Neuschwanstein Castle
seen from Russia
seen from Canada

seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from Germany
seen from Germany
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Belgium
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Kazakhstan
seen from United States

seen from United States

seen from United Kingdom
Neuschwanstein Castle

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
@zocher!
“Nature photographer from Germany” Tumblr
Photo Credit
Apply to be featured Submit your Original Photos
Neuschwanstein Castle
mountain panorama with Neuschwanstein Castle
St. Walburga in Oberried, Germany

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch • No registration required • HD streaming
had my head in the clouds
Zocher in de omgeving van Haarlem
De familie Zocher heeft veel werk uitgevoerd in Haarlem en omgeving een aantal voorbeelden zal ik hier bespreken.
Begraafplaatsen
De sterke groei van de bevolking maakte het noodzakelijk om begraafplaatsen aan te leggen, ook omdat het niet langer toegestaan was om mensen in de kerken te begraven. In 1828 ontwierp Zocher de begraafplaats Kleverlaan in Haarlem en de begraafplaats te Heemstede.
In de periode 1869-1931 werden park en padenstelsel van begraafplaats Zorgvlied in Amstelveen aangelegd. In 2008 werden deze ingeschreven als monument.
In de tijd dat Haarlem sterk groeide en de oude vestingwerken werden afgebroken heeft de familie Zocher diverse parken aangelegd: Buitenplaats ’t Klooster, de Bolwerken, Akendam, Rozenhagen, het Kenaupark en het villapark, Frederikspark, Ripperdapark, Florapark, Frans Halsplein, Haarlemmerhout, het Hazepatersveld, begraafplaats Kleverlaan.
Buiten Haarlem werkte zij in opdracht van de eigenaren van de diverse buitenplaatsen aan opdrachten om de tuinen rondom de buitenplaatsen te verfraaien. Zoals bijvoorbeeld de Keukenhof in Lisse. Een plan gemaakt tussen 1850 en 1857 hield in het laten vervalen van de Stationsweg in Lisse ter hoogte van de buitenplaats Keukenhof die verbonden was met de buitenplaats Zandvliet. Het was een eerste ontwerp waar ze geen toestemming voor hebben gekregen. De vijverpartij is er uiteindelijk wel gekomen en ligt in binnen het huidige bloemtentoonstelllingspark.
Hartenlust, Bloemendaal
Rond 1825 werd het huis verbouwd door Jan David Zocher jr. Hij bouwde toen ook een oranjerie en misschien een stal. Tussen 1822 en 1847 waren herenhuis en tuin in bezit van Willem Hendrik Backer. In 1849 verkavelde men de hofstede.
Dreefzicht
Dreefzicht is de voormalige buitensociëteit van het genootschap Trou moet Blijcken. Het is gebouwd in 1840 naar ontwerp van Zocher junior. In 1964 is Dreefzicht grondig verbouwd.
Het stond oorspronkelijk op een terp aan het eind van de Dreef omgeven door gazons met grote bomen. Met het doortrekken van de Dreef via de Fonteinlaan en de toegenomen verkeersdrukte kan Dreefzicht nu niet meer het centraal ontmoetingspunt in de Haarlemmerhout vervullen.
Huis te Bennebroek
Tussen 1860 en 1864 werd het oude Huis te Bennebroek ingrijpend verbouwd. Rond het vernieuwde huis legden J.D. Zocher jr. en L.P. Zocher in 1861/62 een nieuwe tuin aan. Het huis werd in 1973 afgebroken.
De Hartekamp.
Voor de eigenaar van deze buitenplaats legde hij enorme tuinen aan. De oranjerie naar ontwerp van J.D. Zocher jr. (1838) bestaat nog. Inclusief een tulpenboom, mogelijk uit de tijd van Linnaeus.
Park Rusthoff, Sassenheim
Park Rusthoff is een prachtig dorpspark, ontstaan vanuit een laat 18de-eeuwse buitenplaats van de familie Charbon. Het dorpspark ligt midden in het centrum, je kunt er een leuke rondwandeling maken en de eendjes voeren in de vijver. Een unieke plek midden in het dorp Sassenheim.
Van de oorspronkelijke 27 hectare grootte buitenplaats rest nog 6 hectare. Tussen 1830 en 1850 werd het park in landschapsstijl aangelegd door de beroemde landschapsarchitect J.D. Zocher jr. Een grote groep vrijwilligers zorgt nu voor het onderhoud van het park.
