De geografie van de verbeelding
Ik heb eindelijk eens Robert Vuijsjes Alleen Maar Nette Mensen gelezen. Vooral omdat ik de kritiek erop interessant en relevant vindt. Het fascineert me dat alle publieke discussie zich richt op de (karakters van) personages â iets dat je ook ziet in andere debatten over representatie, zeker wat betreft culturele identiteit (ik denk aan Lionel Shriver). Door die focus kunnen Vuijsje en zijn medestanders de kritiek op de racistische en seksistische fantasieĂ«n van hoofdpersonage David Samuels pareren door te stellen dat een schrijver niet verantwoordelijk is voor de daden van zijn of haar hoofdpersonage. Terwijl dat argument veel aan het zicht onttrekt.
De gesegregeerde stad als ânormaalâ
Verhalen als die van Vuijsje vinden plaats in een specifieke sociale, culturele en geografische omgeving â en die plekken hebben betekenis. Buurten als Zuidoost en de Schilderswijk zijn meer dan een stel huizen, ze zijn onderdeel van de politieke verbeelding. Cultuurtheoreticus Stuart Hall stelde dat identiteit in culturele producten niet slechts wordt weergegeven, maar dat culturele uitingen actief bijdragen aan het vormen van en het denken over groepsidentiteiten. Dat geldt ook voor locaties: het karakter en de betekenis van plaatsen krijgen gedaante in media, films, boeken, muziek, et cetera.
Met dat idee in het achterhoofd heb ik uiteindelijk Alleen Maar Nette Mensen gelezen en vroeg ik me af: wat is er problematisch aan Vuijsjes verbeelding van specifiek de Nederlandse multiculturele stad? En vooral: welke alternatieve voorstellingen uit andere romans zijn daar tegenover te plaatsen?
Sociaalgeograaf Wouter van Gent en antropoloog Rivke Jaffe geven daar in een recent paper â met betrekking tot de verfilming van Alleen Maar Nette Mensen (2012) â enkele interessante invalshoeken voor. Zij laten zien hoe de film de structuur van een koloniale vertelling volgt: de rijke, witte jongeling passeert (stadsdeel)grenzen om in contact te komen met de âpureâ zwarte bevolking. Het saaie, burgerlijke, geciviliseerde Oud Zuid contrasteert met het wilde, normloze âgettoâ Zuidoost. Bestaande economische ongelijkheden tussen beide stadsdelen worden afwisselend gepresenteerd als cultureel van oorzaak of als uitkomst van vrijwillige keuze, waardoor de gesegregeerde stad als ânormaalâ kan worden gezien, en niet als uitkomst van overheidsbeleid en discriminatie. Een geografische lezing legt zo bloot hoe de film de stedelijke hiĂ«rarchie tussen binnen en buiten âde ringâ reproduceert â en hoe die raciale stereotypes vormt (âzij wonen daar, dus gedragen ze zich allemaal zoâ). Het boek verschilt daarin weinig van de film. Â
Stereotypes ontmantelen
In Karin Amatmoekrims Het Gym (2011) worden bestaande sociaalgeografische beelden op een veel interessantere wijze ingezet. Haar hoofdpersonage (de Surinaamse Sandra) volgt de omgekeerde route: ze groeit op in âde wijkâ, een arme, multiculturele buurt, en gaat naar het gymnasium in âhet dorpâ, een bosrijke villawijk. Daartussen ligt âde stadâ: de plek waar de witte middenstand naartoe is verhuisd, omdat de wijk steeds multicultureler is geworden. Door voor deze leeftijdsfase te kiezen laat ze zien hoe het gymnasium â en daarmee een specifieke leefomgeving â bijdraagt aan de vorming van het superioriteitsgevoel onder haar leerlingen. En juist de expliciet stereotype weergave van buurten maakt duidelijkheid hoe zowel witheid als klasse daarin een rol spelen.
Sandra wordt er steeds op gewezen hoe knap het is dat âiemand als zijâ op deze school zit, terwijl ze tegelijkertijd ziet wat rijke ouders er voor over hebben om hun slecht presterende leerlingen op het gymnasium te houden. Het zijn goedbedoelde opmerkingen, maar er klinkt een koloniaal stereotype in door dat duidelijk maakt hoezeer Sandra in haar nieuwe omgeving als de Ander wordt gezien. De enige leerling op de school die uit âde stadâ komt, Bart, is veel explicieter. Als hij racistische grappen maakt, lacht de rest van de klas besmuikt mee. Ze vinden dat hij zo lekker recht voor zân raap is. Zo krijgt racisme haar eigen geografie: de politiek-correcte elite uit âhet dorpâ legitimeert de witte middenklasse uit âde stadâ als authentieke stem van het volk. Wat er in âde wijkâ gebeurt blijft voor hen verborgen. Dat daar weliswaar expliciet discriminatoire taal wordt uitgeslagen, maar witte en zwarte mensen wel op elkaars verjaardag komen, is een nuance die ook in dominante politieke verbeeldingen vaak verloren gaat.
