stelt hier zelfs over dat je in een onrechtvaardige dictatuur de wet zelfs wel zou moeten overtreden of geweld zou moeten gebruiken als je rechtvaardig wil handelen in bepaalde situaties.[20] Denk hierbij aan het bedrijf Leica dat voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog een zogenoemde “vrijheidstrein” liet rijden om joden te laten ontsnappen aan het nazi regime.[21]
Toch weer terug naar Rousseau Dit brengt ons weer terug naar Rousseau, want let’s face it, een plan kan niet worden uitgevoerd wanneer we zicht verliezen op de visie die ons hier intrinsiek toe motiveert. Deze visie legt Rousseau uit aan de hand van “volonté génerale” (de algemene wil) tegenover “volonté de tous” (de wil van allen). De mens streeft namelijk altijd het goede na, maar ziet het niet altijd. De wil van allen beoogt het privébelang en is slechts de som van de afzonderlijke willen. Mensen die de wil van allen volgen, streven hun eigen voordeel (het liefst dat wat ze op korte termijn kunnen verkrijgen) na, maar denken niet verder dan dat.[22] De algemene wil heeft slechts het gemeenschappelijk belang op het oog. Zij die de algemene wil volgen, maken vooral keuzes op basis van hoe deze op de lange termijn voordeel voor de gehele samenleving opleveren. Deze keuzes zullen in het begin dan niet optimaal voordelig zijn, maar het volgen van je eigen begeertes zal op lange termijn voor een nog slechtere uitkomst zorgen.[23]
Toch zijn we helaas nog lang niet aangekomen op dat punt van collectieve verlichting. Zelfs niet in onze moderne Nederlandse maatschappij, waar we ons alsnog laten verblinden door hebberigheid, haat en afgunst voor onze buren.[24][25] Pas wanneer de meerderheid van de mensen zich realiseert dat de algemene wil het startpunt is van een ideale maatschappij en we dit enkel kunnen bereiken door Rawls zijn pad van principles of justice te bewandelen, zijn we als mensheid klaar om een rechtvaardige maatschappij vorm te geven.
Literatuurlijst Volgens de Leidraad voor juridische auteurs
Rousseau, 2003, p. 106-109 J.J. Rousseau, Vertoog over de ongelijkheid, vert. Wilfried Uitterhoeve, Amsterdam: Boom 2003, deel 2 (begin), p. 106-109.
Rousseau, 2003, p. 97-99 J.J. Rousseau, Vertoog over de ongelijkheid, vert. Wilfried Uitterhoeve, Amsterdam: Boom 2003, deel 2 (begin), p. 97-99.
Rousseau, 2003, p. 109-114 J.J. Rousseau, Vertoog over de ongelijkheid, vert. Wilfried Uitterhoeve, Amsterdam: Boom 2003, deel 2 (begin), p. 109-114.
Idem Idem.
Donaldson, 2014. N.A. Donaldson, Rousseau’s contributions to socialism, University of Nothern British Columbia 2014.
Van der Burg & Pierik, NJB 2003, p. 914-919 W. Van der Burg & R.H.M. Pierik, ‘John Rawls: De filosoof van de liberaal-democratische verzorgingsstaat’, NJB 2003, afl. 18, p. 914-919.
Idem Idem.
Stanford Encyclopedia of Philosophy, 2008 (Red.), “John Rawls”, plato.stanford.edu 25 maart 2008.
Idem Idem.
Van der Burg & Pierik, NJB 2003, p. 914-919 W. Van der Burg & R.H.M. Pierik, ‘John Rawls: De filosoof van de liberaal-democratische verzorgingsstaat’, NJB 2003, afl. 18, p. 914-919.
Maslow, 2013 A.H. Maslow, A theory of human motivation, New York: Start Publishing LLC 2013.
BNNVARA, 2023 (Red.), “Wat is graaiflatie?”, bnnvara.nl 13 mei 2023.
Maslow, 2013 A.H. Maslow, A theory of human motivation, New York: Start Publishing LLC 2013.
Van der Burg & Pierik, NJB 2003, p. 914-919 W. Van der Burg & R.H.M. Pierik, ‘John Rawls: De filosoof van de liberaal-democratische verzorgingsstaat’, NJB 2003, afl. 18, p. 914-919.
Idem Idem.
UK Parliament, 2025 (Red.), “Start of the suffragette movement”, parliament.uk 2025.
King & Carson, 1998 C. Carson (Red.) & M.L. King, The autobiography of Martin Luther King Jr., ABAC 1998.
Rawls, 1999, p. 176-183 John Rawls, ‘The Justification of Civil Disobedience’, in: S. Freeman (red.), John Rawls: Collected Papers, Cambridge MA: Harvard University Press 1999, p. 176-183.
Rawls, 1999, p. 183-186 John Rawls, ‘The Justification of Civil Disobedience’, in: S. Freeman (red.), John Rawls: Collected Papers, Cambridge MA: Harvard University Press 1999, p. 183-186.
Douglas, Merrill Umphrey, & Sarat, 2005, p. 113 L. Douglas, M. Merrill Umphrey, & A. Sarat, The limits of law, Redwood City: Stanford University Press 2005, p. 113.
Thorne, 2023 S.J. Thorne, “The Leica freedom train”, legionmagazine.com 13 september 2023.
Rousseau, 1995 §2.3 J.J. Rousseau, Het maatschappelijk verdrag, vert. Van Roermund, Amsterdam: Boom 1995, §2.3.
Idem Idem.
Frederik, De Correspondent, 9 februari 2024 J. Frederik, ‘Waarom de PVV zo groot werd (en nee, niet door geschrapte buslijnen, guur neoliberalisme of groeiende ongelijkheid)’, De Correspondent, 9 februari 2024.
NOS, 2024 (Red.), “Tr*mp wint verkiezingen VS overtuigend en krijgt tweede termijn in Witte Huis”, nos.nl 6 november 2024.