Huis te Vogelenzang
De tuin bij het huis dat nog steeds in bezit is van de familie Barnaart, is begin 19e eeuw waarschijnlijk nog door J.D. Zocher sr. aangepast. Begin 20e eeuw neemt tuinarchitect Hendrik Copijn de tuin nogmaals onder handen.
Woestduin
Deze buitenplaats, die nu onderdeel is van Leyduin is rond 1800 geherstructureerd door Johan David Zocher sr. De omgeving van het huis werd in landschapsstijl ingericht. In 1787 werd Jean Louis van den Burch eigenaar van de hofstede.
De tuinarchitect J.D. Zocher sr. maakte omstreeks 1800 een nieuw plan in landschapsstijl voor het terrein rondom het huis. Dit plan is in het terrein nog steeds te herkennen, onder meer in een (opgeworpen of natuurlijke) heuvel die Zocher als uitzicht punt gebruikte.
Meer en Berg
In 1794 maakte J.D. Zocher sr. voor de tuin van deze buitenplaats aan de zijde van de Glipperdreef drie ontwerpen in landschappelijke stijl, waarvan er één is uitgevoerd. Enkele onderdelen van Marots ontwerp bleven gehandhaafd. Het 17de-eeuwse huis Meer en Berg is op de tekening van Marot goed zichtbaar. Het lag niet in de as van het ontwerp.
Vredesbrug en ruïne van Tecklenburgse Poort (de toegangspoort tot het kasteel Heemstede).
Tot slot nog een mooi plaatje met de een voorbeeld van de tekenkunst van landschapsschilder Louis Paul Zocher. De afbeelding is van 1835 in Aquarel en potlood. De tekening is in het bezit van Noord-Hollands Archief, collectie Kennemerland.
25-3-2024
De Landschapsstijl van Zocher
David Zocher is de naam die de familie het meeste bekendheid heeft gegeven. Opgeleid in Frankrijk aan het Ecole des beaux Arts in Parijs kwam hij terug in Nederland. Zijn eerste opdracht was het afmaken van het werk van zijn vader aan het landschapspark van Soestdijk in opdracht van Koning Willem I.
Hij vestigde zich in 1817 in Haarlem en daar bekommerde hij zich om de vervallen kwekerij Rozenhagen bij de Kloppersingel die hij had geerfd.
Beurs van Zocher
De meeste gebouwen die Zocher ontwierp zijn neoclassicistisch. De Franse Academie waaraan hij zijn opleiding volgde, had een voorkeur voor deze stijl. De stijl is te herkennen aan een eenvoudige en symmetrische indeling, die een contrast vormde met het drukke classicisme van de achttiende eeuw.
De stijl paste uitstekend bij de landschapsparken die Zocher aanlegde, omdat de witte, sobere gebouwen helder afstaken tegen de omringende beplanting. Verder had Zocher een voorliefde voor de neogotiek en de chaletstijl, die in een groot deel van de negentiende eeuw vooral populair waren voor kleine huizen en tuingebouwen.
Zijn beroemdste gebouw was de Beurs van Zocher in Amsterdam. Dit beursgebouw dat op de hoek van de Dam en het Damrak heeft gestaan hadt veel weg had van een Griekse tempel, werd in 1845 voltooid en op 10 september door koning Willem II geopend.
In 1903 werd dit beursgebouw afgebroken, omdat het te klein was geworden. Het werd vervangen door de Beurs van Berlage. Op de plaats van de afgebroken beurs staat nu het warenhuis De Bijenkorf.
Landschapsstijl
De Zochers ontwierpen in de landschapsstijl. De oudste parken, van Zocher sr, zijn in de vroege stijl ontworpen, vervolgens zijn de meeste parken in de late stijl ontworpen. De jongste parken, van de hand van Louis Paul, zijn beïnvloed door de gemengde stijl, waarbij de landschapsstijl werd gecombineerd met een meer strakke, geometrische stijl.
Jan David jr is één van de belangrijkste en meest productieve vertegenwoordigers van de late landschapsstijl in Nederland. Hij was stijlvast, maar niet om een theoretische reden; hij was een praktische doener. Zijn doel was om een mooi resultaat te bereiken, niet zozeer om de letters van de stijlwet te volgen.
