Zittend op een van de nieuwe stoptreinen bedenk ik mij alweer dat het toch vreselijk is om geen tafeltjes meer ter beschikking te hebben. Het lijkt misschien onnodig om tafeltjes te plaatsen in een trein waar men gemiddeld maar vier haltes op zit. Maar voor mij ligt dit anders, ik zit voor wel negentien haltes op deze trein. De beker met hete koffie die ik kocht in het station om mijn lange treinrit aangenamer te maken zet ik dan maar op de grond of op de zetel naast mij. Steeds in de hoop dat ik hem niet omstoot en een uur en half zit te smachten naar die plas die zich langzaam over de grond voortbeweegt. Ook de afvalbakjes zijn bij de ontwikkeling van deze nieuwe treinen verdwenen, bij gevolg dat je je afval tot je afstapt ergens kwijt moet en dat er meestal tussen de zetel en de wand een verscheidenheid aan voedingswaren en verpakkingen te aanschouwen is. Best daar mijn sjaal niet tussen laten vallen.
Het is alsof de trein het mij express moeilijk probeert te maken om te schrijven over zijn tekortkomingen. Het proberen balanceren van mijn ipad en toetsenbord op mijn schoot. Een mini (veel te lage) tafel te proberen creĂ«ren op mijn koffer, waardoor ik heel de tijd dubbel gebogen zit drijft mij bijna tot waanzin. Comfortabel is het niet.Â
Desondanks deze dingen zit ik toch wel graag op deze nieuwe treinen. Ze zijn stil, open en hebben grote ramen die lager komen dan bij de oudere versies. Het geeft mij steeds een soort aquarium gevoel. De geruisloos voorbij schuivende landschappen, zijn waarschijnlijk de voornaamste rede waarom mensen graag de trein nemen. Persoonlijk kijk ik meer naar de bewijzen van menselijke aanwezigheid. Huizen, tuinen, goed gekamde akkers, wegen die tussen de door prei blauw gekleurde velden lopen, werken aan de spoorwegen, een bizar boven de huizen uitstekend vliegtuig, lege stations en verlaten wachthokjes.Â
De schaduw die de trein werpt op de tuinpanelen van de huizen maakt je er weer bewust van dat je op een trein zit en dat je je niet gewoon in een geruisloze bewegende kamer bevind. Het is alsof de trein van buitenaf en binnen volledig los staan van elkaar. Ik kijk met grote fascinatie naar een voorbij rijdende trein zonder echt te beseffen dat ik mijzelf bevind in een zelfde fascinerende setting.
Halte nummer negentien. Ik recht mijn rug uit mijn dubbel gevouwen houding en stap uit.












