Interview John Brosens
John Brosens (1946) is schrijver van thrillers en jeugdboeken. Sinds 2002, toen hij uit het onderwijs stapte, is hij fulltime met schrijven bezig. Naast boeken en korte verhalen, bezondigt hij zich ook aan gedichten, essays, scenario's, columns en kritieken. John is gehuwd en woont in Barendrecht. In de zomer van 2010 verscheen zijn meest recente thriller Project Luvarine. Perspectief is zijn eerste verhalenbundel. Ik besloot John te vragen hoe dit boek tot stand is gekomen. Hoe zou jij John Brosens omschrijven als hij een vriend van jou was? Dat is meteen een erg moeilijke vraag. Waarom blijven mijn vrienden mij trouw? En andersom? Nu ik er over nadenk: er is sinds mijn twaalfde een jeugdvriend. Die woonde bij mij om de hoek. En aan de kweekschool heb ik twee trouwe vrienden overgehouden. Iedereen die ik daarna als collega of buur leerde kennen en met wie ik vriendschappelijk omging bleek na een overstap geen blijvertje. Nou... op één na. Ik denk dat gelijkgestemdheid, trouw en bereidheid elkaars kritiek te accepteren de kernwoorden zijn.
Met welke reden heb jij Laag bij de grond geschreven? Sinds ik iets van marketing weet doorzie ik de formuleringen waarmee men de mening van mensen beïnvloedt. Langzamerhand is er een fiks wantrouwen gegroeid richting overheid, bedrijfsleven en instanties. George Orwell zag dat al heel vroeg toen hij '1984' schreef. In mijn novelle 'Laag bij de grond' probeer ik te laten zien hoe de regering en Shell propaganda bedrijven en aan misleiding doen om hun (financiële) doelen te halen.
In het verhaal ga je dieper in op de gevaren van de opslag van CO2. Wat heeft jou zover gekregen dat jij dieper op de materie inging en niet geloofde in de praatjes van de voorlichters over de opslag? Ik vond het interessant om de rapporten waarop de plannen voor ondergrondse CO2-opslag werden gebaseerd grondig door te nemen. Ik merkte dat die nauwelijks voldeden aan de eisen die je aan wetenschappelijke studies mag stellen. Er was naar gewenste conclusies toegeschreven, men had slordige procedures toegepast, ongewenste elementen herschreven of zelfs weggelaten. Kortom: het was onzorgvuldig. Daarna kwam het inzicht dat de opvang en opslag van CO2 nauwelijks een bijdrage levert aan een schoner milieu, terwijl het project wel als zodanig werd gepresenteerd. Het bleek een uiterst kostbare techniek te zijn. En mogelijk zelfs gevaarlijk. En vooral: er was nooit een discussie geweest over het nut en de noodzaak van dat alles. Het beleid van de regering Balkenende was: prioriteit voor economische belangen, ten koste van de volksgezondheid en zorg voor het milieu. Heel onzorgvuldig en al helemaal niet democratisch. Ministers die zeggen dat ze naar inwoners luisteren: vergeet het maar. Inspraak van burgers is een verplicht nummer, een wassen neus. Ik denk dat Jacquelien Cramer, toen onze milieuminister, zich door haar collega van Economische Zaken aardig in het snotje heeft laten nemen.
Na het verschijnen van jouw verhaal ging de opslag van CO2 bij Barendrecht niet door. Denk jij dat jouw verhaal daarmee te maken heeft? Ik raakte betrokken bij het 'volksverzet' en kwam rechtstreeks in gesprek met de Haagse kringen. Dat leverde verbijsterend materiaal op. Ik zou een auteur van niks zijn geweest als ik daar niets mee had gedaan. Het verhaal van 'Laag bij de grond' bevat heel veel feitenmateriaal en verscheen al in een vroeg stadium in feuilletonvorm op mijn website. Het werd ook door Shell en de top van EZ en VROM gelezen. Ik weet wel zeker dat het heeft bijgedragen aan de massaliteit van het verzet in Barendrecht en dat het draagvlak voor de dwaze plannen met de dag verder afkalfde.