In de ontwerpen werd ernaar gestreefd om een 'arcadisch', dat wil zeggen landelijk en idyllisch, landschap te scheppen. Het moest er natuurlijk uit zien; alsof de hand van de mens er niet was geweest. In werkelijkheid heeft de ontwerper over ieder detail nagedacht.
Het contrast tussen open weiden en gesloten bosjes, tussen licht en donker, tussen beslotenheid en vergezichten behoorde tot de kernkwaliteiten van de parken. Ook bij kleine parken werd hiernaar gestreefd. Het ideaal was stilte en harmonie.
Bij de vroege landschapsstijl, die populair was van ongeveer 1750 tot 1815, werd dit bereikt met kronkelpaadjes, kunstmatig opgeworpen heuvels, vijvers met eilandjes en hier en daar een waterval.
Als sierelementen waren er follies (gebouwtjes voor vermaak), zoals ruïnes, hermitages (grotten waarin een kluizenaar 'leefde'), Turkse tenten en Chinese tuinkoepeltjes. In de ontwerpen van Zocher sr speelde het ontwerp van de paden een dominante rol.
Hij tekende ze met een passer in, waardoor cirkelvormige patronen ontstonden. Een voorbeeld is zijn ontwerp voor het Bosch van Wijckerslooth te Oegstgeest uit 1806. Dit wandelbos maakte hij in opdracht van eigenaresse Anna Margaretha van Royen. Het bos zat vol met kronkelende paden en slingerende vijvers.
Ontwerp van Zocher sr voor het Bosch van Wijckerslooth te Oegstgeest (Collectie Gemeentearchief Oegstgeest)
Ook het ontwerp voor het Haagsche Bos uit 1809 heeft strakke, rond vormgegeven paden.
Het hertenhuis van Vreugd en Rust, een ontwerp van Zocher jr op een foto uit 1866 (Collectie Haags Gemeentearchief)
Het ontwerp van J.D. Zocher sr voor het Haagsche Bos uit 1809 (Collectie Haags Gemeentearchief)
Late landschapsstijl
De late landschapsstijl, populair van 1815 tot 1870, kende veel meer 'lange lijnen' met weidse doorzichten en grote gebaren met langgerekte, slingerende vijvers. Ook hier zijn hoogteverschillen aangebracht en er stroomden natuurlijk ogende beken. De nadruk lag op fraaie uitzichten over een vijver of een weide. In tegenstelling tot de vroege stijl van sr, waar weiden vooral voor de sier aanwezig waren, waren de weiden bij jr voor vee en herten. Op deze manier wilde hij een landelijk, pastoraal gevoel oproepen.
Tussen weiden en park stonden onzichtbare hekken: in plaats van hekken zijn er greppels en andere hoogteverschillen aangebracht waardoor het vee niet uit de weide kan. Omdat dit vanaf een afstand niet te zien is, lijkt het landschap ononderbroken door te lopen. Als een wandelaar de greppel ontdekt, zegt hij 'aha, nu begrijp ik het'. Daarom worden deze afscheidingen 'Aha’s' of 'ha-ha’s' genoemd.
Voorlinden te Wassenaar is een voorbeeld hiervan. Zocher jr liet voor het huis een grote weide voor grazend vee aanleggen. Zo was het huis vanaf allerlei plekken goed zichtbaar. De weide en het gazon voor het huis leken in elkaar over te vloeien. Toch waren weide en gazon gescheiden; in dit geval door een vijver. Zo kon het vee niet bij het huis zonder dat er een hek geplaatst hoeft te worden.
Voorlinden in Wassenaar op een prent van P.J. Lutgers uit 1856 (Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
Vlak voor het dienstgebouw (links) was een grote heesterpartij geplant. Deze heesters zorgden ervoor dat het bijgebouw grotendeels uit het zicht bleef. Zo lag de nadruk op het hoofdhuis en sprongen ‘lelijke’ dienstgebouwen niet in het oog.
Bij de late stijl werden minder pittoresque gebouwtjes dan bij de vroege stijl toegepast. De meeste bouwwerken hadden een functie binnen de buitenplaats en binnen het parkontwerp, zoals bruggen, dierenverblijven en tuinmeubilair.