In Het Gym zijn de karakters van de verschillende buurten de uitkomst van het maatschappelijk samenspel tussen etniciteit en klasse. De territoriale stigmaâs werken door in de leefwereld van kinderen. Bijvoorbeeld in de schaamte die Sandra voelt om ervoor uit te komen dat ze uit âde wijkâ komt, meer nog dan dat ze haar huidskleur als een probleem ervaart. Die zwakke plek weet Bart feilloos te vinden. Maar als hij te ver gaat, wil Sandra dat niet bij haar mentor oplossen, omdat ze dan bijdraagt aan het niet-racistische zelfbeeld van de gymnasium-elite. Ze besluit Bart een weloverwogen knietje te geven â zoals ze het in âde wijkâ op zou lossen. In dat soort plotwendingen wordt duidelijk hoe je machtspositie je beslissingen beĂŻnvloedt. Veel meer dan Robert Vuijsje, maakt Amatmoekrim duidelijk hoe verschillen tussen wijken vorm krijgen en welke morele dilemmaâs dat oplevert. Ze gebruikt dezelfde soort stereotypes, maar ontmantelt ze en voegt zo nieuwe, kritische elementen toe aan bestaande beelden. Â
De bekrompenheid van jonge hoogopgeleiden
Als je Franca Treurs De Woongroep (2014) leest met Alleen Maar Nette Mensen in je achterhoofd, wordt duidelijk dat geografische nabijheid relatief is: Elenoor is een âprovinciaalâ, maar heeft haar plek verworven tussen witte, hoogopgeleide jongeren. Ook zij komen nauwelijks buiten de stadskern. In de eerste scĂšne huren Elenoor en haar vriendje een Greenwheels om naar vrienden die in de buitenwijk Nieuw-Sloten zijn gaan wonen te rijden. Ze verdwalen hopeloos. Later in het boek is Elenoor voor het eerst in de multiculturele, redelijk centraal gelegen Indische buurt. Een vriendin wijst op een âTurkenflatâ, als haar minnaar vertelt dat zijn vrouw daar vroeger woonde. Zo zijn de stadsdeelgrenzen een metafoor voor de bekrompenheid van jonge hoogopgeleiden, maar waakt Treur er tegelijkertijd voor wijken eenduidig samen te laten vallen met etnische achtergrond.
In de roman Alleen Maar Nette Mensen kunnen mensen uit Oud-Zuid en Zuidoost elkaar uiteindelijk niet begrijpen. In de ongemakkelijke ontmoetingen tussen David Samuelsâ ouders en de familie van zijn zwarte vriendin Rowanda blijkt het onmogelijk om die verschillen te overbruggen. Zelfs Samuels kan dat niet: op de laatste pagina ontmoet hij een Nederlands-Marokkaans meisje dat net als hij in Oud-Zuid woont en uit een gelijksoortig kosmopolitisch milieu afkomstig is. Zo biedt het boek weinig meer dan een karikaturale weergave van Amsterdam, volgens het spoorboekje van bestaande geografische verbeeldingen.
Hoewel in Het Gym Sandraâs eerste jaar op het gymnasium zwaar is, zijn er wel momenten te vinden waarin de machtsverhoudingen worden omgedraaid. Zoals wanneer ze voor het eerst met een hockeyjongen zoent, de jongen dat nog een keer wil, maar zij wegloopt. In De Woongroep zijn er voor de witte, activistische woongroepbewoners twee Anderen: een zorgmagnaat die staat voor het consumentisme waar ze tegen ageren en het Indiase meisje Ira, met wie de sociale omgang ongemakkelijk is. Precies die twee krijgen, verrassend genoeg, op het einde een verhouding. Zo is er ook in Treurs roman ruimte om uit de bestaande maatschappelijke kaders te breken.
De Woongroep en Het Gym bekritiseren de ruimdenkendheid van hoogopgeleide jongeren (Treur) en het open, progressieve karakter van elite-instituties (Amatmoekrim). Hun beider verbeeldingen van de hedendaagse stad en het gebruik van plaatsgebonden stereotypes zijn daar een essentieel onderdeel van. Net zoals Vuijsjes indeling van het multiculturele Amsterdam in belangrijke mate zijn koloniale, en daardoor wat achterhaalde, verhaallijn vormt.
Bovenal wil ik daarmee het belang van het analyseren van de sociaal-culturele en geografische omgeving in literair-maatschappelijke discussies aanstippen. In het publieke debat is er de neiging uitsluiting te individualiseren, als uitkomst van individuele acties waar iemand verantwoordelijkheid voor draagt. Maar vaak is sociale uitsluiting een veel complexer proces, vol toevallige actoren, onbedoelde handelingen, starre routines en onvoorziene gevolgen â maar wel met structurele uitkomsten. Er zijn veel meer factoren dan slechts het karakter van individuele personen. Dat idee zou ik, wanneer het om dit soort ethische discussies in de literatuur gaat, graag meer terugzien. Dat racisme, seksisme en klasse-ongelijkheid niet alleen bediscussieerd worden aan de hand van de daden en gedachtes van personages, maar ook aan de hand van de omgeving waarin de schrijver haar personages plaatst.