In Een zwarte hond in de sneeuw omschrijf jij een legende. Waar komt jouw fascinatie voor legendes vandaan? Die heb ik niet. Ik was ooit op Barra, een van de Hebriden, ten westen van Schotland. Daar heb ik de legende van de zwarte hond gehoord. Toen ik fulltime ging schrijven vond ik het een mooi idee er een verhaal van te maken.
Het vreemde verhaal van Govert Sparrendaal bevat een bovennatuurlijk tintje. Geloof jij dat dingen als tijdreizen en jezelf dematerialiseren kunnen bestaan? Ik sta gewoonlijk stevig met twee benen op de grond, maar ik realiseer me ook dat we maar vijf zintuigen hebben. In die zin worden we in onze waarnemingen beperkt. Ik vermoed dat er in het universum meer te beleven valt dan zien, voelen, ruiken, horen en proeven. Einstein leerde ons in de twintigste eeuw dat 'tijd' geen absoluut begrip is. Wie weet wat de eenentwintigste eeuw ons brengt. Het is leuk om daarover te fantaseren en al een beetje vooruit te denken.
In "Slag om de taille" is een bedrijf uit op het geld van een ex-werknemer. Hoe kwam jij erop hierover een verhaal te schrijven? Het is echt gebeurd – tot ergens halverwege het verhaal. Ik was er van zeer dichtbij getuige van. Het illustreert dat je als auteur een ware gebeurtenis kunt transponeren naar een spannend verhaal door er fictie aan toe te voegen. En het is uiteraard een bekend thema in thrillerland: een legitiem bedrijf dat wordt gebruikt als dekmantel voor criminele activiteiten. Je leest het elke dag in de krant.
Je bent momenteel bezig met het schrijven van Trias Politica. Kun je alvast een tipje van de sluier lichten en de lezers van Banger Sisters vertellen waar dit boek over gaat? De hoofdpersoon is een mislukte literaire auteur met gokschulden die de kost verdient als verslaggever voor een regiokrant. Hij krijgt de kans een smak geld te verdienen als ghost writer voor een oud-minister, waardoor hij in één klap van zijn financiële sores bevrijd zal zijn. Maar hij ontdekt zaken waardoor hij in conflict met zijn geweten en zijn opdrachtgever komt. Ik ga er veel van mijn 'Haagse ervaringen' in verwerken.
Je hebt ook een aantal jeugdboeken op je naam staan. Wat geeft jou de meeste voldoening: schrijven voor de jeugd of voor volwassenen? Dat maakt me niet uit. Kinderen en volwassenen eisen ieder hun eigen benadering en aanspreektoon; je hanteert andere thema's. Bij jeugdboeken kun je meer fantastische elementen gebruiken; voor volwassenen moet het verhaal aan termen van geloofwaardigheid voldoen. Jeugdige lezers kun je meevoeren naar Fantasia. Volwassen lezers moeten denken: verdomd, wat die vent schrijft zou zo maar echt waar kunnen zijn. Of morgen kunnen gebeuren.
Op je site staat: Wereldberoemd! Maar wel jammer dat niet iedereen dat weet... Vertel eens, wat is hier precies jammer aan? Het is een woordgrapje. Je bent wereldberoemd of je bent het niet. Het is mijn ambitie dat op een gegeven moment iedereen in Nederland en Vlaanderen mijn naam en liefst de meeste van mijn boeken kent. Als de rest van de wereld dat goede voorbeeld volgt: pico bello. Het betekent niet dat ik er een gelukkiger mens door zal zijn. Want ik ben niet alleen schrijver en dichter. Ik ben ook echtgenoot, vader, opa, vriend, buurman en – als het zo uitkomt of nodig is – actievoerder.