Een neoklassieke of neogotische stijl werd geprefereerd; later werd ook de Zwitserse chaletstijl populair en kwam het Japonisme op. In de ontwerpen van Zocher jr zijn vooral de vergezichten en de vrije vormgeving typerend. Zijn parken ogen groter en ruimer dan ze in werkelijkheid zijn, ook omdat hij goed gebruik maakt van het landschap om de parken heen. Dit heet 'borrowed landscape': de omgeving wordt als het ware geleend, gebruikt, om zo mooie en zo bijzonder mogelijke uitzichten te realiseren.
Figuurtjesleggerij
De nadruk op de grote lijnen kwam ook tot uitdrukking in het beplantingsplan. Jr. hield zich weinig bezig met bloembeplantingen; hij vond ze zelfs overbodig. Hij streefde naar een natuurlijk ogende aanleg en bloemperken vond hij daarin niet wenselijk. Bloemperken inrichten noemde hij denigrerend 'figuurtjesleggerij' en 'mozaïekwerk'. Hij vond het patroon van een perk 'geschikt voor vloertegels', maar niet voor levende planten.
Opdrachtgevers en hun tuinbazen vulden bloemenperken doorgaans zelf in, net als boomgaarden en moestuinen. Deze functionele onderdelen werden als noodzakelijk kwaad beschouwd. Daarom bemoeide Zocher jr. zich daar niet mee. Hij legde zijn paden er simpelweg omheen en liet de inrichting over aan de tuinbaas.
Zijn zoon Louis deelde zijn mening. Van hem is de uitspraak bekend: "Als ik dat geknoei maar niet in mijn eigen tuin hoef te hebben." De Zochers vonden bloemen en kleuren overigens wel belangrijk, maar zochten dat vooral in bloemdragende heesters en bomen, zoals azalea’s en tulpenbomen.
Ook met tuinsieraden, zoals beelden en siervazen, hadden de Zochers zich niet veel mee op; die keuze werd eveneens aan de eigenaars en de tuinbazen overgelaten. Karels stijl was vergelijkbaar met die van zijn broer en jongere neef, maar hij had veel meer aandacht voor bloemperken en hield zich wèl bezig met het ontwerp van moestuinen.
Detail van de kaart die J.D. Zocher jr en zijn zoon L.P. in 1854 maakten voor Kasteel Keukenhof. Hoewel in het park de bloembollen nu de hoofdrol spelen is de parkaanleg van de Zochers nog steeds aanwezig. (Collectie Stichting Graaf Carel van Lynden)
Kleurrijk en natuurlijk
De hoofdopzet van Zocher jr’s parken is doorgaans vergelijkbaar, ongeacht de omvang of vorm van het park. Grote waterpartijen zijn een van de belangrijkste sfeerbepalers van een park. De slingervijver is steevast een centraal element, dat de rondwandeling door het park in hoge mate – meer dan de paden – bepaalt. De oevers zijn strak en glooiend. Grote bomen spiegelen in het water; de spiegelfunctie van waterpartijen is een belangrijk aspect van een Zocherpark.
Er zijn veel verschillende soorten bomen. Zo is met een grote verscheidenheid aan kleuren, groottes en vormen een schilderachtig geheel gemaakt, dat er in ieder seizoen anders uitziet. Het is deze verscheidenheid waar de Zochers naar streefden, want dit was ‘net als de natuur’. Zo werden heesters ook niet naar soort of kleur geplant, maar gemengd; het kleurrijke resultaat werd beschouwd als natuurlijk. De Zochers, praktisch ingesteld, hadden ook geen collectievorming, zoals een arboretum of pinetum, voor ogen: hun doel was om een ‘smaakvol en artistiek’ park te maken dat de opdrachtgever zou behagen.
Gras: maai niet te vaak
De grasvelden in Zocherparken zijn niet bedoeld als strak gemaaide gazons. In de tijd van de Zochers werden grasvelden slechts een paar keer per jaar gemaaid. Dat zorgde voor veel weidebloemen en bolgewassen, zoals blue bells, konden zich goed vermeerderen. Daarom is het belangrijk om hiermee vandaag de dag rekening te houden door niet te vaak te maaien. Zo wordt het beeld dat de Zochers voor ogen hadden behouden. Niet alleen is dit belangrijk voor het beeld en de historie, maar ook is het bloemrijke gras dat zo ontstaat ecologisch van grote waarde.
Andere veel voorkomende ontwerpmotieven zijn een markant hoogteverschil, een solitaire boom op een driesprong en een wandeling om een ronde weide. Niet zelden had een heuvel ook een praktisch nut: als uitzichtpunt, maar bijvoorbeeld ook als ijskelder. Voor de beleving van deze bijzondere punten was er een verdichting in het aantal paden in de nabijheid van die plekken. De paden waren altijd van gravel of van zand.
