Er is veel waar ik van hou dat anderen belachelijk vinden. Ik hou van drukke hemden voor mannen, van smoutebollen van de kermis, van huisdieren als ze klein zijn. Van vallende sterren en dan een wens doen en geloven dat die uit gaat komen. Van boeken met happy endings. Van zelfverzonnen woorden, door mij of iemand anders. Van zwarte chocolade en softijs met M&M’s. Van schilderijen van Van Gogh, van Klimt en van Richter. Van pasfotootjes van kinderen in van die grote damesportemonnees. Van bontjassen in zoete kleuren, heel korte rokjes en gedurfde decolletés bij vrouwen die zich dat kunnen permitteren. Van één nummer op repeat tijdens een eindeloze rit. Van melige zonsondergangen met kleuren alsof een kind ze had getekend. Van roltrappen, van kerstverlichting, van zakhorloges, sneeuwbollen, discobollen, luchtkussenfolie om dan elk luchtzakje kapot te kunnen knijpen, bloemende bloemen, lieveheersbeestjes, klavertjesvier, klavertjesvijf, wensbeentjes en wenskaarten waar muziek uit komt als je ze opent. Van kookboeken, hoeden voor mannen, kostuums voor vrouwen, flipperkasten. Van notitieboekjes, en er daar te veel van hebben waar te weinig in staat. Van geloven in toeval dat geen toeval is. Van mensen die lief voor je zijn, zomaar, zonder dat je eerst iets voor hen hebt gedaan. Van mensen die zich breekbaar durven te tonen zonder bang te zijn om voor pathetisch te worden versleten. Van mensen die meer moeite doen om de wereld te redden dan ik. Van mensen die spontaan beginnen te zingen, terwijl de context daar verder niet toe uitnodigt. Van goeie wil, naïviteit, assertiviteit. Van optimisme. Van heel zwak verlichte ruimtes, drukke straten, gestolde traagheid in de kunsten. Van regenbogen. Van oude bomen, mist en nevel, vergezichten met een zee, grote schelpen en daar dan in te luisteren naar de zee, van babykleertjes, zure snoep. Van romantiek, zelfs indien op de rand van klef. Van grote woorden en grote gevoelens.