As
een man leunt in een stoel, zijn voeten uitgestrekt, hij haalt het net vandaag weer op hij vraagt hoe het nu gaat, maar niet naar de trillende handen in de lift of hoe je krimpt wanneer je uit jezelf iets op papier moet zien te krijgen geen vraag over thuis dingen door de kamer schoppen over schreeuwen in de auto als parkeren weer niet lukt geen vraag over nergens willen zijn, over jezelf pijnigen of wachten voor je eigen deur totdat je open doet
hoe het gaat, je schrijft een scriptie je geeft een spreekbeurt je duwt een steen over jezelf en droomt dat je kunt ademen.