Ook op De Horsten in Wassenaar is de hand van Zocher jr. zichtbaar. Hij ontwierp in 1840 het park Raaphorst in opdracht van prins Frederik. Je herkent Zocher aan het slingerende pad dat langs open weiden, vrijstaande bomen, boomgroepen en bosjes voert. De overgang tussen gras en beplanting is strak, net als de overgang tussen het gras en het pad.
De Horsten in Wassenaar. Deze foto is in 1872 vanaf de Seringenberg genomen. (Collectie Gemeentearchief Wassenaar)
Parken bij buitenplaatsen
In de 19de eeuw lieten veel buitenplaats eigenaren parken in landschapsstijl aanleggen. Deze parken waren bedoeld om te genieten van de natuur door te wandelen, te vissen en te spelevaren. De Zochers legden vaak een of meer eilanden in een waterpartij, die met een bootje of een pontje bereikt konden worden. Veel oudere buitenplaatsen hadden al, soms eeuwenoude, parken. Doorgaans werd, afhankelijk van de wens van de opdrachtgever, helemaal opnieuw begonnen; soms werden de bestaande paden, bomen en vijvers als uitgangspunt genomen.
De Zochers begonnen bij voorkeur helemaal opnieuw. Terwijl sr in enkele gevallen bestaande bomenlanen in zijn nieuwe ontwerp opnam, vernieuwde jr vrijwel altijd het gehele stelsel van wegen en paden. Hij gebruikte daarvoor wel bestaande elementen. Zo werden bestaande watergangen, zoals een 'grand canal' of een ronde visvijver, vergraven tot slingervijver. Omdat deze waterpartijen meestal in de as van het huis aangelegd waren, liggen de slingervijvers ook vaak in een zichtas van het huis. Ook de rechte sloten langs de parken werden vergraven tot slingersloten. De sloten en vijvers verbeelden beken en rivieren die meanderen door het idyllische landschap van de Zochers.
Gebouwen op de buitenplaats
Hoe belangrijk de buitenruimte ook was, op een buitenplaats vormde het huis natuurlijk het belangrijkste element. Veel parken werden aangelegd bij bestaande huizen en dienstgebouwen. Zocher sr hield meer dan jr rekening met de bestaande bebouwing, maar bij beide stond het huis in het park centraal. Het was via zichtlijnen op verschillende plekken zichtbaar en ook andersom vanuit het huis naar het park waren er zichtlijnen naar belangrijke plekken in het park.
Dienstgebouwen, tuinmuren en boerderijen werden slechts zelden in die zichtlijnen opgenomen. Ze werden uit het zicht gehaald door beplanting. Zocher jr ontwierp zelf ook bouwwerken in de parken, zoals hekken, priëlen en bruggen, doorgaans in klassieke stijl, soms in neogotische of rustieke stijl. Zijn ideaal was dat alle elementen van park en gebouwde onderdelen een eenheid vormden en geheel op elkaar afgestemd waren.
Het ontwerp van de portierswoning van De Paauw te Wassenaar, aquarel uit circa 1840. De woning is er nog steeds (Collectie Gemeentearchief Wassenaar)
Stadswallen worden parken
In de 19de eeuw verloren de stadswallen hun verdedigingsfunctie; in 1874 werd in de Vestingwet bepaald welke vestingwerken konden worden ontmanteld. Tegelijk werd meer en meer erkend dat hygiëne in de stad, waaronder frisse lucht, van groot belang was voor de volksgezondheid. Dit werd in de Woningwet van 1901 vastgelegd. Hierin werd ook de aanwezigheid van groen bepaald.
Dit bracht twee nieuwe functies van 'de wallen' met zich mee: de voormalige bolwerken werden ingericht als wandelpark en als begraafplaatsen. Hiermee kwam het wandelen in de gezonde lucht voor de stadsbewoner op loopafstand. De Zochers ontwierpen zowel parken als begraafplaatsen, zoals Akendam te Haarlem in 1828 en Soestbergen in Utrecht in 1830. De begraafplaats Soestbergen werd nadrukkelijk ook bedoeld als wandelpark.
Vredenoord in Den Haag is een typerend Zocherpark (Foto Peter Verhoeff, 2016)
25-02-2024